Een kip van drie dagen ouder is nog geen duurzame kip

‘de kip van morgen’ Het moest een alternatief voor de plofkip worden, maar de consument zou er te weinig aan hebben. Want echt diervriendelijk bleek de betere kip niet.

foto thinkstock

Het is afgelopen met de ‘kip van morgen’. Eerst was Wakker Dier niet blij met het diervriendelijker kipidee. En begin deze week besloot de Autoriteit Consument en Markt dat de plannen met de kip niet mogen doorgaan, omdat de consument er te veel op achteruit zou gaan.

1 Wat is de kip van morgen?

„Er komt een andere kip in de supermarkten”, kondigde brancheorganisatie Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) begin 2013 aan. CBL en de supermarkten hadden paginagrote advertenties gekocht waarin de komst van het nieuwe, duurzame en diervriendelijke alternatief – zo claimden ze althans – voor de plofkip werd gemeld.

Kern van het idee: een kip met een beter leven dan de plofkip, overal in de winkel vanaf uiterlijk 2020. Die kip groeit langzamer, mag meer slapen, kan beter tegen ziektes en zit met minder in een hok. De kip van morgen (of een variatie daarop) is ondertussen al in sommige supermarkten verkrijgbaar.

2 Is de nieuwe kip een alternatief voor de plofkip?

Vanaf het begin is er kritiek. De duurzame kip blijkt namelijk maar drie dagen langer te leven, komt nog steeds niet buiten en zit met achttien andere kippen op één vierkante meter.

Het beter-leven-keurmerk van de Dierenbescherming krijgt de kip niet, Wakker Dier noemt het een teleurstellend plan en spreekt direct van de flopkip.

Een kwestie van kosten, zeggen de supermarkten. Een kip langer en beter laten leven, kost geld. Een kip met keurmerk van de Dierenbescherming zou een „te grote kostenpost” worden, erkende CBL destijds. En de consument zou extra kosten maar tot op zekere hoogte accepteren.

3 Waarom komt de kip er niet?

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) moest de laatste toets worden voor de kip van morgen. En die toets haalde de kip dus niet. De ACM noemt de afspraken voor de kip een overtreding van het kartelverbod en vindt het verplicht uit de supermarkt halen van gewoon kippenvlees „te ver” gaan. Concurrentie wordt door de samenwerking moeilijk tot onmogelijk gemaakt en de consument gaat erop achteruit, vindt de ACM.

Belangrijk voor het oordeel is dat ook de ACM vindt dat de kip niet duurzaam genoeg is. Als het de duurzaamheid aanzienlijk zou verbeteren, kon de gezamenlijke kip namelijk worden vrijgesteld van het kartelverbod.

Volgens de ACM gebeurt dit echter onvoldoende. De afspraken zijn volgens de autoriteit ook niet nodig om de duurzaamheid te verbeteren, dat kunnen supermarkten en pluimveesector zelf. En de klant wil best meer betalen, maar niet voor de „beperkte verbeteringen van de kip van morgen”.

Hoewel de ACM zegt dat de partijen nu onderzoeken of ze de afspraken kunnen aanpassen om wel te voldoenaan de mededingingswetgeving, heeft CBL-directeur Marc Jansen zijn conclusie al getrokken. De kip van morgen komt er niet.