De burger moet wat gaan doen voor zijn vogels

Vogels beschermen? Daar moet ook u wat aan doen, schrijft de Vogelbescherming in een nieuw beleidsplan.

De afgelopen decennia waren best succesvol voor de vogelbescherming. Wie had dertig jaar geleden gedacht dat Nederland nu zo veel lepelaars en ooievaars zou tellen? Broedende zeearenden? Fred Wouters, directeur van Vogelbescherming Nederland, noemt nog een voorbeeld: „Toen ik als 12-jarig jongetje een zilverreiger zag, kon het jaar niet meer stuk. Nu zitten de zilverreigers in achtertuinen.”

Toch hebben de successen „niet de noodzakelijke trendbreuk veroorzaakt”, schrijft de organisatie (150.000 leden) in haar strategisch plan voor de komende vijf jaar. „Er is tot op heden onvoldoende perspectief voor het duurzaam behoud van tal van vogelpopulaties en natuur in Nederland.” En dat is „niet acceptabel”.

Wat te denken, bijvoorbeeld, van de dramatische teruggang van weidevogels als kievit en grutto en de ooit zo gangbare veldleeuwerik? Wouters: „Het vanzelfsprekende geluid in het voorjaar van een zingende leeuwerik is in ruim twintig jaar verdwenen.”

Het moet anders. Gisteren presenteerde Vogelbescherming Nederland daarom een koerswijziging. De vogelaars willen meer dan voorheen alle Nederlanders, „wij allemaal”, betrekken bij het beschermen van vogels. Daar vaart ieders gezondheid wel bij. Wouters: „Een groene omgeving is goed voor vogels, maar ook voor mensen.”

Een ramp

De vogelaars willen Nederlanders, net als voorheen, wijzen op de ramp die zich aan het voltrekken is. „Als we in Nederland niets doen, verdwijnen straks soorten als veldleeuwerik, tapuit en patrijs”, zegt Wouters. De oorzaken zijn bekend: urbanisatie; intensivering van de landbouw; strenge scheiding van landschappen – en daardoor leefgebieden – door wegen en dijken. Het verdwijnen gaat geleidelijk, en dat is het verraderlijke ervan.

Wouters: „Als de teruggang van de veldleeuwerik van vandaag op morgen gebeurt, schreeuwt iedereen moord en brand. Maar het gebeurt sluipenderwijs. De kievit gaat met 5 procent per jaar achteruit. Dat hou je niet lang vol.”

Nieuw is dat de vogelbeschermers de komende vijf jaar alle Nederlanders een „handelingsperspectief” bieden om iets aan die daling te doen. „Wij willen niet alleen maar sombere berichten vertellen, maar mensen op een charmante wijze handreikingen doen.” Zodat ze bijvoorbeeld niet alleen maar op bootjes in de Waddenzee genieten van natuur, maar daarbij ook stoppen met barbecuen en niet met honden gaan wandelen op droogvallende zandplaten die foeragerende vogels zo hard nodig hebben.

„Vaak is dat gedrag geen kwade wil”, zegt Wouters. „Dus wij bieden andere programma’s aan. En we leggen uit wat de do’s en dont’s zijn op het wad. Als je mensen daarop wijst, zijn er altijd wel een paar die zeggen: ‘sodemieter op, ik heb met jou niks te maken’. Maar het bemoedigende is dat het leeuwendeel zegt: ‘joh, dank je wel. Ik ben blij dat je dit vertelt, want ik wist dat helemaal niet’.”

Niet alleen kijken, ook wat dóen

Vogels beschermen doe je niet alleen door te schermen met feiten en cijfers. Niet alleen door leefgebieden aan te leggen en moerassen met elkaar te verbinden. En ook niet door subsidies van de overheid af te wachten. Je moet, zo is de denkwijze bij Vogelbescherming nu, de burgers in de stad en op het platteland de kans bieden zélf aan de slag te gaan.

„Je moet niet alleen naar vogels kijken, je moet ook wat dóén”, aldus Wouters. Door in supermarkten kaas te kopen van boeren die weidevogels beschermen. Door onder de dakpannen van je huis beschutting te bieden aan nestelende vogels. Door meer bloemen in je tuin te planten waar insecten op afkomen. Door te voederen.

De vogelbeschermers willen dat gedrag stimuleren door te „appelleren aan het basisenthousiasme” van mensen. „Positieve energie aanboren.” Met webcambeelden tijdens de lente, bijvoorbeeld. Goed voor één miljoen unieke bezoekers per jaar. Met vogelherkennings-apps, en tuinvogeltellingen – daaraan namen onlangs vijftigduizend mensen deel.

Wouters: „Mensen vertellen mij: ‘ik woon hier al dertig jaar en ontdek doordat ik moest tellen nu pas dat er tien soorten in mijn tuin zitten’. Ik kan me dat als vogelaar niet voorstellen. Hoe kun je ergens dertig jaar wonen en alleen maar soms een duif zien vliegen? Dan gaan ze tellen. En dan gaan de ogen open.”