Kunst zelf komt er vaak bekaaid af

Het leven van Van Gogh is vaak verfilmd, omdat het zo fijn voldoet aan het cliché van miskend genie.

De levens van beroemde kunstenaars lenen zich uitstekend voor dramatische verfilming – met de uitvergroting van heel wat clichés als gevolg. Met Tim Burtons Big Eyes en Mike Leighs Mr. Turner spelen er momenteel maar liefst twee kunstenaarsbiografieën, of biopics, in de bioscoopzalen, terwijl ook Frederick Wisemans museumfilm National Gallery internationaal hoge ogen gooit, en kunstroof na The Monuments Men nu weer met Mortdecai, de nieuwe film van Johnny Depp, te zien vanaf half februari, op de agenda staat.

Anekdotes rond geniale kunstenaars werden al vroeg te boek gesteld en groeiden uit tot heuse mythes. Liefst kende de artiest in kwestie een moeilijk leven waarin vrouwen, drank en drugs zo veel mogelijk de revue passeerden, en hij – want vrouwelijke kunstenaars blijven de uitzondering – in ontbering leefde op een zolderkamer in Parijs, waar zijn werken voor een appel en een ei de deur uitgingen en pas postuum de eer volgde. Het leven van Vincent van Gogh is daarom ook een van de meest verfilmde onder de kunstenaarsbiografieën.

Kleurrijke individuen wier persoonlijke leven even uitgesproken was als hun kunst, lenen zich het best voor films. Zowel Big Eyes als Mr. Turner beantwoordt grotendeels aan de verwachtingen voor de kunstenaarsbiopic, maar er is een opmerkelijk verschil in focus. In Big Eyes volgen we het leven van kunstenares Margaret Keane, bekend van de naïeve kinderschilderijen met grote ogen die in de jaren zestig op groot commercieel succes konden rekenen. In een soort omkering van de plot van Fritz Langs Scarlet Street (1945) volgen we hoe Margarets man Walter zich jarenlang oneerlijk voorstelt als de maker van de werken, tot zij de moed vindt om aan hem te ontsnappen en in een absurde rechtszaak de rechten terugwint. Hoewel we Margaret (Amy Adams) meermaals zien schilderen gaat het Burton, ondanks zijn persoonlijke liefde voor het hoge kitschgehalte van de schilderwerken, vrijwel alleen om het verhaal. De kunstwerken worden niet op bijzondere wijze in beeld gebracht en vinden enkel hun spiegelbeeld in de blik van Amy Adams die weigert te knipperen en dochter Jane, gespeeld door de niet toevallig puilogige Madeleine Arthur.

De kunstwerken zelf spelen vaak tweede of derde viool in de kunstenaarsbiopic. Dat komt omdat het dynamisch en indrukwekkend in beeld brengen van de werken niet gemakkelijk is, zeker niet bij het ontbreken van originelen, wat meestal het geval is. Portretten bestonden in het klassieke Hollywood meestal uit geairbrushte foto’s.

De zorg waarmee Mike Leigh en zijn team de schilderijen in Mr. Turner aangepakt hebben behoort dan ook tot de uitzondering. Om de werken in hun verschillende staten zo goed mogelijk over te doen komen huurden ze niet alleen voltijds een kunsthistoricus in, ze gingen ook een partnerschap aan met Tate en lieten schilderleerkrachten overuren draaien. Hoofdrolspeler Timothy Spall nam naar eigen zeggen twee jaar lang intensief schilderlessen en besefte dat hij, ondanks zijn natuurtalent, nog maar op het niveau zat van een negenjarige Turner. Het was voor Leigh van groot belang dat een schilderende Spall er natuurlijk en geloofwaardig uitzag op het scherm, en die momenten worden dan ook niet geschuwd. Met behulp van cinematograaf Dick Pope werd bovendien alles in het werk gesteld om het palet en de lichtmagie van Turner zo goed mogelijk te benaderen, met prachtige visuele reconstructies van zijn werken tot gevolg. Hopelijk vindt Leighs voorbeeld navolging; vooralsnog staat hij tamelijk alleen.