Franco is formidabel onleuk in veelbesproken ‘The Interview’

Met vertraging bereikt The Interview toch nog de Nederlandse bioscopen, na eerst een cyberoorlogje en een enorme internationale rel te hebben veroorzaakt tussen de VS en Noord-Korea. Een bar slechte film, die niettemin geschiedenis heeft geschreven. Had de grote leider van Noord-Korea, Kim Jong-un, zich maar koest gehouden, dan hadden de recensenten de film vermoedelijk een kopje kleiner gemaakt zonder dat hij een vinger had hoeven te verroeren.

De film is een onemanshow van James Franco, die zich hier van zijn meest schmierende kant laat zien. Zijn kompaan Seth Rogen is een echt grappige acteur, die bovendien iets kwetsbaars in zijn uitstraling heeft die de gladheid van Hollywoodmachine overstijgt. Rogen heeft in het verleden niet alleen grove, maar ook grappige films gemaakt, maar in The Interview heeft hij zich beperkt tot de rol van aangever tegenover de formidabel onleuke James Franco.

Misschien een vorm van overcompensatie: Rogen is niet alleen een van de hoofdrolspelers van de film, maar ook een van de schrijvers en co-regisseur. Wellicht heeft hij boven alles de indruk willen vermijden dat hij zichzelf de beste grappen en scènes heeft gegeven. Een vergissing, nu moet Franco te veel het komische werk doen.

Franco is de gladde, leeghoofdige talkshowhost die zijn brood verdient met celebritynieuws die een scoop heeft als hij de dictator van Noord-Korea exclusief kan interviewen. Rogen is zijn producer, die wel een stel hersens heeft en wil laten zien dat hij meer in zijn mars heeft dan tabloidnieuws. De mannen laten zich door de CIA overtuigen dat ze de dictator tijdens het interview een kopje kleiner moeten maken. Volgt: eindeloos uitgesponnen grappen rond geheime wapens die tussen de billen verdwijnen, verleidelijke geheim agenten en meer van dat werk; knullig, slordig en zonder brille over het voetlicht gebracht.

Net zoals in de hele affaire die rond The Interview is ontstaan zowel de hackers van Noord-Korea als de bepaald niet moedige Hollywoodstudio’s er niet al te best zijn uitgekomen, zo is het ook in de film. Aan de ene kant de met stereotypen uitgebeelde rare dictator van een raar landje waar we niks van af weten; aan de andere kant de meest infantiele poep- en plashumor die de Amerikaanse amusementsindustrie in huis heeft. Zowel het internationale incident als de film zelf kent geen winnaars, laten we het daar maar op houden.