Grote Geïntegreerde Totaaltoets

‘Oké klas, stilte nu graag, we gaan beginnen! Welkom in jullie laatste schooljaar. En jullie weten: dit wordt een zwaar jaar, een belangrijk jaar, hét belangrijkste jaar van je hele opleiding. Tot nu hebben we een beetje aangerommeld, maar in dit jaar wordt het menens, want dit is het jaar van de GGT. Even een stukje geschiedenis: het gewone eindexamen bestaat niet meer en is vervangen door één grote toets. Een jaar of tien geleden werd er naast het gewone examen een aparte toets geïntroduceerd, en hoewel dat officieel een ‘rekentoets’ was, bleek hij eigenlijk ook woordenschat, logisch denken en begrijpend lezen te toetsen. Hoewel veel mensen dat als een nadeel zagen, zag de politiek daar juist als een bezuinigingsmogelijkheid: we schaffen het gewone examen af, we laten het onderwijs verder ook helemaal los, geen regels meer, geen verplichte leerdoelen en dat soort shizzle meer, scholen mogen helemaal doen wat ze willen, al besteden ze al hun geld aan China-reisjes en gratis iPads, moeten ze helemaal zelf weten. Maar aan het eind is er dus wel die ene toets, de GGT, de Grote Geïntegreerde Totaaltoets. En die gaan we nu dus trainen. Met deze oefentoets, ja, geef maar even door. En Fatima, wil jij de eerste vraag lezen?

‘Over Napoleons lichaamslengte is niets bekend, ook niet over zijn gewicht, maar we weten zijn BMI. Die was 25. Als hij 1,98 meter lang was, hoeveel woog hij dan? En bij een lengte van 1,54 meter?’

- Ja kijk, een typische GGT-vraag. Rekenen, gezondheidsleer en geschiedenis in één.

- 100 kilo en 60 kilo!

- Eh, dat zou best eens kunnen kloppen. Roy, vraag twee!

- Eh… ‘Het Kofschip is zestig meter lang en vijftien meter breed. Bij windkracht 7 vaart het 26 knopen. Als het is volgeladen met knollen en citroenen, een kool en een geit. Wat weegt dan zwaarder, het sop van de kool, het product van de wortel of de stam plus ‘t’?

- Ja. Rekenen, grammatica, idioom, natuurkunde, een klassieke, multifacultaire GGT-vraag. En nog best een pittige!

- Meneer, zesentwintig knopen, is dat één rits?

- Ja, dat klopt wel ongeveer, denk ik.

- Nee, een vaam!

- Nee Chantal, een vaam is een pakhuis. Jenny, vraag drie!

‘Niettegenstaande het feit dat er een causaal verband bestaat tussen luchtdruk en neerslag, maar bij lage luchtdruk desalniettemin soms geen regen valt, terwijl daarenboven in het omgekeerde geval soms sprake is van het tegenovergestelde, zij het slechts wanneer voorwaardelijke omstandigheden de facto contrair zijn aan eerder gestelde condities, zodat de minst waarschijnlijke uitkomst dientengevolge verondersteld mag worden te prevaleren, kun je dan het beste wel of geen paraplu meenemen?’

- Tja, een lastige! Maar goed, we hebben het hele jaar om ons op deze test voor te bereiden. Erdal, vraag vier!

- In China wonen 1,4 miljard mensen. De mens heeft twee elftallen chromosomen van ieder éénduizendste millimeter lang. Van hoeveel mensen heb je het DNA nodig om fietsend de afstand te overbruggen tussen Amersfoort en Utrecht, en hoe laat kom je dan aan?’

- Ook weer een typische GGT-vraag! Biologie, aardrijkskunde, rekenen, lichamelijke oefening, het zit er allemaal in.

- Maar meneer, dan moet je toch eerst z’n hartslag weten?

- Heel goed, Rufus.

- Ja en de wind!

- Zoals ik zei: het zijn soms pittige vragen, maar we hebben het hele jaar, en als we maar vaak genoeg oefenen krijgen jullie het op een gegeven moment vast wel in de vingers!