Collega’s? Uiteindelijk ga je tóch van ze houden

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter
Meer tips? Volg @japked op Twitter

Natuurlijk heb ik collega’s die ik het liefst met een fonduevork door de poep zou willen trekken. Best wel veel eigenlijk. En toch en toch en toch – zijn ze me allemaal dierbaar. Bij ons op kantoor lijkt het de helft van de tijd, wat zeg ik, eigenlijk de hele tijd, op een uit de hand gelopen borrel met kruimelige gebaksdozen en dropveters, met als enige verschil dat we af en toe een rapport moeten lezen, een wetenschapper moeten bellen en dat er niet altijd alcohol bij is.

Mijn stelling is dat je het niet kunt helpen dat je uiteindelijk van je collega’s gaat houden, ook van de natte kranten en de etters. Omdat je zoveel tijd met ze doorbrengt, krijg je zelfs voor de grootste eikel nog begrip. Een ziek kind, een hond die ze moesten laten inslapen of nog veel erger: doordat je zo veel van ze ziet en meemaakt, vergroei je uiteindelijk met je collega’s. Ik kwam er laatst een keer pas op de fiets achter dat er nog ééntje aan me vastzat.

Ik heb een wereldkaart thuis met knipperende lichtjes, waar ze allemaal zijn, wat ze doen en waar ze heengaan – ik doe eigenlijk alles met mijn collega’s. Ik droom van ze, ga met ze naar plattelandsdiscotheken, ik foeter ze uit, ga met ze kanoën en ik heb met ze gewandeld in de sneeuw. Ik had er ooit één die kotste in mijn beslagkom en ik kan je vertellen: wie in je beslagkom kotst, is niet snel uit je hart.

Natuurlijk nodig je ze thuis uit! Net als bij vrienden is het goed te kijken hoe ver je kunt gaan. Sterker nog, dat is bij collega’s nog belangrijker dan met vrienden, want met collega’s moet je prestaties neerzetten. Dus opper je om naar het naaktstrand te gaan, of een dagje met alle kinderen naar de IKEA. Wie op komt dagen, daar kun je nog jaren mee vooruit.

Ze zijn ook altijd in de buurt, collega’s. Een enorm voordeel vind ik dat. Vrienden moet je opbellen en inplannen, maar er is altijd wel een collega die met je naar de kerstnachtmis wil, naar de Efteling of de Côte d’Azur. Je hoeft ook nooit te zeggen ‘je had erbij moeten zijn’, want ze zijn erbij. Altijd.

Een collega is ook altijd een goed excuus. Dat ze vragen met wie was je, en dat je zegt ‘gewoon, met een paar collega’s’. Terwijl het natuurlijk helemaal niet gewoon is, collega’s. Collega’s zijn goud. Ze kennen je baas en je hoeft ze nooit wat uit te leggen. Voor je het weet onderteken je je mails op kantoor met een kruisje, zeg je lieve schat en ga je ze missen.

En ze weten ook zoveel! Hoelang draadjesvlees moet sudderen, hoe het ook weer zat met het verband tussen inflatie, geldschepping en de langjarige rente en of het wat is, die pleasure gels van Durex. Eigenlijk het enige nadeel van collega’s, vind ik: dat ze stelselmatig te weinig tijd voor me hebben. Dan loop ik ze te zoeken tussen de printers en dan zijn ze aan het werk, of op sabbatical of thuis – dat is het ergste.

Want je bent natuurlijk niet alleen collega’s met je collega’s. Je bent wapenbroeders, en er is niets wat zo verbroedert als een strijd samen gestreden. Als je geen vrienden hebt op je werk, heb je eigenlijk al verloren.