Is Libië het nieuwe Syrië?

De oorlog in Libië heeft de potentie om uit te groeien tot een grotere crisis dan Syrië. Libië-expert Dirk Vandewalle vindt het onbegrijpelijk dat de EU niet veel harder ingrijpt.

Libië is verscheurd door twee rivaliserende regeringen in het oosten en westen, die ieder worden gesteund door een legertje van zwaarbewapende milities.
Libië is verscheurd door twee rivaliserende regeringen in het oosten en westen, die ieder worden gesteund door een legertje van zwaarbewapende milities. Foto’s AFP/Reuters

Is Libië het nieuwe Syrië? Daar begint het steeds meer op te lijken. Deze week vielen gewapende mannen een vijfsterrenhotel aan in de hoofdstad Tripoli, dat vanwege de strenge beveiliging populair is bij Libische politici en buitenlandse diplomaten. Er vielen tien doden, onder wie vijf buitenlanders.

De aanval, die is opgeëist door de ‘Provincie Tripoli van de Islamitische Staat’, vestigt de aandacht op de groeiende dreiging van extremistische groepen die ongestoord hun gang kunnen gaan in het wetteloze Libië. Het land is verscheurd door rivaliserende regeringen in het oosten en westen, die ieder worden gesteund door een legertje van zwaarbewapende milities die vrijwel allemaal op de loonlijst van de overheid staan.

„Libië heeft de potentie om uit te groeien tot een crisis die vele malen groter is dan Syrië”, zegt de vooraanstaande Libië-expert Dirk Vandewalle. De Belg is verbonden aan de universiteit van Dartmouth in de VS en was adviseur van de speciale VN-gezant voor Libië. „Vanuit Europees perspectief is Libië belangrijker dan Syrië. De meeste problemen met illegale migranten en sommige problemen met moslimextremisme kunnen worden herleid tot de chaos in Libië. Daarom vind ik het onbegrijpelijk dat de EU niet een veel proactiever en consequenter beleid heeft ontwikkeld voor Libië.”

Wat zijn de opties voor de EU?

„Er zijn allerlei manieren om de strijdende partijen op een lijn te krijgen, zoals financiële sancties, een handelsembargo en het bevriezen van tegoeden. Het ultieme middel is een militaire interventie. Maar niemand lijkt bereid om dat te overwegen, ook de Fransen en Italianen niet. Ze hebben herhaaldelijk gezegd dat ze bereid zijn in te grijpen, maar alleen in VN-verband. Maar iedereen weet dat dit op een veto van Rusland zal stuiten. Het is een excuus om niets te doen.”

En hoe zit het met het oliegeld waarmee veel milities worden betaald?

„Je zou het geld, dat via de centrale bank wordt verdeeld, onder internationale controle kunnen plaatsen. Daar is over gesproken. Maar dat is een erg bot instrument, waarmee je de gehele Libische bevolking treft, niet alleen de milities. Dus dat lijkt me geen goed middel. Uiteindelijk zullen Europese landen moeten nadenken over een veel robuustere interventie in Libië.”

Denkt u niet dat een interventie de situatie alleen maar zal verergeren?

„Hoe kan de situatie erger worden? Er vallen honderden doden, tienduizenden illegale migranten proberen iedere maand via Libië de EU te bereiken, het land verkeert in chaos.”

Intussen zijn er vredesbesprekingen in Genève. Wat verwacht u hiervan?

„Daar kun je op twee manieren naar kijken. De dialoog zal niet erg productief zijn. Sommige partijen hebben al gezegd dat ze niet mee zullen doen. Gesprekken zijn uitgesteld of gaan helemaal niet door. Het enige sprankje hoop is dat de VN voor het eerst nadenken over de juiste aanpak van de crisis. Voorheen spande de internationale gemeenschap het paard achter de wagen: meteen alle rituelen van een moderne democratie, terwijl de fundamenten ontbraken. Er is geen staat. Nu is de insteek: consensus over een aantal onderwerpen, zodat je verder kunt praten. In dat opzicht is Libië terug waar het in 2011 begon.”

Het verschil met 2011 is dat landen in de regio zich in de strijd mengen.

„Landen als Turkije, Qatar, Egypte, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten spelen een zeer destructieve rol, die leidt tot het verder oplaaien van het conflict. Hun bemoeienis zorgt ervoor dat sommige milities zich gesterkt voelen en blijven vechten. Het probleem is dat geen partij sterk genoeg is om het conflict te beslissen. Maar iedereen is sterk genoeg om een stoorzender te zijn.”

Waarom gooien ze olie op het vuur?

„Ze zien de oorlog in Libië als een voorbode voor wat er kan gebeuren in de hele regio. Het is een conflict tussen moslimfundamentalisten en hun meer seculiere rivalen. De eerste groep wordt gesteund door Turkije en Qatar, de tweede door autoritaire regimes die de oppositie van de fundamentalisten vrezen, zoals Saoedi-Arabië, de VEA en Egypte. Libië is dus in zekere zin een oorlog bij volmacht, die waarschijnlijk nog jaren zal duren. Want de EU en de VS doen geen echte poging te voorkomen dat landen zich mengen in het conflict.”

Libië is ook een bolwerk voor moslimextremisten, die steeds actiever worden. Hoe groot is de dreiging?

„Het is nogal schimmig, er is veel wat we niet weten. Libië is een heel chaotisch land met veel poreuze grenzen, dus er is veel infiltratie. We weten dat Derna een bolwerk van extremisten is geworden. De vraag is of dit kan worden ingedamd. We weten niet wat de banden zijn tussen de extremisten en lokale milities en stammen. Groepen zoals Ansar al-Shari’a spelen een rol in de Libische politiek, in gebieden waar een gebrek aan orde is. Ze zijn betrokken bij het verlenen van diensten die de staat nalaat. Om een oplossing te vinden, moet je ook groepen als Ansar al-Shari’a bij het politieke proces betrekken, hoe weerzinwekkend het Westen dat ook vindt.”

Vooralsnog is de strijd in Libië nog niet zo hevig als in Syrië. Verwacht u dat de oorlog verder escaleert?

„Er zijn twee mogelijke scenario’s: aanmodderen of escalatie. Wellicht dat veel strijdende partijen zich zullen realiseren dat Libië bijeen wordt gehouden door oliegeld. De regering gebruikt dit nu al voor dezelfde patronage die Gaddafi decennialang aan de macht hield. Iedereen profiteert: 70 tot 80 procent van de bevolking werkt voor de staat, wat dat ook moge betekenen. Op dit moment gaat 40 procent van de begroting naar salarissen en subsidies, twee keer zo veel als op het einde van Gaddafi’s bewind. Als de oorlog escaleert, slacht je de kip met de gouden eieren. Maar goed, sommige milities hebben al laten zien dat ze bereid zijn nationale instellingen te beschieten, zoals luchthavens en olie-installaties. Dat duidt erop dat er een gevaarlijke grens is overschreden, en dat sommige groepen denken dat het uiteenvallen van Libië niet noodzakelijkerwijs slecht is.”