‘Ik wil echt tonen hoe de Gouden Eeuw eruitzag’

De research is gedaan, het scenario is af. Nu alleen het geld nog. Jean van de Velde (‘Hoe duur was de suiker’) zou dolgraag een film maken over de Hollandse tulpenmanie in de zeventiende eeuw: zijn droomproject.

Foto Rien Zilvold
Foto Rien Zilvold

Er is een propvolle boekenplank in mijn kast waar ik al jaren tegenaan kijk. Elke keer herinnert die plank me aan de film die ik het liefst zou maken, maar waar het nooit van is gekomen. Ik heb zoveel literatuur over het onderwerp verzameld, zoveel onderzoek gedaan. Sterker nog: het scenario is al af. Ik zou zo aan de slag kunnen.

„Een film over de tulpenmanie in Nederland rond 1630. In die tijd was de tulp een statussymbool. De juiste tulp, de geaderde tulp, was net zo veel waard als een grachtenpand. Maar niemand wist welke bol die tulp zou opleveren. Daarom werd er gespeculeerd – vaak in kroegen die als casino’s werden gebruikt. Het ontwrichtte de hele samenleving. Iedereen was bezig met rijk worden, maar er werd regelmatig lucht verkocht. Eigenlijk zoals in onze tijd in de jaren voor de kredietcrisis gebeurde. De geschiedenis herhaalt zich. Daarom wil ik deze film maken. Het is maatschappelijk relevant en laat de lelijke kanten van het kapitalisme zien. Maar het is ook gewoon een fascinerend verhaal.

„Voor die film heb ik 8 miljoen euro nodig, daarom heb ik hem nooit gemaakt. Ik wil Nederland namelijk laten zien hoe het toen echt was. Een tijd waarin overal drooggemalen stonden om land te winnen, maar ook overzee land werd gewonnen. Die periode tot leven wekken, kan alleen als je grote sets kunt bouwen en computergraphics gebruikt.

„Film is een kostbaar medium. Je moet het goed gebruiken. Het is een kick als de hele zaal lacht. Maar ik vind het belangrijker dat je er ook iets mee vertelt. Dat het iets zegt over het leven.

„Toen ik vorige week zag dat een 17-jarige Syriëganger was gedood, dacht ik meteen: dáár zou iemand een film over moeten maken. En dan geen houtje-touwtjeproductie gefilmd in een flatje, op een schoolpleintje en in een krakkemikkig moskeetje, zoals we vaak noodgedwongen doen in Nederland. Maar een grote, mooie productie waarin we die jongen leren kennen en volgen tot in Syrië. Die buitenlandse scènes kun je in Marokko draaien De reden dat het niet gebeurt is geld. Producenten en geldschieters denken dat het grote publiek dat niet wil zien. Alsof we alleen maar naar vrolijke films willen. Daarom worden dat soort geëngageerde films altijd voor een appel en ei gemaakt. Dat mijn film Wit Licht, over een kindsoldaat in Afrika, wel groot gemaakt kon worden, heb ik te danken aan Marco Borsato. Een grote ster kan ervoor zorgen dat je veel meer geld krijgt. Dat is wereldwijd zo.”