Single Issue Partij

Sinds enige tijd ben ik trotse lijstduwer van de Single Issue Partij. Deze fictieve partij is opgericht door journalist Maartje Duin, haar logo bestaat uit een grote roze 1. Ik heb er een button van op mijn rugtas, alsof ik iets gewonnen heb.

Er zijn meerdere redenen om een singlepartij op te richten. Er zijn de cijfers (in 1960 was nog maar 3,4 procent van de bevolking alleen, nu is dat 17,5 procent) en kromme wetten (de nabestaanden van singles genieten geen vanzelfsprekend erfrecht en pas vanaf 1 juli 2015 kun je verlof voor het verzorgen van vrienden aanvragen). Maar als groep zijn singles moeilijk te mobiliseren. Misschien zit de single simpelweg niet op al te veel bemoeienis van anderen te wachten. Bovendien is de singlestatus niet statisch.

Mensen vallen in en uit relaties.

Journalist Maartje Duin is daar zelf een goed voorbeeld van: tijdens haar langlopend onderzoek naar alleenstaanden, bestelde ze in de boekhandel een titel over single-emancipatie. De jongen die haar aan het boek hielp, wilde weten waar dat in godsnaam over ging. Hij had hele leuke, blonde krullen. Ze vroeg of hij single was. Girl meets boy – de rest is geschiedenis. Tot die geschiedenis weer eindigt, natuurlijk.

Je kunt die grillige kijk op de liefde opvatten als een modern gebrek aan verantwoordelijkheid.

Je kunt zeggen dat mensen gek worden van keuzestress, maar eigenlijk is zulke onzekerheid het ultieme ingrediënt voor de gedroomde participatiemaatschappij.

Want alleen uit onzekerheid, komt uitsloverij voort. Ik heb liever dat mijn singlevrienden griep krijgen, dan mijn bezette vrienden.

Voor de alleenstaanden kan ik tenminste komen zorgen. Ik breng fruit en pijnstillers, leg een washandje op het voorhoofd. Dat doe ik in de hoop dat ze mij ook bezoeken wanneer ik ziek ben. Het is een simpel, onuitgesproken ruilsysteem waarbij uitbuiting wordt voorkomen door gelijke spreiding van sociaal risico (daarom gaan singles met singles om en getrouwden met getrouwden).

De eerste keer dat ik begreep dat je sterk van iets kunt houden, was ik een jaar of zeven en zat ik achterin de auto naast onze pas aangeschafte pup. Ze was nog kleiner dan mijn hand en lag op een geruit kleedje tussen mij en mijn zus in. Ik begreep dat we haar moesten delen zoals we speelgoed deelden, maar ineens was dat niet erg. Ik zou voor haar zorgen, ook toen ze maanden later meer naar mijn zus neigde, omdat die haar de uitgelepelde Danone-yoghurtbekertjes liet uitlikken.

Wie voedt, is geliefd. Ik begreep het systeem, maar het gaf niet. Want zolang je van de ander houdt terwijl je weet dat haar of zijn liefde opportuun is, kun je in elk geval houden van je gulle zelf.

Wie voortdurend voor de liefde van anderen moet vechten is niet zielig, maar sociaal.