Red het klimaat en de economie

Groei en groen gaan heel goed samen, stellen vooraanstaande bestuurders en onderzoekers. De afwachtende houding van bedrijven moet verdwijnen.

Chad Holliday en Andrew Steer zijn te laat voor het interview. Onbedoeld geven ze zo een illustratie van het rapport over economie en klimaatverandering waarvoor zij medeverantwoordelijk zijn. Bij het Vredespaleis in Den Haag, waar het gesprek plaatsvindt, wordt aan de weg gewerkt. De aanstaande voorzitter van de raad van commissarissen van Shell en de directeur van de denktank World Resources Institute (WRI) staan daardoor vast in het verkeer. Met een OV-fiets vanaf het Centraal Station bleek de doorgang vrij.

In een statige kamer in het Vredespaleis legt Steer even later uit dat in São Paulo 8 procent van het stedelijk inkomen verloren gaat doordat mensen dagelijks vaststaan in het verkeer. Verkeersopstoppingen zorgen voor veel extra broeikasgassen die bijdragen aan de opwarming van de aarde. Dus leidt het verbeteren van de infrastructuur, simpel gezegd, tot economische groei én een beter klimaat.

Better Growth, Better Climate staat vol met dat soort praktische voorbeelden. Volgens het rapport, dat in september tijdens de klimaattop van de Verenigde Naties in New York werd gepresenteerd, gaan klimaatbeleid en economische groei heel goed samen.

Het is een internationaal initiatief van onder andere het Verenigd Koninkrijk, Ethiopië en Zuid-Korea. Gerenommeerde instituten als de Londen School of Economics, het Stockholm Environment Institute, de Chinese Tsinghua Universiteit en het World Resources Institute werkten eraan mee.

De boodschap is optimistisch. De komende vijftien jaar zal wereldwijd zo’n 90.000 miljard dollar worden uitgegeven aan nieuwe infrastructuur, schrijven de auteurs. Met slechts 5 procent méér, zo’n 4.000 miljard dollar, is het mogelijk die infrastructuur klimaatvriendelijk te maken.

Volgens de rekensommen leiden de voordelen van dat extra geld tot besparingen op allerlei gebied – zoals gezondheidszorg en brandstofverbruik. Waardoor het nettoresultaat positief is. Zo levert die extra investering meer op dan zij kost.

De vraag is dus, waarom het toch niet gebeurt als het zo simpel is? „De economie wordt gehinderd door onzekerheid”, zegt Chad Holliday (66), oud-topman van chemieconcern DuPont en van de Bank of America, en vanaf mei voorzitter van de raad van commissarissen van Shell.

„De onzekerheid is groter dan ik in mijn hele carrière heb meegemaakt. Deels is dat de schuld van onduidelijk beleid, deels van onzekerheid over technologische ontwikkelingen. Er is altijd wel een reden om af te wachten. Bedrijven willen niet investeren in het oude, want dat kan fout zijn. Maar ze durven ook niet te investeren in het nieuwe, want dat kan net zo goed verkeerd uitpakken. ‘Just wait’ wordt dan de kern van het beleid. We zitten nu al sinds de grote crisis van 2008, en zelfs al eerder, in die fase van afwachten.”

Andrew Steer, sinds 2012 directeur van het WRI en daarvoor onder meer klimaatgezant van de Wereldbank en directeur-generaal van het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking, voegt daaraan toe: „De huidige economieën zijn behoorlijk inefficiënt, er is een grote achterstand in investeringen in infrastructuur – van openbaar vervoer tot het elektriciteitsnetwerk. Wereldwijd gaat het om een tekort van 1.000 miljard dollar. En we hebben dringend een technologische impuls nodig. In feite dwingt het probleem van klimaatverandering ons eindelijk te doen wat we al lang geleden hadden moeten doen.”

Dat klinkt allemaal erg theoretisch.

Dat valt wel mee, vindt Steer en hij noemt China als voorbeeld – al zijn er volgens hem wereldwijd honderden grote stedelijke centra met ernstige groeistuipen. „Chinese stadsbestuurders verkopen grond aan de rand van de stad om daarmee de groei te financieren. Maar in de praktijk zijn ze steeds meer geld kwijt aan nieuwe snelwegen om al die buitenwijken met elkaar te verbinden. De vervuiling neemt toe, de infrastructuur loopt vast. Met compacte, slimme steden en een goed railnetwerk kunnen we wereldwijd de komende vijftien jaar 3.000 miljard dollar verdienen.

„En steden kunnen van elkaar leren. Houston besteedt nu 14 procent van zijn inkomen aan vervoer van mensen van en naar hun werk. In Kopenhagen is dat slechts 4 procent. Wat doe ik verkeerd, vraagt de burgemeester van Houston, die lid is van ons team, zich af? In september hebben burgemeesters van 228 steden waar samen 436 miljoen mensen wonen, afgesproken om hun uitstoot van broeikasgassen tot het midden van de eeuw met 13 gigaton te verminderen. Ze doen dat niet omdat ze zo nodig groen willen zijn, maar als een weg naar een slimme economische ontwikkeling.”

Het rapport pleit voor geleidelijk stoppen met steenkool. Hoe legt u dat uit aan mijnwerkers die hun baan verliezen?

Holliday: „Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de gezondheid van werken in een kolenmijn. De conclusies zijn vernietigend. Ik geloof ik niet dat mensen per se in een mijn willen werken. Van de besparing op de gezondheidszorg door te stoppen met mijnbouw, kun je mijnwerkers gemakkelijk een alternatief bieden.”

Steer: „Het rapport laat zien dat het in het belang van landen en van de wereld is om een nieuwe richting in te slaan. Dat betekent helaas niet dat iedereen een winnaar is. De kolenindustrie behoort tot de verliezers. Maar alleen al in de VS zijn heel veel meer banen in de duurzame energie dan in de kolenindustrie.

„De economische geschiedenis is altijd gepaard gegaan met grote verschuivingen. Mijn betovergrootvader was schapenboer in Schotland. Die hele sector verdween in twintig jaar, doordat in Australië en Nieuw-Zeeland koelingstechnologie voor schepen werd ontwikkeld. Mijn voorouders hebben zich aangepast. En daardoor loop ik nu niet meer achter schapen aan in de Highlands.”

Hoe zit het met de andere fossiele brandstoffen? Is er nog wel een toekomst voor bedrijven als Shell?

Holliday: „Shell richt zich steeds meer op gas. We pleiten voor strengere richtlijnen om gas op een schone en veilige manier te winnen. Verder bepleiten we ondergrondse opslag van kooldioxide. We zijn dat aan het testen. Doel is: van gas ook op de langere termijn een schone brandstof maken. Met onze partner in Brazilië zijn we de grootste biobrandstofproducent ter wereld. We werken aan het verbeteren van de tweede generatie biobrandstof – niet langer geproduceerd uit voedsel, maar uit afval. Maar tegelijkertijd erkennen we dat dat waarschijnlijk niet genoeg zal zijn.”

Was het voor Shell verstandig zich terug te trekken uit wind en zon?

Holliday: „Shell moet doen waar het goed in is. We moeten ons niet inlaten met zonne-energie, omdat we toevallig een energiebedrijf zijn. Wij zijn goed in moeilijke projecten. Onze opdracht zou kunnen zijn: zorgen dat de wereld gas op een schone en groene manier wint en gebruikt. Misschien als een brug naar duurzaam, misschien ook als een oplossing voor de langere termijn.”

Bent u het eens met het pleidooi in het rapport voor een stevige prijs op de uitstoot van CO2?

„Absoluut”, zegt Holliday. „Over het precieze bedrag valt te discussiëren. Intern gebruiken we nu een prijs van 40 dollar, dat is niet slecht [de marktprijs in Europa schommelt rond de 5 euro, red.]. We testen elk project of het rendabel kan worden uitgevoerd met die koolstofprijs. Zo niet, gaat het niet door. Een duidelijke prijs voor iedereen, zou meer zekerheid bieden.”

Steer vult aan: „Een stevige prijs zou een belangrijk statement zijn. Zoals Chad al zei: we leven in een wereld van vertraagde investeringen. Zo lang bedrijven op het gebied van klimaat werken met onvoldoende en gebrekkige informatie zal uitstel hun belangrijkste strategie blijven.”

„Het kompas is nu niet precies naar het noorden gericht. Bedrijven verwachten dat er een draai wordt gemaakt, maar ze weten niet wanneer, welke kant de naald op zal draaien en hoe ver zij zal uitslaan. Met een stevige prijs op vervuiling zeggen we: de wereld gaat nu echt die kant op.”