Een flopkip in drie bedrijven

Supermarktafspraken over de ‘diervriendelijkere’ kip mogen niet. De ACM ziet er een kartel in.

In 2006 kostte een kilo slachtkip slechts 4 cent, nu 29 cent.
In 2006 kostte een kilo slachtkip slechts 4 cent, nu 29 cent. Foto ANP

Het is klaar met de ‘kip van morgen’. Eerst was Wakker Dier niet blij met het diervriendelijker kipidee. Begin deze week besloot de Autoriteit Consument en Markt dat de plannen met de kip niet mogen doorgaan omdat de consument er te veel op achteruit gaat. Een flopkip in drie bedrijven.

1 Kip van morgen

„Er komt een andere kip in de Nederlandse supermarkten”, kondigde brancheorganisatie Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL) begin 2013 trots aan. CBL en de supermarkten hadden paginagrote advertenties gekocht waarin de komst van het nieuwe duurzame, diervriendelijke alternatief – zo claimden ze althans – voor de plofkip werd gemeld.

Nederland kocht in 2013 96,8 miljoen kilo kip. Wéér meer dan een jaar eerder; in de jaren tachtig aten we ruim de helft minder kip. En dat heeft zijn weerslag op de productie: sinds 2000 is het aantal vleeskuikens per Nederlandse boerderij bijna verdubbeld.

Dit plan moest de eerste stap worden naar een oplossing voor die explosief gegroeide kipconsumptie en steeds groter geworden boerderijen. De kern van het idee: de pluimveesector en alle Nederlandse supermarkten waren het eens over een kip met een beter leven dan de plofkip, vanaf uiterlijk 2020 overal in de winkel. De kip groeit langzamer, mag meer slapen, kan beter tegen ziektes en zit met minder op een hok. Die kip van morgen (of een variatie daarop) is ondertussen al in sommige supermarkten verkrijgbaar.

2 Kip van vandaag

Vanaf het begin is er kritiek. De ‘duurzame’ kip blijkt namelijk maar drie dagen langer te leven, komt nog steeds niet buiten en zit met achttien andere kippen op een vierkante meter. Het Beter-leven-keurmerk van de Dierenbescherming krijgt ’ie niet, Wakker Dier noemde het een teleurstellend plan en sprak direct van de flopkip.

Een kwestie van kosten, zeggen de supermarkten. Een kip langer en beter laten leven, kost geld. Een kip met keurmerk van de Dierenbescherming zou een „te grote kostenpost” worden, erkende CBL destijds. En de consument zou extra kosten maar tot op zekere hoogte accepteren. Al is het na langdurige prijsverlaging wel iets normaler geworden om meer voor kip te betalen. Kostte een kilo slachtkip de producent in 2006 nog 4 cent, ondertussen is dat volgens cijfers van de Wageningen Universiteit 29 cent.

3 Kip van gisteren

De Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa, ondertussen de Autoriteit Consument en Markt, moest de laatste toets worden voor de kip van morgen. En ook díe toets haalt de kip niet.

Het blad Boerderij had het rapport vorige week al ingezien, en het definitieve oordeel bevestigde maandag: de ACM noemt de afspraken voor de kip een overtreding van het kartelverbod en vindt het verplicht uit de supermarkt halen van gewoon kippenvlees „te ver” gaan. Concurrentie wordt door de samenwerking moeilijk tot onmogelijk gemaakt en de consument gaat erop achteruit, vindt de ACM.

Belangrijk voor het oordeel is dat ook de ACM vindt dat de kip niet duurzaam genoeg is. Als het de duurzaamheid aanzienlijk zou verbeteren, kon de gezamenlijke kip namelijk worden vrijgesteld van het kartelverbod. Volgens de ACM gebeurt dit echter onvoldoende. De sectorbrede afspraken zijn volgens de autoriteit ook niet nodig om de duurzaamheid te verbeteren, dat kunnen supermarkten en pluimveesector zelf. En de klant wil best meer betalen, maar niet voor de „beperkte verbeteringen van de Kip van Morgen”.

Hoewel de ACM zegt dat de partijen nu onderzoeken of ze de afspraken kunnen aanpassen om wel te voldoenaan de mededingingswetgeving, zegt CBL-directeur Marc Jansen te stoppen met de nieuwe kip. Bedrijven en supermarkten zijn er sinds begin 2013 mee bezig gegaan, maar CBL zal zich „er niet meer mee bemoeien”.

CBL zegt teleurgesteld, gefrustreerd en bezorgd te zijn over de uitkomst, te vinden dat sectorbrede afspraken wél nodig zijn, en de zaak met staatssecretaris Dijksma (PvdA, Economische Zaken) te gaan bespreken. CBL verbaast zich er in een gezamenlijke verklaring met Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO) en FNLI (Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie) over dat de overheid actief aanspoort iets aan de problemen te doen met dit soort afspraken, terwijl een andere tak van de overheid „tegenwerkt”. De organisaties vrezen dat dit besluit ook gevolgen voor ándere plannen heeft. Over gezonder eten of kinderarbeid bijvoorbeeld. Uit verschillende hoeken klinkt nu de oproep de regels dan maar aan te passen. „De politiek is nu aan zet”, aldus Jansen.