Auschwitz is een les die ook nu nog geleerd moet worden

Zeventig jaar na de bevrijding van het Duitse vernietigingskamp Auschwitz in Polen is het intens verdrietig om te moeten vaststellen dat Joden en andere minderheden zich opnieuw bedreigd voelen, ook in het vrije Europa. Synagoges moeten worden bewaakt, in Parijs werden eerder deze maand vier mensen vermoord in een kosjere supermarkt. In het land dus waar, volgens dagblad Le Figaro, het aantal antisemitische incidenten in 2014 op 851 uitkwam, een verdubbeling in vergelijking met een jaar eerder. Er zijn meer treurige getuigenissen van herlevend antisemitisme. De auteur van het boek Jodenhaat, Ron van der Wieken, vertelde gisteren in deze krant hoe op Nederlandse scholen sommige leerlingen de vingers in de oren stoppen of de leraar de rug toekeren als hij de uitroeiing van de Joden in de Tweede Wereldoorlog behandelt.

Niet wíllen weten – daar begint vervreemding mee. Dat voedt de afkeer van de ander, de xenofobie en de antipathie die als enige voedingsbodem iemands ras, afkomst, kleur of (on)geloof hebben. Vicepremier Asscher zei zondag in Amsterdam tijdens de Nationale Holocaust Herdenking: „Auschwitz is een waarschuwing voor wat er kan gebeuren als we wegkijken voor antisemitisme en discriminatie. Een waarschuwing die nog steeds nodig is.”

Hoogwaardigheidsbekleders uit vele landen waren gisteren bij de indrukwekkende herdenking van de bevrijding van Auschwitz, een van de concentratiekampen waarin miljoenen onschuldige mensen werden opgesloten, vernederd, mishandeld, en vermoord.

De leider van het Rusland ontbrak helaas, terwijl het toch het Rode Leger was dat Auschwitz in 1945 bevrijdde. Maar belangrijker was de aanwezigheid van driehonderd overlevenden. Als vertegenwoordigers van de hoop – en als levende getuigen van de gruwelijkheden. Roman Kent, 85 jaar en overlever van Auschwitz, trof allen in het hart met zijn oproep tot de wereldleiders: „We willen niet dat ons verleden de toekomst van onze kinderen is.”

Voorafgaand aan de herdenking sprak filmregisseur Steven Spielberg, maker van Schindler’s List, in Krakau, of Kraków, zoals de Polen schrijven. Hij zei tegen de overlevenden dat we opnieuw worden geconfronteerd „met de eeuwige demonen van onverdraagzaamheid”. De Duitse president Gauck onderstreepte dat Auschwitz „behoort tot de geschiedenis” van zijn land.

Zijn woorden, en die van Asscher, Spielberg en Kent, ze zijn allemaal waar; het is blijkbaar en helaas noodzakelijk dat ze steeds weer worden gezegd, hoe vanzelf ze ook zouden moeten spreken.

Dat is dus vooral wat die geschiedenisleraar moet doen die wordt geconfronteerd met de ruggen van leerlingen die niet willen weten. Blijven zeggen, blijven overtuigen. Hoe hardleers de mens ook is.