‘Het mag geen fröbeltoets worden’

De rekentoets komt er, zo besluit de Kamer vandaag. De minister en de staatssecretaris leggen uit waarom.

Ze kennen de kritiek. De rekentoets deugt niet, hij is te talig, te moeilijk, kinderen zullen massaal zakken. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) en minister Jet Bussemaker (Onderwijs, PvdA) kunnen de bezwaren van scholen, leerkrachten en onderwijsorganisaties inmiddels wel dromen. Maar ze zetten door. De toets moet er komen. Anders gaat het rekenniveau op scholen nooit omhoog, zeggen de bewindslieden. En dat moet nu écht gebeuren.

Want leerlingen rekenen slecht. Acht jaar geleden bleek al uit onderzoek onder pabo-studenten dat de helft van de eerstejaars die leraar willen worden, slechter rekende dan goede leerlingen uit groep acht van de basisschool.

Toenmalig staatssecretaris Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) bedacht dat het rekenonderwijs op de vooropleidingen van de studenten beter moest. En zo introduceerde zij de rekentoets, voor voortgezet onderwijs en het mbo. Experimenten gingen van start. Dat bleek geen succes: het merendeel van de scholieren zakte. En alle kritiek volgde

Toch houden staatssecretaris Dekker en minister Bussemaker vast aan invoering van de rekentoets, weliswaar in afgezwakte vorm. Vanaf aankomend schooljaar telt de toets definitief mee. Dat betekent: wie faalt voor de test, haalt zijn diploma niet.

Dat is dé grote zorg van scholen. Dat de examenregel te pittig is.

Dekker: „Pubers gaan niet hun best doen voor een fröbeltoets die niet meetelt. De toets is een stok achter de deur. Zodat leerlingen hun best doen. En scholen ook. Een aantal onderwijsinstellingen is goed bezig. Maar er zijn ook scholen waarvan ik denk: potverdorie, wat hebben jullie zitten doen de afgelopen tijd? Dat moet beter, anders komen we nooit vooruit.”

Het onderwijs vreest voor een slagveld. Duizenden leerlingen die zakken voor hun eindexamen.

Dekker: „Het doet me denken aan de discussie van een paar jaar geleden, toen de eindexameneisen werden aanscherpt. Onderwijsorganisaties schreven toen ook boze brieven over scholieren die massaal zouden zakken. Maar dat bleek helemaal niet waar. Sterker nog, het aantal geslaagden nam juist toe.

„Ik snap dat scholen de invoering spannend vinden. Er hangt ook echt wat vanaf. Maar met deugdelijk onderwijs haalt het gros van de leerlingen er wel een voldoende voor.”

En dat is nu juist waar iedereen bang voor is: dat leerlingen die geen goed rekenonderwijs krijgen de dupe worden.

Bussemaker: „We hebben verschillende aanpassingen gedaan om ervoor te zorgen dat dat niet gaat gebeuren. De norm is verlaagd. Leerlingen kunnen dit jaar met een 4,5 slagen. Scholieren krijgen vier kansen om de toets te halen. En jongeren die moeizaam rekenen, kunnen een aangepaste versie van de toets maken. Want wij vinden het ook belangrijk dat leerlingen niet de dupe worden.”

Er is ook veel kritiek op de inhoud van de rekentoets. De test zou te moeilijk en te talig zijn.

Dekker: „We hebben geluisterd naar de kritiek. En er veel aan gedaan om de toets te verbeteren. Daar hebben honderd docenten uit het onderwijs hard aan gewerkt. Er zitten vragen bij waarbij leerlingen uit het hoofd moeten rekenen. Maar er zijn ook opdrachten met een verhaaltje. Geen lange teksten, maar uit het leven gegrepen voorbeelden. Denk aan een advertentie voor een mobiele telefoon waarbij scholieren moeten uitrekenen hoeveel ze moeten betalen per maand.”

Bussemaker: „Dat zijn belangrijke opdrachten. Waar iedereen mee te maken krijgt in het leven. Goed rekenen dient een maatschappelijk belang. Je wilt ervoor zorgen dat mensen niet verlinkt worden als ze een mobieltje kopen, maar goed kunnen uitrekenen wat de kosten zijn.”

Moet het realistisch rekenen – sommen in verhaaltjes – daarom op scholen blijven?

Dekker: „Uit onderzoek blijkt dat je niet per se beter gaat rekenen van hoofdrekenen. Je gaat ook niet per se beter rekenen van realistisch rekenen. Je gaat beter rekenen van beter rekenonderwijs. Ongeacht of je nu kiest voor realistisch of toegepast rekenen. In de toets zitten beide onderdelen.”

Jullie zouden met het star invoeren van de rekentoets voorbijgaan aan de commissie-Dijsselbloem. Die stelde in 2008 dat de politiek zich te veel bemoeit met scholen. En dat er geen vernieuwingen moeten plaatsvinden als daar geen draagvlak voor is in het onderwijs.

Bussemaker: „Er is wel degelijk draagvlak. Vanmorgen nog kregen we een brief van jongerenorganisatie JOB. Die schrijven dat de rekentoets moet doorgaan omdat ze goed rekenonderwijs willen. Ze schrijven: ‘Pak scholen aan die dit niet bieden.’

„Ook 24 docenten uit het voortgezet onderwijs ondertekenden een brief, waarin zij met klem vragen de toets door te laten gaan. Ze hebben zoveel tijd en energie gestoken in het verbeteren van het onderwijs. Ze zeggen: laat ons niet in de steek. Dat zou toch ook zonde zijn?”

Sommige experts zeggen: pak niet de middelbare scholen aan, maar het basisonderwijs.

Dekker: „We moeten ergens beginnen. En voor je het weet, kom je in een cirkelredenering terecht waarbij iedereen naar elkaar gaat wijzen. De hogescholen klagen over het rekenniveau van studenten die net van de middelbare school komen. De middelbare scholen zeggen dat ze pas goed onderwijs kunnen geven als de basisschool het op orde heeft. En die wijst op zijn beurt weer naar de pabostudenten.”