EU werkt niet zonder grootmoedigheid

Gisteren herdachten we de bevrijding van Auschwitz-Birkenau en daarmee van alle vernietigings- en concentratiekampen uit deTweede Wereldoorlog. Auschwitz symboliseert de bijna onbeschrijfelijke en onuitspreekbare gruweldaden waartoe mensen in staat waren, onder het regime van een land dat ooit erkend werd als een hoogtepunt in de westerse beschaving. De absolute betekenis van Auschwitz komt tot uiting in formuleringen als ‘nooit meer Auschwitz’ en ‘waar is God na Auschwitz?’

Tegelijkertijd staat de bevrijding van Auschwitz voor hoop: op vrede, op een menswaardig bestaan, op welvaart. Niet alleen hoop voor die schaarse, uitgeputte overlevenden, in Europa en in Azië, maar hoop omdat ondanks alles op diezelfde puinhopen iets nieuws gebouwd kon, nee, moest worden. Een nieuwe beschaving, geworteld in de oude, maar met grondwettelijk en internationaal vastgelegde rechten van iedereen, van tolerantie, samenwerking en openheid. Twee ontwikkelingen waren daarbij doorslaggevend. In het voorjaar van 1945, dus nog voor de Duitse overgave, begonnen de definitieve onderhandelingen die op 24 oktober leidden tot de oprichting van de Verenigde Naties door de geallieerden.

Vrij snel groeide het mandaat van de VN van vredeshandhaving tot wederopbouw en ontwikkeling. Parallel daaraan begonnen de landen in Europa gesprekken op basis van het plan van Jean Monnet uit 1945. Dat voorzag in het afromen van de Duitse staalindustrie ten behoeve van Frankrijk, maar al snel werd duidelijk dat alleen het bundelen van economische ontwikkeling tot stabiele vrede zou leiden. Als gevolg hiervan werd in 1951 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal opgezet. De beginselverklaring sprak van ‘de eerste concrete stap naar een Europese federatie, een noodzakelijke voorwaarde voor vrede’. Het elan waarmee met name Frankrijk zich over de vijandschap heen zette en wraakgevoelens kanaliseerde om te komen tot een verenigd Europa, vormt een kantelpunt in de geschiedenis van de westerse beschaving. Ook al omvatte dit elan een dosis eigenbelang, en was er oppositie, toch staan de visie en het doorzettingsvermogen van die tijd in schril contrast tot wat we nu beleven. Zwakke, naar binnen gekeerde lidstaten die bereid zijn Europa te laten falen. Geen staatsman (m/v) biedt tegenwicht aan de middelpuntvliedende krachten. Kortzichtig eigenbelang en kleinzerigheid vieren hoogtij. De manier waarop in de noordelijke lidstaten de Griekse crisis wordt behandeld, is tekenend. „Wie niet horen wil, moet voelen!” In het verlengde hiervan liggen de vooroordelen jegens lidstaten als Bulgarije en Roemenië, om over het gesol met Turkije maar te zwijgen. Europa is een angstig continent geworden. En niet zonder reden: Russische dreigingen, snel groeiend antisemitisme, afkeer van islamitische medeburgers en een onbeheersbare economische neergang.

Angst, egoïsme en kortzichtigheid bieden echter geen basis voor de toekomst. De bevrijding van Auschwitz en het einde van de oorlog zijn dit jaar zeventig jaar geleden. Er zijn dus meerdere generaties overheen gegaan die de oorlog niet hebben meegemaakt; die het lijden, de honger en de dood op zijn best uit verhalen hebben opgepikt en voor wie getallen als zes miljoen of tachtig miljoen (het totale aantal doden van WOII) geen speciale betekenis hebben. Zij zijn opgegroeid met de vanzelfsprekendheid van toenemende welvaart en persoonlijke vrijheid, niet met het besef van de inherente fragiliteit van de beschaving. Nog niet. Laten wij allemaal in de bevrijding van Auschwitz-Birkenau ook de vooruitziende blik van na de oorlog herdenken. Want zonder optimisme en grootmoedigheid komen we niet verder.