Pas op voor Aukelien, die is niet bij te sturen

Schrijver Aukelien Weverling ging op zoek naar een vaste baan. Ze dacht met haar diploma journalistiek, drie talen en tien jaar ervaring een goede kans te maken. In deze serie vertelt zij over haar ervaringen als hogeropgeleide op een overspannen arbeidsmarkt. Vandaag: deel 2 van een sollicitatie bij een verzekeraar.

Om de een of andere wonderlijke redenen werd er van ons verwacht dat wij ons na het voorstelrondje opnieuw voorstelden. Het voelde als glazen omspoelen voor de afwasmachine: nutteloos, maar netjes. Bij deze tweede kennismaking werd van ons verwacht dat wij een elevator pitch gaven.

„Een elevator pitch is een supersnelle en fun way om jezelf te presenteren”, had de recruiter uitgelegd toen ze me uitnodigde voor het assessment. „Je stelt jezelf voor in de tijd waarin je normaal gesproken in de lift staat. De bedoeling is dat je daarbij een voorwerp neemt dat iets over jou en de opdrachtgever zegt. Het is een uitgelezen kans om indruk te maken.”

De vergelijking

En zo luisterde ik nu naar Mandy. „Ik ben Mandy en ik heb een beker meegenomen, omdat ik enorm van bekers houd en omdat ik hoop dat ik straks helemaal gevuld ben met mijn nieuwe werkgever.” Ze zette de beker gedecideerd voor zich neer, keek even naar de klok en voegde toen haastig toe: „Aan deze beker zit bovendien een oor en ik heb ook een oor en daarmee wil ik luisteren naar alle klanten.”

„Heel goed, vooral dat met dat oor, echt fantastisch”, juichte de recruiter. Mandy keek superieur voor zich uit.

Voor Mandy was Darren geweest die zichzelf met een knoop in een stuk touw voorgesteld had, omdat hij „in de knoop zat”, maar hoopte dat hij met deze baan weer „uit de knoop” zou komen of in elk geval uit de schuldsanering, dat was hem om het even.

De recruiter had treurig haar hoofd geschud. Ik had haar ook teleurgesteld. Ik had een boek meegenomen en gezegd dat ik van lezen hield en dat ik in de verzekeraar een nieuw hoofdstuk zag. Ik was er zelf nogal trots op geweest, want kwam er maar eens op. Ze had me zuur aangekeken. Ik vroeg me af of ik met het geven van een elevator pitch een nieuw dieptepunt in mijn carrière had bereikt. En hoe het zat met bekwame mensen die te verlegen waren voor een elevator pitch.

Gewoon meedoen

Lang om daarover na te denken had ik niet, want iedereen stond al klaar voor een rollenspel. Ik sloot een reisverzekering af voor de recruiter. Ze was enthousiast. Ze ging naar Amerika. Ze boog zich naar me toe en zei op samenzweerderige toon: „Ik heb altijd al naar New York gewild.” Ik keek haar meewarig aan.

Na de elevator pitch volgde een ‘klikt-het-gesprek’ met de recruiter waarin je jezelf nogmaals voorstelde. Dit werd inmiddels de derde keer, ik gaf haar een hand.

Vier uur later werd ik gebeld dat ik ‘door was’. Ze was erg te spreken over mijn gedrag in het rollenspel. Ze zuchtte: „Amerika, stel je voor, zeg.” Wel wilde ze het nog even met me hebben over de elevator pitch. Ze zag dat ik worstelde: „Mensen houden niet van lezen en bij een elevator pitch gaat het juist om het positieve gevoel. Bovendien kan een opdrachtgever denken dat je een nadenker bent.” Ze zette een gek stemmetje op, vermoedelijk imiteerde ze de opdrachtgever: „Pas op voor Aukelien, die is niet bij te sturen, oooooh die moeten we niet hebben.”

Het vervolg

Boek of geen boek, ze wilde me graag het voordeel van de twijfel geven en me uitnodigen voor de tweede ronde, die twee dagdelen zou duren. Ik zou die dag wederom deelnemen aan een groepsgesprek en een elevator pitch geven. Daarna ging ik op speeddate waarbij ik moest vertellen over een gesprek met ex-collega’s waar ik een ‘wowgevoel’ aan had overgehouden. Dat was geen rollenspel, want dat kwam daarna. Gevolgd door een tweede rollenspel waarbij ik de telefoon zou opnemen terwijl drie mensen vanuit een andere kamer registreerden hoe ik dat deed, om direct door te stromen naar het ‘principespel’.

Het gaf te denken dat die mensen daar allemaal maar tijd voor hadden. Ik kon alleen nog mijn hoofd schudden en zeggen: „Ik ga geen raket bouwen. Ik moet gewoon de telefoon aannemen, omdat dat mijn functie zou zijn en uw functie is recruiten dus u zou na een dagdeel moeten kunnen bepalen wie u voor wil dragen bij het bedrijf en zij zouden op uw expertise moeten vertrouwen en dan gewoon een gesprek met me moeten houden.”

De recruiter gaf aan het erg jammer te vinden dat ik er zo over dacht, want er waren genoeg anderen die ze had kunnen bellen. Ze had alleen het gevoel dat het echt klikte tussen ons. „We hebben ons ook vier keer aan elkaar voorgesteld”, troostte ik, terwijl ik me afvroeg of dit misschien ook het moment was om haar te vertellen dat Amerika niet doorging.