Je kan niet zomaar op een jihadsite gaan kijken

Wie aan zelfstudie doet op jihadistische websites, kan worden veroordeeld voor training voor terreur.

Het Openbaar Ministerie (OM) kan na een uitspraak van het gerechtshof in Den Haag gemakkelijker optreden tegen Syriëgangers. De 23-jarige Omar H. werd gisteren in hoger beroep veroordeeld tot anderhalf jaar onvoorwaardelijke celstraf, wegens het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Het was voor het eerst dat een gerechtshof uitspraak deed op basis van een artikel uit de relatief nieuwe antiterreurwet, die op 1 april 2010 inging.

1 Waar gaat de zaak over?

H. werd in het voorjaar van 2012 opgepakt nadat de veiligheidsdienst AIVD had ontdekt dat hij concrete plannen had om naar Syrië te reizen. Daar wilde hij vechten tegen het regime van Assad. H. had toen al een kilo aluminiumpoeder, tien meter ontstekingslont en een gasflesje gekocht. H. bezocht ook sites die uitleggen hoe je explosieven maakt. En hij was actief op jihadistische sites. Bij de politie verklaarde hij bereid te zijn om zijn leven te geven bij gevechten in het Midden-Oosten.

2 Wat oordeelde de rechtbank?

De rechtbank veroordeelde H. ruim een jaar geleden tot twaalf maanden cel, waarvan vier voorwaardelijk. Hij werd schuldig bevonden aan voorbereiding van brandstichting en voorbereiding van het tot stand brengen van een ontploffing. Het OM vond dat H. ook de nieuwe antiterreurwet had overtreden, namelijk het artikel dat deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme strafbaar stelt. Maar de rechtbank sprak hem daarvan vrij. Onder meer omdat zijn acties, zoals een visum aanvragen, zo concreet waren dat hij het stadium van trainen allang voorbij was.

3 Waarom verwerpt het hof die uitspraak?

Volgens het gerechtshof kun je dat wetsartikel prima toepassen op de zaak van H. Het is duidelijk dat H. deed aan zelfstudie ter voorbereiding op het plegen van een terroristische misdrijf. En ook zelfstudie valt onder training. Uitgebreide en gedetailleerde informatie zoeken over het maken van explosieven en veel jihadistische sites bezoeken: dat is wel degelijk een vorm van training, zegt het hof.

4 Is iedereen die uit nieuwsgierigheid een jihadsite bezoekt nu strafbaar?

Dat was wel wat de verdediging opvoerde tijdens de rechtszaak. Maar het hof zegt in zijn arrest dat duidelijk moet zijn waaróm de verdachte die training – in dit geval zelfstudie – volgde. Er moet een „kwalijk oogmerk” zijn. Door de aankoop van het aluminiumpoeder en de ontstekingslont was duidelijk wat H.’s doel was met die websites. Volgens het hof kan bij het toepassen van deze wet ook de achtergrond van de verdachte duidelijkheid bieden: „Diens haat tegen de Westerse wereld; zijn fascinatie voor terroristisch geweld; het radicaliseringsproces dat de verdachte heeft ondergaan.”

Een wetenschapper die professioneel een jihadsite bezoekt, wordt dus niet zomaar veroordeeld.

5 Wat betekent deze uitspraak voor volgende jihadzaken?

Het OM heeft nu extra bevestiging gekregen dat het dit wetsartikel kan inzetten tegen mensen die een reis naar Syrië hebben voorbereid, maar nog niet vertrokken zijn. „Ons arsenaal is uitgebreid”, zegt een OM-woordvoerder.

Dat bevestigt hoogleraar strafrecht Geert-Jan Knoops. Maar, zegt hij, de advocaat van H. kan nog cassatie aantekenen bij de Hoge Raad. Dus het OM moet niet te vroeg juichen. Volgens Knoops heeft de Hoge Raad bij eerdere uitspraken over terrorismewetten „een wat een behoudender koers gevaren”. Knoops: „Het zou niet de eerste keer zijn dat de Hoge Raad op deze wetgeving een hof terugfluit.”