Opinie

Een rommeltje, dat Haagse Strafhof

De elektrische jaloezieën gaan omhoog en de vergelijking met een aquarium dringt zich op: midden tussen de vissen, en toch niet nat. Hier, op de publieke tribune van het Internationaal Strafhof in Den Haag, zit ik op drie meter afstand oog in oog met verdachte William Ruto, vicepresident van Kenia. Helaas is de zitting achter gesloten deuren, wat betekent dat ik wel kan zien wat er aan de andere kant van het kogelvrije glas gebeurt, maar niets kan horen. Ook de videoverbinding met een getuige in Kenia kan ik niet zien. Wel hoe één van Ruto’s advocaten, een adembenemend mooie vrouw, vragen stelt, bijgestaan door een mannelijke collega die af en toe een suggestie op een papiertje schrijft en het contact onderhoudt met de verdachte achter hem.

Verderop zit medeverdachte Joshua Sang vaag voor zich uit te kijken. Ruto heeft zeven advocaten, Sang twee. Maar die is dan ook slechts directeur van het radiostation Kass FM in Nairobi. Beiden worden ervan beschuldigd in 2007 en 2008 een etnische terreurcampagne te hebben ontketend, met honderden doden en gewonden, en tienduizenden vluchtelingen. Het proces loopt sinds 2013.

Het permanente Internationaal Strafhof – niet te verwarren met tijdelijke instellingen als de Tribunalen voor Joegoslavië of Rwanda – berecht sinds 2002 oorlogsmisdaden of ernstige mensenrechtenschendingen, wanneer nationale rechtspraak daarin niet kan of wil voorzien. Nederland en de stad Den Haag waren begin deze eeuw erg blij met de vestiging van dit hof – wij zien ons land graag als de navel van het internationaal recht.

Af en toe is het hof in het nieuws: toen deze maand één van de bevelhebbers van het Oegandese Verzetsleger van de Heer – bekend van zijn kindsoldaten – als verdachte in Den Haag arriveerde; of toen de Palestijnse staat onlangs als 123ste land toetrad tot het hof, onder luid protest van Israël (geen lid).

Maar je hoort eigenlijk nooit iets over wat ze er doen. In die lacune is nu voorzien door een meeslepend boek van journalist Tjitske Lingsma: All Rise. De grote ambities van het Internationaal Strafhof en de weerbarstige werkelijkheid. ‘Weerbarstig’ is hier een eufemisme. Er zijn sinds 2002 slechts twee veroordelingen geweest, van relatief ‘kleine vissen’. Lang is daarentegen de lijst mislukkingen: liegende getuigen, intimidatie, omkoping, geflopte zaken. Dat alle lopende rechtszaken Afrikaanse landen betreffen, roept kritiek over vooringenomenheid op. En zoals bekend doen talrijke landen – waaronder de Verenigde Staten en Rusland – niet mee. Lingsma schetst een ontluisterend beeld: zo’n mooi en hoog idee, de internationale rechtsorde, en dan zo’n rommeltje.

Gelukkig verrijst elders in Den Haag een prachtig internationaal justitiepaleis, ter vervanging van de tijdelijke behuizing in een kantoorgebouw naast de spoorlijn. Dan gaat het vast beter.

Na een halfuurtje houd ik het aquarium voor gezien. Naast de bushalte buiten wacht de limousine met chauffeur, waarin verdachte Ruto straks terug naar zijn hotel wordt gebracht.