Vervolgde christenen vergeten en verzwegen

Miljoenen christenen worden in hun bestaan bedreigd. Ze zijn de grootste vervolgde groep ter wereld, schrijft Monique Samuel.

In de stroom berichtgeving over Charlie Hebdo en de gebeurtenissen daarna werd een reeks ander nieuws naar de marge van de krant verdrongen. De islamitische terreurorganisatie Boko Haram bracht naar schatting 2.000 mensen om. De meeste slachtoffers stierven omdat ze niet vrij waren in hun geloofsovertuiging. Volgens lokale en internationale hulporganisaties was de meerderheid van deze bruut vermoorde burgers christen.

Overal op de religieuze breuklijn in Midden-Afrika lopen spanningen en geweld op. Radicaal islamitische terreurorganisaties zoals Boko Haram rukken naar het zuiden op en richten hun antiwesterse geweld en propaganda vaak op lokale christenen. Ook in Niger werd onder het mom van ‘woede’ over de Mohammedcartoon op de cover van Charlie Hebdo een volksmassa op de been gebracht die vrijwel alle kerken van het kleine Afrikaanse land aanviel. 72 kerken en zeven christelijke scholen bevestigden dat hun gebouwen door brand zijn verwoest. Daarnaast zijn dertig huizen van christenen, pastorieën, winkels en voertuigen van christenen door brand vernield. Drie christenen stierven.

Het zijn slechts twee berichten in een lange stroom. De positie van christenen in het Midden-Oosten, Noord- en Midden-Afrika, maar bijvoorbeeld ook Centraal- en Zuidoost-Azië wordt steeds moeilijker. Zo reageren overheden uit angst voor de groei van islamisten en radicaal islamitische groepen door preventief anti-christelijke maatregelen door te voeren (bijvoorbeeld in Maleisië). Daarnaast hebben zich door de komst van door Saoedi-Arabië en de Arabische Golfstaten gefinancierde koranscholen en moskeeën door heel Afrika en Azië radicale sociale veranderingen voltrokken. Landen waar lang een tolerantere islamcultuur overheerste, zoals Indonesië of Senegal, zien nu groei van fanatisme en radicalisme. Deze sociale veranderingen brengen voorlopig vooral lokale en regionale spanningen met zich mee, maar zullen op den duur internationale repercussies hebben. In de meeste landen waar christenen worden vervolgd, vormen zij een minderheidsgroep. Maar zelfs in landen waar zij een meerderheid zijn – zoals Ethiopië of de Filippijnen – is groei van discriminatie en geweld waarneembaar.

Op dit moment worden naar schatting 100 miljoen christenen in hun bestaan bedreigd. Daarmee zijn zij de grootste vervolgde groep ter wereld. Toch wordt op dit thema met weinig urgentie gereageerd. We maken ons terecht druk om vervolgde homoseksuelen of minderheidsgroepen als Koerden en yezidi’s, maar wanneer het actieve vervolging van christenen betreft worden velen overvallen door diep ongemak. In de berichtgeving hierover van media en ngo’s overheerst terughoudendheid. Organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch berichten maar in zeer beperkte mate over geweld tegen christenen. Het onderwerp wordt het liefst afgedaan en vergeten, zo lijkt het.

Ook Marcel Poorthuis stelde in zijn kritiek op de christenvervolgingslijst van Open Doors in NRC „dat de gretigheid waarmee men zich op de christenen werpt voortkomt uit een anti-islameffect.” Zo zouden christenen slechts slachtoffers zijn van het geweld van IS en zou er dus geen sprake zijn van christenvervolging als zodanig. Maar als zogenaamd westerse handlangers zijn christenen wel degelijk een primair doelwit van radicale islamitische terreurgroepen in het Midden-Oosten en Afrika, en worden zij direct gestraft voor iedere vorm van westers handelen – van een cartoon tot bombardementen op IS. Ze ondervinden dus wel de nadelige gevolgen van westers handelen, maar ontvangen in ruil geen steun of bescherming. Hun lot wordt door de meeste westerse overheden verzwegen en vergeten.

De kwestie wordt door het uitblijven van broodnodige aandacht vooral een christelijk agendapunt. Wat de suggestie van subjectiviteit in de hand werkt. Christelijke ngo’s preken voor eigen parochie, confessionele kranten staan vol gruwelijke berichten en christelijke partijen vragen spoeddebatten aan. En ondertussen zijn het vooral politieke partijen als de PVV die garen spinnen bij anti-christelijk geweld in islamitische landen. Hiermee wordt christenvervolging inderdaad vooral een anti-islamitisch agendapunt. Als christenvervolging in islamitische landen ons iets laat zien, dan is het wel het mogelijke verband met de groei van radicalisering en extremisme. Waarbij christenen vaak de eerste, maar niet de enige doelwitten zijn. De vrijheid van geloof staat immers voor veel meer geloofsgroepen onder druk.

De noodzaak tot eerlijke berichtgeving en een integer debat is zelden groter dan nu. Het kan niet zo zijn dat politieke partijen en de overheid zich wel druk maken om door christenen aangestuurde homovervolging in Oeganda, maar ronduit zwijgen over massamoord op christenen in de iets noordelijker Afrikaanse buurlanden. Uiteindelijk komen al deze kwesties neer op de vrijheid van geweten. Of dit nu de vrije uitoefening van iemands seksuele geaardheid, verkondiging van een afwijkende (politieke) mening, het tekenen van een cartoon of het belijden van iemands respectievelijke geloof of ongeloof betreft. Deze vrijheid is essentieel, maar ook ongekend fragiel. Er is geen enkele reden voor ongemak, het afschuiven van verantwoordelijkheid of desinteresse. De vrijheid van één groep raakt immers aan de vrijheid van allen.