Afghaan geeft voor ministerspost Nederlandse pas op

Afghaans oud-generaal

Steunpilaar van het nieuwe Afghaanse kabinet van president Ashraf Ghani

„Nee, de generaal geeft geen interviews. Hij heeft het te druk met het voorbereiden van zijn werkzaamheden”, zegt een medewerker van de Afghaanse generaal b.d. Nur-ul-Haq Ulumi. „Maar ik weet zeker dat hij met de Nederlandse pers later wel wil praten.” Blijkbaar draagt Ulumi, die lang in Nederland woonde, het land dat hem ruim twintig jaar geleden als vluchteling opving, een warm hart toe. Zijn zoon en twee dochters wonen er nog altijd.

Gisteren werd de benoeming van Ulumi als minister van Binnenlandse Zaken door het Afghaanse parlement goedgekeurd. Onder dat ministerie vallen de politietroepen die strijd voeren met rebellen van de Talibaan, Hezb-e-Islami en het Haqqani-netwerk. Het parlement had hem, en nog zes voorgedragen ministers, eerder voor een regeringspost afgewezen omdat ze twee paspoorten hadden. Ulumi verzekerde het parlement gistermiddag dat hij zijn Nederlandse nationaliteit enkele dagen eerder had afgelegd. Dat werd bevestigd door het Afghaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Een aangetrouwd familielid in Kabul begrijpt wel dat Ulumi (geboren in Kandahar in 1941) bereid was zijn Nederlanderschap op te geven. „In Nederland had hij niets. In Afghanistan is hij iemand. Hier kan hij iets betekenen.” Ulumi verliet Afghanistan nadat Kabul in 1992 in handen was gevallen van de mujahedeen, die met westerse steun vanuit Pakistan ten strijde trokken tegen de communistische regering van president Mohammed Najibullah.

Ulumi speelde als hoge officier in het communistische leger een grote rol bij de succesvolle verdediging van de oostelijke stad Jalalabad tegen de mujahedeen. Maar na het vertrek van de Russische troepen in 1989 waren de jihadstrijders niet tegen te houden. Na de strijd bij Jalalabad was Ulumi enige tijd gouverneur van de belangrijke provincie Kandahar. Uiteindelijk kwam hij terecht in Kabul. Het was Ulumi die als generaal in 1992 de overgave van de Afghaanse hoofdstad met de mujahedeen regelde. „Toen het konvooi [van mujahedeenstrijders] arriveerde en Ulumi vertelde dat hij de leiding had, explodeerde de straat in de meest verbijsterende uitbarsting van vreugdevuur die ik ooit heb meegemaakt”, schreef BBC-reporter Mark Urban, die de overgave had meegemaakt, 18 jaar later. In een interview met Urban liet Ulumi zich lovend uit over het communistische bewind en de ‘hulp’ van de Russen, die in 1979 Afghanistan waren binnengetrokken.

Na 1992 woonde Ulumi in Landgraaf. Hij keerde naar Afghanistan terug na de aftocht van de Talibaan eind 2001. Tussen 2005 en 2010 zat hij in het parlement. Daarna sloot hij zich als Pashtun en oud-communistisch generaal aan bij de Tadzjiekse ex-mujahed Abdullah Abdullah, tegen wie hij vroeger vocht: een verrassende combinatie. „Maar hij gelooft in het parlementaire systeem zoals Abdullah dat voorstaat”, zegt het familielid.

Ulumi geldt in Kabul als een van de meest ervaren en krachtige persoonlijkheden in het jonge kabinet. Iemand met schone handen, vrij van corruptie. Ook zijn loyaliteit, belangrijk in Afghanistans ingewikkelde landschap van stammenallianties, wordt geroemd.