Hier slaat Boko Haram straks weer toe

Boko Haram bedreigt de grootste stad in het noordoosten van Nigeria. Inwoners van Maiduguri voelen zich als ratten in de val.

Als Caleb Bitrus na drie keer overgaan zijn telefoon opneemt, klinken luide knallen en geschreeuw op de achtergrond. Dat zijn geen nieuwe gevechten, verzekert hij, maar de geluiden van een stad die weer ontwaakt na een nipte ontsnapping aan de dood. „Alles is nu kalm en ordelijk in Maiduguri. Maar we lopen groot gevaar. We kunnen geen kant op.”

De paniek in Maiduguri dringt door tot ver in het zuidwesten van Nigeria, in Lagos de grootste stad van het land, waar zijn familie per telefoon contact houdt met de achterblijvers. Afgelopen weekend openden militanten van Boko Haram op drie fronten de aanval op Maiduguri, een stad van meer dan een miljoen inwoners in de meest noordoostelijke deelstaat van Nigeria. Maiduguri zou de hoofdprijs zijn in de wens van de militanten een kalifaat te stichten in deze uithoek van het land. Het Nigeriaanse leger houdt er stand. Maar de opluchting daarover komt tezamen met veel zorgwekkender nieuws.

De grote legerbasis in het stadje Mongunu, 130 kilometer ten noordoosten van Maiduguri, is met een paar ferme klappen in handen gevallen van Boko Haram. De basis was de belangrijkste buffer voor Maiduguri. De school voor officierskinderen valt als eerste in handen van de militanten. Woningen worden platgebrand. „Alles staat in brand, alles wordt vernietigd”, zegt Caleb, die afgaat op berichten van vluchtelingen uit die stad. Grote voorraden wapens worden buitgemaakt. Vrachtwagens vol regeringssoldaten vluchten naar Maiduguri. „Het leger hier weigerde die vluchtende soldaten toe te laten tot de barakken. Dat moet een bevel zijn geweest van bovenaf. Ze moesten terug om te gaan vechten.”

Het advies is: niet vluchten. ‘Maar we kúnnen ook helemaal niet vluchten’

De gouverneur van Borno staat waarschuwt de inwoners van Maiduguri zich niet door angst te laten overweldigen. „Ik vraag alle inwoners van de staat Borno niet in paniek te raken. Dit is onze grond. Laat je niet leiden door angst. Vlucht niet, blijf waar je bent”, verklaart gouverneur Kashim Shettima tegenover een programma van de BBC dat wordt uitgezonden in de lokale Hausa-taal. „Maar we kunnen niet weg”, zegt Caleb Bitrus over een krakende telefoonlijn. „Het vliegveld is alleen nog beschikbaar voor militairen en politici. De weg is te onveilig.”

Caleb Bitrus is een christen. Zijn vader was tot zijn overlijden voorganger in de plaatselijke EYN-kerk. Een groot deel van zijn familie is gevlucht naar buurland Kameroen. Andere familieleden vertrokken eind vorig jaar naar Lagos om Boko Haram te ontvluchten. Joseph Bitrus vertrok in september en woont nu op een van de eilanden waarover de megastad Lagos is uitgestrekt. Bellen met zijn familie kost hem zichtbaar moeite, machteloos over de duizenden kilometers die hen scheiden. De grond in Maiduguri werd hem te heet onder de voeten. Ver voor de beweging de aandacht van de wereldpers opeiste, moest hij in het gebied voorzichtig zijn met zijn geloof in het overwegend islamitische noorden van het land.

Geweld tegen niet-moslims is al van lang voor Boko Haram bestond

Geweld tegen niet-moslims in Borno dateert al uit de jaren 60 en 70, lang voordat Boko Haram bestond. „Ik gaf me vaak uit voor Youssouf”, zegt Joseph, gekleed in het voetbalshirt van het nationale team van Spanje. Een cadeau van een Spaanse collega op de bouwplaats waar hij werkt. „Ik ging naar school met moslims. Ik spreek Arabisch zoals zij. Ik kan reciteren uit de Koran. Toen islamitische jongeren jaren geleden het busbedrijf van de christelijke eigenaar voor wie ik werkte aanvielen, heb ik me er zo uitgered.”

De eerste kerken in Borno gingen in 2000 in vlammen op. Toen rond 2006 de Deense Mohammed-cartoons werden gepubliceerd, gingen nog eens 57 kerken plat. Op zijn mobieltje laat hij beelden zien van de leider van Boko Haram, Abubakar Shekau, die zijn machinegeweren, raketwerpers en banden vol kogels zegent. „God zegene ons geloof die ons deze wapens hebben gegeven om tegen christenen te vechten”, spreekt Shekau tot de camera . „Ze wachten niet eens meer tot we zijn gearriveerd. Ze rennen al weg voor we er zijn. Laten we nog grotere wapens brengen, nog grotere bommen om christenen te vermoorden.”

Maar Boko Haram richt zijn geweld niet alleen maar op christenen

Christenen zijn niet het exclusieve doelwit van Boko Haram. De beweging pleegt zelfmoordaanslagen tot in de hoofdstad Abuja. Bij een aanval op zes dorpen in de staat Adamawa werden volgens plaatselijke autoriteiten de kelen van mannen doorgesneden, meisjes ontvoerd. De terreur is een vrijbrief voor criminelen in het gebied geworden. „Als moslimjeugd tegenwoordig een kerk in brand zet, dan geven ze Boko Haram de schuld”, zegt Joseph Bitrus. Hij vreest het leger zoals hij Boko Haram vreest. „Als Boko Haram ergens heeft huisgehouden is alle jeugd verdacht. Wie wegrent als het leger komt, wordt neergeschoten. Zo ben ik ook vrienden kwijt geraakt.” Zo wint Boko Haram zijn rekruten.

De meedogenloze tactieken van het Nigeriaanse leger voeden de onvrede, voeden de beweging die zich niet alleen afzet tegen westers onderwijs, maar tegen al het falen van de seculiere (en corrupte) staat. Werkloosheid teistert het noorden, dat zich steeds meer uitgesloten voelt.

Elke aanslag van Boko Haram bewijst de onmacht van de christelijke zuiderling Goodluck Jonathan die op 14 februari hoopt te worden herkozen als president van Nigeria. „Als ik president van Nigeria zou worden, dan zou ik het land in tweeën delen: een deel christelijk en een deel moslim”, zegt Joseph Bitrus. En zouden dan alle problemen van Nigeria zijn opgelost? Joseph zwijgt.