De rekentoets komt er, ondanks veel verzet

Tegenstanders van de rekentoets waren gisteren vooral boos op de PvdA die eerst tegen invoering, en toen ineens vóór de toets was.

De rekentoets gaat vanaf komend schooljaar deel uitmaken van het eindexamen. De oppositie is er gisteren in de Tweede Kamer niet in geslaagd dit tegen te houden.

Dat betekent dat scholieren in het voortgezet onderwijs en in het middelbaar beroepsonderwijs bij een onvoldoende voor de rekentoets geen diploma krijgen.

In een fel debat viel de oppositie vooral coalitiepartij PvdA aan, die na lang aarzelen toch steun gaf aan de plannen. Daarmee hebben de bewindslieden op Onderwijs, staatssecretaris Sander Dekker (VVD) en minister Jet Bussemaker (PvdA), nu een meerderheid in de Tweede Kamer voor de rekentoets.

D66-Kamerlid Paul van Meenen noemde het gisteren „een zwarte dag” en vroeg zich af of de PvdA wel aan de leerlingen dacht of alleen druk was „met een politieke deal”. PvdA-Kamerlid Tanja Jadnanansing liet weten dat ze veel positieve reacties had ontvangen van docenten en leerlingen. Ook wees ze op „de vele verbeteringen” van de toets. Zo is de norm aangepast; jongeren mogen dit jaar een 4,5 halen om toch een voldoende te krijgen. Bovendien zijn er drie herkansingen en een alternatieve toets voor leerlingen die moeite hebben met rekenen.

Vrijwel iedereen in het onderwijs en in de politiek vindt dat het rekenonderwijs in Nederland beter moet. Alleen de weg daarnaartoe is een groot punt van discussie. Dekker gebruikt de toets als stok achter de deur. In de hoop dat scholen beter onderwijs geven en scholieren hun best doen om een goed cijfer te halen.

Maar tegenstanders denken dat veel kinderen zullen zakken voor de toets, die de afgelopen jaren veel te moeilijk bleek voor het gros van de leerlingen. Scholieren worden op deze manier de dupe van slecht rekenonderwijs, en dat mag niet gebeuren, zeggen zij. Dekker paste om die reden onder meer de norm aan.

Dat is niet genoeg, zeggen de critici. „Slecht onderwijs los je niet op met een toets”, liet GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver weten. „Bovendien gaat iedereen oefenen voor de toets, en meet je nog niet wat je wilt meten.”