De Togacolumn: Trial by media, of toch niet?

Staat de Roermondse politicus Van Rey geen eerlijk proces meer te wachten? Recent verweet hij het Openbaar Ministerie lekken uit het onderzoeksteam niet te hebben voorkomen, waardoor er karaktermoord op hem zou zijn gepleegd.

Van een lek bij het onderzoeksteam is echter niet gebleken. Het is niet voor het eerst dat het OM verantwoordelijk wordt gehouden voor berichtgeving in een bepaalde strafzaak. Een aantal keren is aandacht in de media voor bepaalde zaken uitgegroeid tot hype-achtige vormen. Denk aan de zaak van de zogenaamde ‘kopschoppers’ te Eindhoven, of de zaak van Benno L. De vraag is echter of het terecht is om het OM berichtgeving in de media aan te rekenen, dan wel of van het OM verlangd kan of mag worden dat het berichtgeving voorkomt.

Het gaat hier om de kwestie van beïnvloeding van de rechterlijke oordeelsvorming. Het komt in de gevallen die worden voorgelegd aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) regelmatig voor dat ‘slachtoffers’ van de media zich erover beklagen dat de Staat onvoldoende heeft gedaan om het vermoeden van onschuld of het recht op privacy van een verdachte te beschermen. De jurisprudentie van het Europese Hof geeft niet een duidelijk antwoord op deze vraag. Ook in de literatuur is een duidelijke opvatting niet te vinden. Het OM kan een opsporingsbelang hebben bij het informeren van de media. Het heeft ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid voor de voorlichting van burgers. Veel meer dan de vaak korte en zakelijke berichtgeving van politie en justitie zelf, zijn (social)media door massale, sensatiegerichte of gekleurde weergave van de feiten in staat de publieke opinie te beïnvloeden. Daar staat tegenover dat niet onderschat moet worden dat de media een belangrijk controlemechanisme vormen ten aanzien van het overheidsoptreden in strafrechtelijke onderzoeken en het strafproces.

Het gaat hier echter óók om persvrijheid. Persvrijheid – hoewel niet onbegrensd - is van cruciaal belang in een democratische samenleving. Temeer waar het gaat om zaken van publiek belang of zaken tegen publieke personen. Wereldwijd zijn er situaties bekend waar de overheid inderdaad kan voorkomen dat bepaalde berichtgeving verschijnt, bijvoorbeeld door (het dreigen met) het aanspannen van rechtszaken wegens smaad of laster tegen de betreffende journalisten of door (andere) ernstiger vormen van censuur. Deze situaties horen echter niet in een democratische samenleving thuis.

Media hebben het recht om over belangwekkende strafzaken te berichten. Dit ontslaat hen niet van de plicht om dit op integere en objectieve wijze te doen. De overheid handelt niet onrechtmatig wanneer zij op terughoudende wijze informatie over lopende strafzaken verstrekt aan journalisten. Het is de taak van de advocaat om in het strafproces tegenwicht te bieden indien berichtgeving in de media een rechterlijk oordeel over het vermoeden van onschuld van de verdachte op negatieve wijze zou kunnen beïnvloeden. Het is aan de rechter om los van politieke druk of druk vanuit de (social) media zich uiteindelijk een juist oordeel te vormen.

Miranda de Meijer is advocaat-generaal bij het ressortsparket in Den Haag. De Togacolumn wordt afwisselend geschreven door een advocaat, een vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie en een rechter. Volgende week Joyce Lie, bestuursrechter bij de rechtbank ‘s Hertogenbosch.

Reageren? Volledige naamsvermelding verplicht.