Bedankt hè, Kim Jong-un

Vanaf vandaag is The Interview ook te zien in de Nederlandse bioscopen. Zijn ze in Pyongyang nog steeds boos over de flauwe komedie , die eind vorig jaar voor een internationale rel zorgde?

Beeld van de echte Kim Jong-un tijdens een ceremonie. Foto AFP
Beeld van de echte Kim Jong-un tijdens een ceremonie. Foto AFP

Woedend waren ze, eind vorig jaar in Pyongyang. Over de film The Interview, waarin [spoiler-alert] de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un in slow-motion wordt opgeblazen door Amerikaanse journalisten.

Woedend waren ze ook in de Verenigde Staten. Daar richtte de kritiek zich vooral op filmproducent Sony Pictures, die na dreigementen van de hackers besloot om The Interview niet uit te brengen: maar weinig bioscopen durfden de komedie te vertonen. Uiteindelijk ging Sony overstag en werd The Interview op 24 december online uitgebracht. Een dag later ging de film ook in 331 kleinere bioscopen in première.

Vanaf vandaag draait The Interview ook in Nederland. Komen ook hier straks dreigementen? Of heeft Kim Jong-un zich er inmiddels bij neergelegd?

Om met de laatste vraag te beginnen: nee. De media-aandacht voor het onderwerp mag dan zijn gaan liggen, er wordt nog steeds geruzied.

Begin dit jaar herhaalde de FBI de verdenking dat Noord-Korea de hack zou hebben georkestreerd. Pyongyang ontkende opnieuw. En na zijn State of the Union zei Obama in een interview met vloggers op YouTube dat een regime zoals dat in Noord-Korea, uiteindelijk zal vallen. Het Noord-Koreaanse staatspersbureau kwam snel met een verklaring: Obama was een treurige, chagrijnige loser.

Aanzetten tot terrorisme

Ondertussen blijft Noord-Korea zijn best doen om The Interview wereldwijd uit de bioscopen te weren. Soms lukt dat. Zo besloot Cambodja deze week nog om de film in de ban te doen, na diplomatieke verzoeken vanuit Noord-Korea.

Maar niemand in Pyongyang lijkt zich er druk over te maken dat de film nu ook in Nederland gaat draaien. Het ministerie van Buitenlandse Zaken – dat sinds 2001 diplomatiek banden onderhoudt met Noord-Korea – laat weten dat er geen contact is geweest over de film.

Maar op het kantoor van de Noord-Koreaanse VN-ambassadeur in Zwitserland, So Se Pyong, zeggen ze te weten dat er wel degelijk een statement is. Ze mailen het meteen door. „De VS en hun volgelingen worden wanhopig in hun pogingen om de waardigheid aan te tasten van het Noord-Koreaanse leiderschap”, staat in een verklaring van drie pagina’s.

Het vertonen van de film heeft volgens Noord-Korea niets te maken met „vrijheid van meningsuiting” maar met het „aanzetten tot terrorisme”. De schuldigen zullen „genadeloos” worden gestraft.

Alleen, dit gaat niet over Nederland. In de verklaring maakt Noord-Korea zich boos over het vertonen van de film op het internationale filmfestival van Berlijn, volgende maand. Een foutje, want de film draait helemaal niet op het festival.

Onderschat Noord-Korea niet

Het zou Remco Breuker, hoogleraar Koreastudies aan de Universiteit Leiden, echter niet verbazen als er alsnog een reactie komt op het vertonen van de film in Nederland. „Door de genadeloos afgedwongen leiderschapscultus in het land, is Noord-Korea het aan zijn stand verplicht om zich druk te maken als de waardigheid van de leider in het geding komt.”

Je moet „de spindoctors van Noord-Korea” volgens hem ook niet onderschatten. Breuker denkt dat de ophef over The Interview goed getimed en niet toevallig was. „De constante die ik zie: Noord-Korea begint zo nu en dan hard te schreeuwen, om de aandacht af te leiden van de mensenrechtenschendingen. En dat lukt ze nog ook.”

Breuker wijst erop dat het in december vooral ging over The Interview, niet over een belangrijke resolutie die de Verenigde Naties hadden aangenomen. „Daarin wordt de Veiligheidsraad aangespoord om de slechte mensenrechtensituatie in Noord-Korea voor het Internationaal Strafhof te brengen.”

En er is nog een partij voor wie de ophef over The Interview goed uitkwam: Sony Pictures. De filmproducent werd deze week door het International Cinematographers Guild genomineerd voor een prijs voor de beste publiciteitscampagne van het jaar. Zonder alle aandacht had de film het wellicht niet zo goed gedaan.

En dat doet de film tot nu toe wel. Sony liet begin januari weten dat de film 31 miljoen dollar aan video-on-demand en online inkomsten had binnengebracht. En dat met een productiebudget van 44 miljoen euro. Ter vergelijking: de komedie The Dictator van Sacha Baron Cohen uit 2012 had een budget van 65 miljoen dollar en bracht ruim 59 miljoen dollar op.

Zonder de rel had de film misschien de Nederlandse bioscopen niet gehaald. Uit de gehackte en gelekte e-mails van Sony bleek dat de Nederlandse distributeur de film omschreef als „op zijn best ongebalanceerd” met „weinig potentie in Nederland”.

Waarom de film nu dan toch in de bioscoop komt, vindt de publiciteitsmedewerker van distributeur Universal Pictures „een goede vraag”, waar ze niet op in kan gaan. „Het enige wat ik kan zeggen, is dat we hem uitbrengen omdat het door ons hoofdkantoor in de VS is gevraagd.”