Griekse schuldsanering werkt noordelijk radicalisme in de hand

Hoe kan een Duits of Fins parlement ooit nog voor een EU-reddingsoperatie stemmen als de Griekse schulden deels worden kwijtgescholden?

Gideon Rachman ziet er niets in.

illustratie martin sutovec

Syriza heeft de Griekse verkiezingen gewonnen. Maar even opzienbarend is misschien wel de aanzienlijke vooruitgang die deze ‘ultralinkse’ partij boekt in de strijd om de opinie van de elite in het Westen.

Veel gevestigde economen en beleidsmakers zijn zo verontrust over de toestand van de Griekse economie dat ze zich hebben aangesloten bij de stelling van Syriza dat de enige oplossing gelegen is in een drastische verlaging van de Griekse staatsschuld, die 175 procent van het bruto binnenlands product bedraagt.

„De Griekse schuld moet proportioneel zijn,” zei een Engelssprekende hoge beleidsmaker in Davos tegen me. „En de Duitsers moeten niet vergeten dat ze in de jaren vijftig ook van een officiële schuldverlichting hebben geprofiteerd.” In brieven van Nobelprijswinnaars en verschillende opiniestukken zijn soortgelijke argumenten aangevoerd.

Helaas zou een expliciete kwijtschelding van Griekse schulden meer problemen in Europa veroorzaken dan oplossen. Er zijn drie grote negatieve gevolgen te verwachten. Ten eerste zou in Noord-Europa politiek verzet ontstaan dat extreemrechtse en nationalistische partijen zou versterken. Ten tweede zouden ultralinkse en antikapitalistische partijen in landen als Spanje, Portugal, Italië winnen aan geloofwaardigheid en niet alleen aandringen op soortgelijke schuldafschrijvingen, maar ook op veel meer sociale bestedingen – iets wat het marktvertrouwen een knauw zou geven. Ten derde zou de vertrouwensbreuk tussen de diverse EU-lidstaten na een mogelijke afschrijving van de Griekse schulden het veel moeilijker maken om de Unie als geheel bij elkaar te houden.

De nadruk op de onbuigzame houding van Duitsland roept emotionele vragen over de Tweede Wereldoorlog op. Maar dit verdoezelt het gegeven dat bijna alle Europese schuldeisers van Griekenland eenzelfde standpunt innemen. Het was voor politici in landen als Finland en Nederland heel moeilijk om voor steunverlening aan Griekenland te pleiten. Hun sceptische burgers bleken te vermoeden dat ze misschien wel nooit zouden worden terugbetaald.

Alexander Stubb, de premier van Finland, wijst erop dat de Finnen aan Griekenland ongeveer 1 miljard euro hebben geleend – oftewel bijna 2 procent van de jaarlijkse overheidsbegroting. Om de helft van dat geld af te schrijven zou voor Finland – een land dat ook een diepe crisis heeft doorgemaakt – politiek rampzalig zijn. De nationalistische partij van de Ware Finnen zou hiervan zeker profiteren.

Dit patroon zou zich elders herhalen – vermoedelijk ten gunste van het Front National in Frankrijk en de PVV in Nederland. Carl Bildt, oud-premier van Zweden, gaf een idee van de reactie in Noord-Europa toen hij twitterde: „Syriza heeft in Griekenland de verkiezingen gewonnen met de belofte dat de belastingbetalers in de andere eurolanden hun nog meer zullen betalen. Je moet maar durven.”

Ook voor de politiek van Duitsland – de hoeksteen van de EU – zouden de gevolgen schadelijk zijn. De partij Alternative für Deutschland (AfD), die aan haar verzet tegen de euro nu ook een afkeer van de immigratie heeft toegevoegd, zou zeker winst boeken. Een van de grootste prestaties van bondskanselier Angela Merkel is dat ze in Duitsland eenzelfde opkomst van een extreemrechtse partij als in Frankrijk, Oostenrijk en Nederland heeft voorkomen. Die prestatie loopt nu gevaar.

Ultralinks Europa is ook aanhanger van Syriza. Het idee dat ze gemakkelijk van schulden en bezuinigingen af zouden kunnen komen, moet voor geplaagde landen als Spanje, Portugal, Ierland en Italië ongelooflijk verleidelijk zijn. Partijen als Podemos in Spanje, Sinn Féin in Ierland en de Vijfsterrenbeweging in Italië, van de komiek Beppe Grillo, zullen meer aanhang krijgen als Syriza de Griekse schuld drastisch weet terug te brengen. Maar het vooruitzicht van een stagnerende schuldaflossing in de hele eurozone – vooral in Italië of Spanje – zou vervolgens de markt opschrikken en het gevaar van een nieuwe financiële crisis aanwakkeren. Daar zou iedereen onder lijden.

Maar ook zonder een beweging naar de politieke uitersten of een financiële paniek zou de schade groot zijn als Griekenland zijn schulden niet meer aflost. De EU kan eigenlijk alleen functioneren als al haar leden geloven dat de andere landen hun financiële verplichtingen jegens elkaar zullen eerbiedigen en de Europese wetgeving zullen gehoorzamen.

Zodra deze gedachte afdoend wordt ondergraven, zal het vrijwel onmogelijk worden om toekomstige overeenkomsten te sluiten. Hoe kan een Duits of Fins parlement ooit nog worden overgehaald om voor een Europese reddingsoperatie te stemmen? En hoe zouden gekoesterde denkbeelden – zoals een bankenunie – nog vooruitgang kunnen boeken als het onderling vertrouwen vervliegt?

Dit wil allemaal nog niet zeggen dat Griekenland maar gewoon moet blijven lijden. Ook al is de totale omvang van de Griekse schuld angstaanjagend groot, er is nog wel het een en ander mogelijk – behalve regelrechte wanbetaling. De rente die Griekenland op zijn schuld betaalt, is al verlaagd en opgeschort.

Dit beleid van ‘pappen en nathouden’ zou kunnen worden uitgewerkt om de schuldenlast nog verder te verlichten. Aflossingen zouden kunnen worden opgeschort totdat de Griekse economie weer een zekere bestendige groei doormaakt. Dit in combinatie met de recente radicale monetaire maatregelen van de Europese Centrale Bank en de lagere olieprijzen die de Griekse economie zouden helpen om de groei aan te jagen.

Natuurlijk zou het zoveelste rommelige EU-compromis veel minder opwindend zijn dan de kwijtschelding van schulden waar Syriza het over heeft. Maar gelet op alle andere gevaren lijkt een saai compromis merkwaardig aantrekkelijk.