Eigenlijk is iedereen tegen de rekentoets, behalve de minister

Vandaag spreekt de Kamer over de rekentoets. Leraren zijn tegen, maar hoe leer je klassen dan wél beter rekenen?

Het verzet tegen de rekentoets is als een duveltje uit een doosje. Telkens als het ministerie van Onderwijs denkt het doosje goed dicht te hebben geduwd, springt het duveltje er weer uit.

Dat gebeurde vorige week ook weer. Toen twee geduchte actievoerders, wiskundelerares Karin den Heijer en emeritus hoogleraar wiskunde Jan van de Craats, opnieuw overal in de media lieten weten faliekant tegen de toets te zijn. De toetsvragen zijn volgens hen ondeugdelijk. Den Heijer: „Als de moeilijke opdrachten iets meten, is het eerder toetsinzicht, leesvaardigheid en concentratievermogen dan rekenen – want leerlingen mogen hun rekenmachine bij de toets gebruiken.”

Bovendien stuurden zeven grote onderwijsorganisaties, waaronder de VO-raad, de Algemene Onderwijsbond en scholierenorganisatie Laks, een dag eerder al een brief aan de Tweede Kamer. Met het dringende advies de toets niet mee te laten tellen voor het eindexamen.

En dat terwijl een maand eerder staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) en minister Jet Bussemaker (PvdA) na aanhoudende kritiek hun plannen juist hadden bijgesteld.

Oké, ze willen de rekentoets wel definitief invoeren en laten meetellen voor het behalen van het diploma, maar de norm wordt aangepast – dus leerlingen hebben minder correcte antwoorden nodig om een voldoende te halen. Er komen drie herkansingen. Leerlingen die moeizaam rekenen, krijgen een aangepaste versie. En voor scholieren uit de laagste niveaus van vmbo en mbo geldt dat de rekentoets pas een jaar later meetelt.

Waarom is het verzet zo groot?

Maar de aanpassingen zijn dus blijkbaar niet voldoende om de tegenstanders mee te krijgen. Waarom niet? Waarom is het verzet in het onderwijsveld toch zo groot? Want ook de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren is tegen. En Beter Onderwijs Nederland, de Landelijke Ouderraad en CNV Onderwijs. Terwijl voor- en tegenstanders het over één ding wél eens zijn: leerlingen kunnen niet goed rekenen en dat moet veranderen.

Alleen de manier waarop levert onenigheid op. De regering wil het rekenniveau opkrikken met behulp van de rekentoets. Die moet scholen dwingen beter les te geven en scholieren dwingen harder te leren.

Maar als het rekenonderwijs nog niet overal op peil is, is het disproportioneel om leerlingen die een onvoldoende halen voor de rekentoets te laten zakken voor hun examen, zegt de een. Het rekenonderwijs moet niet op middelbare scholen worden aangepakt, maar op de basisscholen, zegt de ander.

Nee, het rekenonderwijs in Nederland deugt überhaupt niet, zeggen wiskundelerares Karin den Heijer en emeritus hoogleraar wiskunde Jan van de Craats.

Volgens hen zit het zo: kinderen leren op de basisschool niet systematisch rekenen met rijtjes, sommen en breuken. Ze krijgen geen duidelijke uitleg van rekenmethodes. En scholen oefenen te weinig, waardoor kinderen zich het rekenen niet eigen maken.

De sommen zitten verstopt in verhaaltjes, realistisch heet dat

Scholieren krijgen in plaats daarvan sommen die verstopt zitten in verhaaltjes, het zogenoemde realistisch rekenen. Sommen waarbij ze zelf op zoek moeten naar oplossingen. Dat is veel te ingewikkeld op die leeftijd, zeggen de twee. „Zeker voor kinderen die minder goed zijn in begrijpend lezen, die snappen de rekensommen niet. Terwijl ze wel slim genoeg zijn om te kunnen rekenen.” Dus moet de rekentoets van tafel, vinden Den Heijer en Van de Craats. „Want zolang dít probleem niet is opgelost, leer je kinderen nooit rekenen. En heeft de rekentoets ook geen enkele zin.”

Vandaag is er een algemeen overleg in de Tweede Kamer over de rekentoets. SP, D66, GroenLinks en CDA zijn tegen invoering. Kamerlid Jasper van Dijk (SP) liet aan persbureau ANP weten dat staatssecretaris Dekker „hiermee volledig voorbij gaat aan de commissie-Dijsselbloem die stelde dat er geen vernieuwing moet plaatsvinden als de maatregel geen draagvlak heeft in het onderwijs”.

D66-Kamerlid Paul van Meenen, oud-wiskundeleraar, vindt ook dat de toets moet verdwijnen. Scholieren gaan niet beter rekenen omdat de „afrekentoets” pas aan het einde van de opleiding wordt afgenomen, zegt hij. „Het rekenonderwijs moet beter, en dat begint al op de basisschool.”

De PvdA vervult een spilfunctie, hun steun geeft de doorslag. De partij twijfelde lange tijd. Maar gisteren liet Kamerlid Tanja Jadnanansing weten dat de PvdA de plannen van Dekker en Bussemaker zal steunen.

Een streep door de rekening van de tegenstanders. Want de toets komt er dus.