Eindelijk een gevoelige nederlaag voor IS

Koerdische militairen hebben Kobani heroverd op IS. De stad is van beperkte strategische waarde, maar kreeg symbolische betekenis door de media-aandacht.

Koerdische strijders gisteren tussen de puinhopen van een verwoest gebouw in Kobani. Foto EPA
Koerdische strijders gisteren tussen de puinhopen van een verwoest gebouw in Kobani. Foto EPA

Na 131 dagen van gevechten hebben Koerdische milities de Syrische grensstad Kobani heroverd op strijders van de Islamitische Staat (IS). Dat hebben Koerdische functionarissen en activisten van het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten gezegd.

Via sociale media verspreidden Koerden maandag foto’s van mannelijke en vrouwelijke peshmerga’s in Kobani die de overwinning vieren. Bij het vallen van de nacht klonken vanuit de stad geweerschoten om de val van de stad in te luiden.

„Ik kan de vlag van (de Koerdische militie) YPG zien wapperen boven Kobani”, zei Tevfik Kanat, een Turkse Koerd die na berichten over de bevrijding samen met honderden anderen naar de grens met Syrië was gegaan. „Mensen dansen en zingen, er is vuurwerk. Iedereen voelt een enorme opluchting”, zei hij tegen persbureau Reuters.

De val van de stad is een belangrijke overwinning voor de Koerden. Hoewel Kobani – een relatief kleine stad waar voor de oorlog 45.000 mensen woonden – beperkte strategische waarde heeft, kreeg de strijd grote symbolische betekenis. Mede door de massale aandacht van internationale media, die de strijd op de voet volgden vanaf de heuvels aan de Turkse kant van de grens.

Voor beide zijden had de strijd vooral veel publicitaire waarde. IS wilde zijn imago van machtige, onbevreesde terreurbeweging bestendigen om nieuwe rekruten te werven. Voor de notoir verdeelde Koerden groeide Kobani uit tot het brandpunt van een heroplevend nationalisme en een gevoel van eenheid. Milities van Syrische Koerden vochten zij aan zij met strijders van de verboden Turks-Koerdische arbeiderspartij PKK en peshmerga’s uit Irak.

IS veroverde honderden dorpjes

De gevechten om Kobani begonnen in september vorig jaar, nadat IS honderden dorpjes in de omgeving had veroverd. Voorafgaand aan de aanval op de stad vluchtten tienduizenden mensen halsoverkop de grens met Turkije over. Alleen Koerdische strijders bleven achter. Daarna begon een lange, slepende strijd om Kobani die aan zeker 1.600 mensen het leven heeft gekost, onder wie 1.196 jihadisten, aldus het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten.

Aanvankelijk werd de stad verdedigd door milities van Syrische Koerden, maar die dreigden de strijd te verliezen. Turkije weigerde versterkingen door te laten, maar na zware internationale druk lieten de Turken Iraakse peshmerga via Turks grondgebied naar Kobani reizen.

De strijd om Kobani werd een belangrijke test voor de Amerikaanse strategie om IS te bestrijden met een combinatie van luchtaanvallen en lokale troepen. Ondanks maanden van bombardementen, die tot grote verliezen leidden, bleef IS versterkingen sturen naar de stad in een poging te bewijzen dat de Amerikaanse strategie gedoemd was om te mislukken. Maar de Amerikaanse generaal die de acties van de internationale coalitie coördineert, voorspelde dat IS „zichzelf zou spietsen” in Kobani.

Zware bombardementen

De val van de stad lijkt het gevolg van betere coördinatie tussen Koerdische strijders en de internationale coalitie. Gevechtsvliegtuigen voerden de afgelopen dagen zware bombardementen uit – alleen zondag al zeventien. Van alle luchtaanvallen die de coalitie uitvoerde in Syrië was 80 procent gericht op Kobani.

Het Pentagon kon nog niet bevestigen dat de strijd om de stad gestreden is. Een woordvoerder zei dat de Koerden aan de winnende hand zijn en 90 procent van de stad controleren. „De strijd gaat door.”

Sommige Koerdische activisten waarschuwen dat de euforie voorbarig is. De Koerdische successen van de afgelopen dagen zouden het gevolg zijn van een tactische terugtrekking van de extremisten, die zich kunnen hergroeperen buiten de stad. Wellicht dat IS de strijders naar frontlinies elders in Syrië of Irak stuurt.

IS staat niet overal onder druk

Hoewel de val van Kobani een zware tegenstag is voor IS, betekent dit niet dat de terreurbeweging op alle andere fronten ook onder druk staat. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry zei vorige week in Londen dat de luchtaanvallen een succes zijn. Er zouden 6.000 IS strijders zijn gedood, en de helft van alle IS-commandanten zou zijn omgebracht. In het noorden van Irak verliest IS inderdaad terrein op Koerdische strijders en shi’itische milities, maar in het westen is de groep juist in het offensief.

Syrië is een ander verhaal. Volgens bronnen binnen de Syrische oppositie controleert IS nu meer grondgebied in Syrië dan in augustus toen de VS en hun bondgenoten begonnen met een luchtoperatie tegen IS. Maar op enkele Koerdische milities na heeft de internationale coalitie in Syrië geen lokale troepen die gebieden kunnen innemen waar IS is verzwakt door luchtaanvallen.

IS zwoer gisteren wraak voor de val van Kobani. In een geluidsopname die maandag op internet werd gezet riep Abu Mohammad al-Adnani, een woordvoerder van IS, aanhangers op om westerlingen aan te vallen met elk wapen dat voorhanden is, „of het nu geïmproviseerde explosieven zijn, kogels, een mes, een autobom of een vuist”.