Delta Lloyd versus toezichthouder DNB: het is hard tegen hard

Waarom was Delta Lloyd de enige verzekeraar die op deze grote schaal rentederivaten heeft verkocht?

Illustratie Studio NRC

Noem het vooral geen voorkenniszaak, zeggen ze bij Delta Lloyd. Toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) legde de verzekeraar weliswaar een boete van 22,8 miljoen euro, eiste het vertrek van Delta Lloyds financieel directeur Emiel Roozen, en repte van handelen op basis van vertrouwelijke informatie. Maar als je handelt met voorkennis ben je onbetrouwbaar, en die kwalificatie werpt de verzekeraar verre van zich.

Bovendien, als het hier om een voorkenniszaak zou gaan, zou de AFM zich er wel over gebogen hebben, zei Jean Frijns, president-commissaris van Delta Lloyd. Dat was niet zo, dit was een kwestie voor DNB, de ándere toezichthouder.

Ook Delta Lloyds reactie op DNB was ongekend en getuigde van een sterk geloof in de goede afloop: niet alleen besloot de verzekeraar om de boete en de zogeheten ‘heenzending’ bij de rechter aan te vechten, ze besloot ook om dit via een persbericht openbaar te maken. Delta Lloyd zette in op openbare rehabilitatie, in plaats van een stille overwinning. Dat moest wel, zegt Delta Lloyd, omdat je koersgevoelige informatie niet mag verzwijgen voor de aandeelhouders. Tegelijkertijd eist Delta Lloyd in een kort geding, dat morgen dient bij de voorzieningenrechter in Rotterdam, dat DNB het boetebesluit geheim houdt.

Hard tegen hard dus, in een zaak die volgens velen in de financiële wereld tekenend is voor de strengere opstelling van de toezichthouder sinds de financiële crisis. En eveneens voor de wrevel die dit kan wekken bij de instellingen die zij controleert. Een zaak ook waarin geen van de betrokkenen commentaar wil geven, zolang er juridische procedures lopen.

Vertrouwen

Wat duidelijk is, is dat dit conflict draait om vertrouwen. En om een cultuur van vertrouwelijkheid tussen toezichthouder en financiële instellingen, die nu een deuk heeft opgelopen.

Dit is wat we wel weten, op basis van gesprekken met betrokkenen.

Als Frijns zegt dat dit geen zaak van de AFM is, vermeldt hij er niet bij dat de zaak eerst wel bij de AFM gemeld is. Die heeft na onderzoek geconcludeerd dat er niet is gehandeld met voorkennis, maar wel op basis van vertrouwelijke informatie.

Het draait allemaal om de invoering van de zogeheten vaste rekenrente voor verzekeraars, op 2 juli 2012. Het Verbond voor Verzekeraars lobbyde hier al lang voor. Verzekeraars hadden last van de lage marktrentes, omdat hun beleggingsinkomsten achterbleven bij hun toekomstige verplichtingen. Met de invoering van de vaste rekenrente zouden verplichtingen die meer dan twintig jaar in de toekomst liggen op papier goedkoper worden. Dit zou de solvabiliteitspositie van de verzekeraars dus verbeteren, en zo de mate waarin zij zich moeten indekken tegen beleggingsrisico’s verlichten.

Vaste rekenrente

Delta Lloyd zat al een tijdje flink te hopen op een besluit van DNB om de vaste rekenrente in te voeren. De marktrentes liepen op, wat betekende dat de verzekeraar onnodig derivaten aanhield waarmee ze zich juist indekte tegen een lage rente. „Dat de-risken is peperduur”, zegt een ingewijde. „Hoe sneller je verkoopt als het niet meer nodig is, hoe beter.”

DNB moet uiterst zorgvuldig te werk gaan bij het invoeren van zo’n vaste rekenrente, Ultimate Forward Rate (UFR) in jargon. De toezichthouder wil de sector consulteren om te kijken of er problemen kunnen zijn die zij zelf niet voorzien heeft. Maar daarbij moet zij voorkomen dat marktpartijen een informatievoorsprong krijgen op andere. Daarom nam DNB contact op met het Verbond van Verzekeraars.

Op dinsdag 26 juni kwam er een telefonische uitnodiging van DNB binnen bij het Verbond. Het verzoek was om op vrijdag 29 juni langs te komen op het kantoor aan het Amsterdamse Frederiksplein. Volgens de ingewijde was het een uitnodiging om „van gedachten te wisselen over de rentetermijnstructuur”. Niet meer dan dat. Het woord UFR zou niet zijn gevallen, en er zou niet expliciet vermeld zijn dat het telefoongesprek vertrouwelijk was. Er was immers geen officiële informatie gedeeld. Delta Lloyd heeft volgens bronnen toen geprobeerd meer informatie te vinden.

Maar, zo zegt de ingewijde, „vanaf de 26ste kon iedereen binnen het verbond raden waarover het ging. Het zoemde”. Er werd rond die tijd al veel en openlijk over een mogelijke invoering van de UFR gedebatteerd. In Zweden en Denemarken waren recentelijk soortgelijke stappen gezet.

Honderden miljoenen

Op donderdag 28 juni verkocht Delta Lloyd voor honderden miljoenen euro’s aan rentederivaten. Omdat het kón, zegt de verzekeraar, niet omdat ze over informatie beschikte die anderen niet hadden. De solvabiliteit was zo gestegen dat de risicodekking omlaag kon, aldus Delta Lloyd. Bovendien was de informatie, die dus niet eens expliciet zou zijn, breed bekend in de markt, zei Delta lloyd in december.

Op vrijdag 29 juni bezochten Verbondsdirecteur Leo de Boer en voorzitter van de commissie Financieel-Economische Zaken (FEZ) Gerard van Olphen, een klein gezelschap toezichthouders bij DNB. Daar hoorden ze dat er een vaste rekenrente zou komen, en kregen ze expliciet te verstaan dat dit vertrouwelijke informatie was. Op dat moment had Delta Lloyd dus al gehandeld. De maandag erna bracht DNB een persbericht uit met het besluit dat de vaste rekenrente vanaf de dag ervoor, zondag 1 juli, was ingevoerd.

DNB vindt desalniettemin, zo meldt een persbericht, dat Delta Lloyd financieel voordeel heeft behaald op basis van informatie die duidelijk vertrouwelijk was. Ook als er op de 26ste geen geheimhouding is geëist, moeten de verzekeraars begrepen hebben dat dit de bedoeling was, zegt een ingewijde. Dat hoort bij het vak en de positie van de betrokkenen. En als de informatie dan zo breed bekend was, en niet vertrouwelijk, waarom is Delta Lloyd dan de enige verzekeraar geweest die op deze schaal rentederivaten heeft verkocht?

DNB heeft markttransacties bestudeerd, betrokkenen verhoord, e-mailboxen opgevraagd en sms-verkeer nagelezen voordat zij tot dit boetebesluit kwam. Volgens ingewijden is de toezichthouder tegenwoordig juist nóg zorgvuldiger, omdat boetebesluiten sinds kort altijd gepubliceerd moeten worden, tenzij een rechter dat verbiedt.

Emiel Roozen was in die periode lid van de commissie FEZ en raakte zo op de hoogte van de telefonische uitnodiging. Wie binnen Delta Lloyd het initiatief heeft genomen om de derivaten te verkopen is onbekend. Volgens Frijns is het besluit genomen door de Raad van Bestuur. Een ingewijde meldt dat de hele group risk committee, met topman Niek Hoek als voorzitter, betrokken was.

Hoek kwam in die periode niet op kantoor. Hij verbleef het grootste deel van zijn tijd in het AMC, aan het ziekbed van zijn oudste zoon (toen 24). Die had begin juni een ernstig verkeersongeluk gehad en vocht voor zijn leven. Hoek volgde het werk vanaf zijn iPad.

Zwaar middel

Tussen Delta Lloyd en DNB bestond al langer frictie omdat de toezichthouder vond dat de verzekeraar te veel financiële risico’s nam. Delta Lloyd wees er dan op dat zij als enige grote verzekeraar geen staatssteun nodig had tijdens de crisis.

Dat Hoek vanuit het ziekenhuis geen handtekening heeft gezet onder de derivatentransacties, wordt hem nu niet aangerekend. Maar de ervaringen met Delta Lloyd wat betreft het negeren van aanwijzingen van DNB over het risicobeleid wegen wel mee in het boetebesluit.

Behalve de boete zette DNB nog een zwaar middel in: de hertoetsing. Sinds 2011 toetst DNB alle voorgedragen bestuurders van financiële instellingen op hun geschiktheid. Zij heeft ook de bevoegdheid om een bestuurder die al in functie is opnieuw te toetsen, als zij daar aanleiding toe ziet.

Voor Roozen pakte dit zoals bekend slecht uit. DNB verwijt hem een gebrek aan drie van de zestien vereiste competenties: „helikopterzicht & oordeelsvorming, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid”. Zijn betrouwbaarheid is onbetwist.

Vaak snelt het effect van een hertoetsing, of alleen al de dreiging ermee, de werkelijkheid vooruit. Liever een andere reden vinden om voortijdig je functie neer te leggen dan grote reputatieschade riskeren. In het geval van Roozen werkte dit averechts: Delta Lloyd werd er alleen maar strijdbaarder door.