IS slaat nu ook toe in instabiel Libië

IS claimt de aanslag op een luxehotel in Tripoli: 9 doden. Ze zouden de dood van een Al-Qaedaleider willen wreken.

Gewapende mannen hebben gisteren het hotel Corinthia in de Libische hoofdstad aangevallen. Ze brachten een autobom tot ontploffing bij de ingang van het vijfsterrenhotel en openden het vuur op de gasten. De aanslag vestigt de aandacht op de etterende wond die Libië is geworden.

Onder de doden zijn zeker vier bewakers en vijf buitenlanders: een Amerikaan, een Fransman, twee Filippijnen en een Zuid-Koreaan. Er zou ook sprake zijn van drie slachtoffers uit een voormalige Sovjetrepubliek, maar dat is niet bevestigd. De daders zouden zijn gedood toen een van hen een handgranaat tot ontploffing bracht.

De aanslag is op sociale media opgeëist door een groep die zich de Provincie Tripoli van de Islamitische Staat noemt. IS beheerst in Libië voornamelijk de stad Derna, in het oosten van het land. De aanslag zou een vergelding zijn voor de dood van Al-Qaeda-leider Abu Anas al-Liby in een ziekenhuis in New York op 2 januari als gevolg van een leverziekte.

Al-Liby werd in 2013 in Libië opgepakt door de Amerikanen en naar de VS overgebracht. Hij werd verdacht van de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Tanzania en Kenia in 1998, waarbij ruim 200 doden vielen.

Vijf dagen na Al-Liby’s arrestatie werd toenmalig premier Ali Zeidan uit hetzelfde hotel gekidnapt door een groep die hem verweet dat hij de Amerikaanse operatie had goedgekeurd. Zeidan werd na zes uur bevrijd.

Het Corinthia is eigendom van de gelijknamige Maltese hotelketen. Het is een van twee luxehotels op de boulevard van Tripoli. Vanwege het comfort en de beveiliging is het hotel favoriet bij buitenlandse diplomaten en zakenlui, maar ook bij Libische politici. Oud-premier Zeidan woonde in het Corinthia, net als de huidige, zelfverklaarde premier van de regering in Tripoli, Omar al-Hassi, die op de 22ste verdieping logeert.

Al-Hassi werd door zijn lijfwachten in veiligheid gebracht, al lopen de verklaringen uiteen of dat voor, tijdens of na de aanval gebeurde. Personeelsleden hebben gezegd dat ze al enkele dagen eerder waren gewaarschuwd dat er een bedreiging was tegen het hotel.

Omar Khadrawi, hoofd veiligheid in Tripoli, zei tegen persbureau Reuters dat de aanvallers al-Hassi wilden vermoorden. Maar de aanvallers gingen niet naar de 22ste maar de 24ste verdieping. Die wordt normaal gebruikt door de delegatie van Qatar, maar er waren geen diplomaten aanwezig.

Tripoli wordt sinds vorige zomer gecontroleerd door een alliantie van lokale milities en moslimfundamentalisten, die bekendstaat als Libische Dageraad. De alliantie weigert de nieuwe regering te erkennen die voortkwam uit de verkiezingen van juni vorig jaar en die in de stad Bayda in het oosten van het land zetelt. De moslimfundamentalisten verloren de verkiezingen.

De regering in Tripoli zegt dat de aanslag het werk was van „vijanden van de revolutie, de oorlogsmisdadiger Khalifa Haftar en de buitenlandse krachten achter hem”. Haftar is een oud-generaal die vorig jaar de oorlog verklaarde aan de fundamentalistische milities in Benghazi. Hij is nu geallieerd met de regering van premier al-Thinni in Bayda.

Die laatste beschuldigt Libische Dageraad ervan dat het geallieerd is met extremisten. Al-Hassi heeft Ansar al-Sharia, de groep die in verband is gebracht met de dodelijke aanslag tegen het Amerikaanse consulaat in Benghazi in 2012, ooit omschreven als „eenvoudig, mooi en beminnelijk”.

Volgens de Libische analist Mohamed Eljarh toont de aanslag vooral aan dat de chaos in Libië een voedingsbodem is geworden voor terroristische groeperingen. „Al-Hassi en de zijnen zien Haftar als vijand nummer één en geloven dat de vijand van hun vijand hun vriend is”, schrijft hij in het blad Foreign Policy. „Nu heeft IS een signaal afgegeven dat het niemands vriend is behalve van degenen die hun onvoorwaardelijke trouw zweren.”

Volgens Eljarh moeten de Libische politici, die in Genève bijeen zijn voor gesprekken over de vorming van een regering van nationale eenheid, dit beseffen en dringend tot een compromis komen. „Deze terroristische groeperingen zijn nu de grootste bedreiging voor de toekomst van het land. Een verdeeld land is kansloos.”