Geen massakunst

Met Big Eyes keert Tim Burton terug naar zijn wortels, de vrij korte periode voordat blockbusters vol special effects – van Batman tot Alice in Wonderland – vrijwel al zijn tijd opslokten. Big Eyes is een portret van een buitenbeentje, de wat timide (echt bestaande) Margaret Keane. Tijdens de hoogtijdagen van het abstract expressionisme, begin jaren zestig, schilderde zij figuratieve portretten van melancholieke meisjes met opvallend grote ogen.

Als Margaret (Amy Adams) haar toekomstige tweede man Walter (een jammerlijk schmierende Christoph Waltz) ontmoet, doet hij haar geloven dat ook hij een kunstenaar is. Ook weet hij Margaret te overtuigen de schilderijen simpelweg te signeren met Keane, zodat Walter kan claimen dat hij ze maakte. De Keanes worden een kunstfabriek: Margaret schildert aan de lopende band haar ‘big eyes-portretten’ die door de charmante Walter kundig aan de man worden gebracht. Hij besluit daarna haar werk ook als posters en ansichtkaarten te verkopen. De smaakpolitie gruwt ondertussen van de nieuwste hype.

Big Eyes gaat niet alleen over een vrouw die zich moet ontworstelen aan het juk van haar man en genoeg zelfvertrouwen moet krijgen om het werk als het hare te claimen maar ook over Burton zelf, een kunstenaar laverend tussen persoonlijke expressie en massakunst.