Deze gedichten komen uit de beste poëziebundel van het jaar

Hester Knibbe bij de uitreiking van de VSB Poezieprijs 2015 gisteravond (Foto ANP KIPPA SANDER KONING)

Met dank aan haar ‘zangerige, klankrijke taal’ won Hester Knibbe gisteren de VSB Poëzieprijs 2015. Lees hier enkele gedichten uit de prijswinnende bundel Archaïsch de dieren.

“Zulke poëzie verdient een prijs”, merkte (€) poëziecriticus Arie van den Berg afgelopen vrijdag al in NRC Handelsblad op over Archaïsch de dieren. En gisteravond was het dan ook zover, toen Hester Knibbe de VSB Poëzieprijs ontving.

“In Archaïsch de dieren”, zo schreef Van den Berg in bovengenoemd stuk,

“tracht Hester Knibbe zich te verzoenen met de hinderlagen in het leven. Ze doet dat in volmaakt beheerste lyriek, waarin niet naar woorden lijkt te zijn gezocht. Vergankelijkheid, kwetsbaarheid, verlies en dood zijn kernthema’s in haar poëzie, maar steeds weer in andere, bij voorkeur minder of niet abstracte termen. Ieder vers is verwonderlijk reflectief.”

“En bijna terloops”, vervolgde hij, is er in de bundel “dan zo’n overrompelend klassiek gedicht” te vinden. Als voorbeeld noemde hij het gedicht ‘Ja’:

Ja

Liefde, ja er zit altijd een lichaam aan vast
en dat maakt het en maakt het, maakt het

soms lastig. Maar het geeft niet, we zijn
al zo lang samen dat we ons in elkaar hebben
opgeslagen, niet meer zoek niet weg kunnen raken.

Natuurlijk, voorbodes kruipen onder de huid, dansen
mee als je danst, rennen mee als je rent, hangen

ook op de bank, zitten daar en later gaat Haper
aan de haal met je dromen, teistert een winter
de oude rivier die wil stromen. Maar het

geeft niet en de sfinx die ons het raadsel
opgeeft wie van wie het meest is niks

om je druk om te maken, we houden elkaar gewoon
bij de hand en waar de weg ophoudt zullen we slapen.

Mythologie

In een interview (€) dat Marjoleine de Vos met Knibbe hield, afgelopen weekend gepubliceerd in NRC Handelsblad, kwam onder andere de gedichtenreeks ‘Thebe’ ter sprake. De Vos merkt op dat “in Knibbes poëzie het vroegere – mythologie, godenvoorstellingen, kunst – vanzelfsprekend verweven wordt met het nu”. Twee fragmenten uit ‘Thebe’:

*

Aan het spit draait het lam, poten
gebonden, kop nog verbijsterd. Denk

eeuwen aan tijd weg, sta je plots naast
een oud offer: een lam voor een gedachte
een kind voor gunstige wind, het hart
van een wiegeling om eigen lijf
veilig te stellen. Denk

de discomuziek op de bergrug weg, blijft
het vertrouwde gezoem van bijen, mus
en zwaluw hun nest en de angst om de wind
in het zeil te verliezen, eigen ziel
te zien vliegen. Liefste

laten we met het hoofd naar het oosten
een zoon maken.

*

En hij bestond. We pakten hem
op, zwierden hem in het rond en
nog eens en hij kraaide want hij was
in lievelingshanden en toen was het

hup de wereld in met je hart
dat men afpakken kan, kan breken
in een hoek smijten: niks waard zo’n

hart geen porselein of goud, meer een roestig
soort klei en je hebt er zoveel van, ook het jouwe
gaat straks op de schroothoop. Maar hij

wilde niet weg, hij wilde
groeien en blijven waar het goed was en goed
wilde hij worden met vileine streken. Schulp

is een woord als schuld, de kom waarin elk
rondkruipt, telkens opnieuw het lichaam
verkent: ben ik dat, een soort groot

gebaar waarmee ik soms iemand
in het gezicht sla?

Moeders

Wanneer De Vos opmerkt dat Knibbe veel over moeders dicht, luidt het antwoord:

„Ze zijn ook heel belangrijk. Als er iets misgaat met een kind wordt er al snel naar de moeder gekeken. Ook door haarzelf trouwens. Je denkt meteen: wat heb ik verkeerd gedaan? Zoals ik schrijf in een van de gedichten in de reeks ‘Zog’, waar een moeder aan het woord is wie het allemaal niet echt is gelukt:‘Badwater te/ warm of te koud, foute sokjes aan? Te weinig/ of juist te veel doodgeknuffeld, haartjes te/ kortgeknipt of te strak in vlechtjes gedaan?’”

Hieronder het volledige gedicht uit de reeks ‘Zog’:

Was ik een zeedier geweest met meer dan
zeven tentakels, ik had zonder bedenken
het stof van ze afgewaaierd zodat ze

konden ademen. Maar ik moest het redden met enkel
één hart wat hersens en deze twee handen.

Ik heb ze gekoesterd gevoederd gevoed met
gedachten aan later, maar iets in ze wilde niet
groeien, is lummelig misgegaan. Badwater te

warm of te koud, foute sokjes aan? Te weinig
of juist te veel doodgeknuffeld, haartjes te
kortgeknipt of te strak in vlechtjes gedaan?

Maar al wouen ze niet, ze moesten en zouen, ik heb ze
gelukkig gescholden gedwongen terwijl ik wel wist
hoe het leven je soms. Slavenwerk, dwangarbeid.