8 uur kijken hoe anderen werken

Films van vijf uur, acht uur of zelfs zestien uur zijn geen zeldzaamheid meer op het festival in Rotterdam. Hoe slaat de kijker zich daar doorheen?

In Park Lanes van Kevin Jerome Everson zijn acht uur lang de werkzaamheden in een fabriek voor bowlingonderdelen te zien.

Maandagochtend, 9 uur. Terwijl de stad langzaam ontwaakt en de meeste mensen zich naar hun werk haasten, hebben zich in een klein zaaltje van de Rotterdamse Lantaren/Venster-bioscoop een stuk of twintig mensen verzameld om een werkdag lang film te kijken. Niet zoals de meeste bezoekers van het International Film Festival Rotterdam een stuk of vier achter elkaar. Nee. De film die op het programma staat duurt zelf precies een werkdag. Acht uur lang. En hij gaat over een werkdag. In een fabriek voor bowlingonderdelen. Het is een vervreemdende ervaring om vanuit de passiviteit van de bioscoopstoel te kijken naar mensen die werken.

Park Lanes van Kevin Jerome Everson is zeker niet de langste film van het festival, die duurt zestien uur en bestaat uit een zweefvlucht over de grenzen van het voormalige IJzeren Gordijn. Die Narbe Deutschland draait niet in een filmtheater, maar in kamer 901 van het Nhow Hotel, waar je achteroverliggend in de kussens mee kunt vliegen over bossen en rivieren. Daar tref ik twee jonge twintigers met een baby. Sanne Krul en Sidney Huddleston Slater zijn niet per se op de lengte van de film afgekomen, al stelt de setting ze wel in staat om er lang naar te kijken. Hun prille ouderschap noopt ze om dit jaar andere keuzes te maken dan ze als trouwe festivalbezoekers normaliter doen. „En sowieso zijn films die op ongewone plekken worden vertoond echt iets voor ons. Iets wat anderen misschien vreemd of ongewoon vinden trekt vaak juist onze aandacht.”

Digitale camera’s en harddrives

Lange films zijn door de komst van digitale camera’s en harddrives waar steeds grotere bestanden op kunnen worden opgeslagen een steeds meer voorkomend verschijnsel op internationale festivals. Zelfs de epische Hollywoodfilms duren tegenwoordig standaard tegen de drie uur. In een tijd dat iedereen steeds meer haast lijkt te hebben en alles hapsnap consumeert, brengen die lange films rust en concentratie. En belangrijker nog: besef van duur. Want hoe lang duurt eigenlijk een uur, of twee, of acht? Lange films brengen eenheid terug in een versnipperde tijd.

De Filippijnse filmmaker Lav Diaz, terugkerende gast op het festival, is de ongekroonde koning van de Slow Cinema, die ook Long Cinema is. Zijn films als Evolution of a Filippino Family en Melancholia duren met gemak 10 uur lang en horen tot de langste in de filmgeschiedenis.

Diaz was eind vorig jaar in Nederland als een van de laureaten voor de Prins Claus Prijs en vertelde hoe hij bij het maken van zijn films nooit nadenkt over hun lengte: „Ik zie het meer als de Russische filmmaker Andrei Tarkovski, die cinema boetseren met tijd noemde. In die zin kun je mijn films zien als sculpturen. Ze zijn af als ze af zijn, en duren zo lang als ze duren. Niemand vraagt zich ook af hoe lang een beeldhouwwerk duurt, of een schilderij. Niemand klaagt erover dat Der Ring des Nibelungen van Wagner zestien uur duurt. Of dat je een week over een boek kunt doen.”

Hij heeft nog een andere reden voor het maken van lange films: „Het is ook verzet tegen de Hollywooddoctrine die voorschrijft dat films drie aktes moeten hebben en twee uur moeten duren omdat ze anders commercieel ten dode opgeschreven zouden zijn. Maar ik maak geen consumptiegoederen. Ik maak kunst. Dus ik hoef me ook niet te verantwoorden tegenover de wetten van de markt. Laat de eeuwigheid maar uitmaken welke films belangrijk zijn en welke niet.”

Toiletten in de zaal

Diaz’ nieuwste film From What Is Before is met z’n 338 minuten een korte film voor zijn doen. Het semi-autobiografische verhaal over de eerste jaren van de Marcos-dictatuur begin jaren zeventig werd in augustus in Locarno met een Gouden Luipaard bekroond en draait nu ook in Rotterdam. De bezoekers op het IFFR zijn voorbereid: Marie-José Sondeijker en Akiem Helmling hebben verse jus bij zich en een tas vol etenswaren. „Weggaan is geen optie. Als de maker het zo bedoeld heeft, dan is het ook de bedoeling dat we het zo bekijken. Toen River of Fundament (5,5 uur) van Matthew Barney op het Holland Festival werd vertoon hadden ze twee pauzes ingelast. Dat kan eigenlijk niet. Dan doe je geen recht aan het kunstwerk.” Ze komen trouwens niet per se op de lengte van de film af, al maakt de festivalcontext het wel makkelijker om lange films eens rustig te bekijken. Maar: „Een film kan wat mij betreft tien uur duren of vijf minuten. Maar we komen meer op van die extreme lengtes af, want de kans dat je die films daarna nog eens elders kunt zien is zo goed als nihil.”

In de rij staat ook Madeleine Molyneaux, producent van Park Lanes. Zij heeft nog wel wat overlevingstips voor lange films. „Het beste zou zijn als je helemaal geen sanitaire stop hoefde te maken, of als er toiletten aan de zijkant van de zaal zouden zijn zoals in Cannes of in sommige operahuizen.

„Ik heb van tevoren een lange wandeling gemaakt, het liefste was ik gaan zwemmen. Verder veel water gedronken en een driedubbele espresso, maar lang genoeg van tevoren zodat je het meeste vocht alweer kwijt bent. Wat ook belangrijk is: niet te warm aankleden en niet te veel eten van tevoren, want dan blijf je het meest alert.”