‘‘1984’ blijkt verontrustend actueel’

Aanstormende jonge choreograaf maakt dansvoorstelling geïnspireerd door George Orwell en Wikileaks

Scène uit Jasper van Luijks voorstelling Savages, gebaseerd op George Orwells ‘1984’ en ‘Brave New World’ van Aldous Huxley
Scène uit Jasper van Luijks voorstelling Savages, gebaseerd op George Orwells ‘1984’ en ‘Brave New World’ van Aldous Huxley Foto Menno van der Meulen

In het werk van choreograaf Jasper van Luijk (27) gaat het altijd over intermenselijke verhoudingen. Een beetje een afgekloven topic, geeft hij toe, maar wel eindeloos boeiend. Tijdens Cadance, het festival voor moderne dans van eigen bodem, gaat Savages in première, het nieuwste werk van Van Luijk, een van de interessantere jonge makers van dit moment.

De invloedrijke, dystopische romans Brave New World van Aldous Huxley en 1984 van George Orwell vormden de inspiratie voor een choreografie over de mechanismen in een mini-maatschappij. „Wat als in zo’n microsamenleving onduidelijk is wie de macht heeft?”, vraagt Van Luijk zich af, „of als een of meer personen zich aan de groep willen onttrekken? Hoe verhouden mensen zich dan tot elkaar, hoe lossen ze conflicten op?”

Huxley en Orwell zijn, als het over controlemechanismen gaat, altijd actueel gebleven, vindt hij. Hij verwijst naar de manier waarop de Golfoorlog aan het publiek is ‘verkocht’, de propaganda van de grootmachten tijdens de Koude Oorlog.

Onvermijdelijk spelen ook de affaires rond Edward Snowden en Wikileaksvoorman Julian Assange een rol bij zijn keuze voor dit onderwerp. „Je wordt natuurlijk gevoed door de media. Onze toegang tot informatie is tegenwoordig enorm; iemand in de Gobi-woestijn heeft nu beschikking over meer data dan Reagan in zijn tijd. Bizar hoe snel dat is gegaan.”

Soms kiest Van Luijk in zijn choreografie voor een vrij concrete weergave van conflicten in de microsamenleving – bijvoorbeeld als de groep zich overduidelijk tegen een eenling keert – maar daartegenover stelt hij een abstractere, dansante vertaling van dergelijke situaties. Door ze uit hun context te wrikken, door scènes abrupt af te breken. „Ik wil een brug slaan tussen die twee uitersten om uiteindelijk een coherent verhaal te vertellen.”

Een lastige opdracht. Toch verkiest hij dans boven teksttheater om zijn ‘verhaal’ te doen. „Ik hou van teksttheater, maar het woord is zo definitief. Met een bewegend lichaam, hoe herkenbaar ook, blijft het gissen. Dat vind ik fijn.”

Al snel nadat hij aan zijn dansopleiding was begonnen, wist Van Luijk dat hij ‘meer creatiedrang dan dansdrang’ had. Op het toneel staan vond hij bovendien eng. Nog tijdens de opleiding presenteerde hij zijn eerste choreografieën in het Haagse Korzo theater. Sinds vier jaar bouwt hij aan een oeuvre. Hoewel dood, afscheid, isolement en moeizame menselijke relaties de rode draad vormen, wordt hij verrast door de vraag of hij een tobber is. „Nou... een beetje misschien. Ik kan ook licht door het leven huppelen hoor. Maar ik heb een neiging tot overreflectie, blijf in vraagstukken hangen. Als ik iets maak, trekt dat gewicht aan mijn enkels.”

Aan een ongelukkige jeugd ligt het niet: die was goed. Zijn relatie van tien jaar is dat ook. Het is een bepaalde geestesgesteldheid, zegt hij. „Ik voel dat je het leven alleen moet beleven. Er gebeurt zoveel meer in ieders hoofd dan je kunt communiceren. Dus ook als je met anderen bent, ben je alleen. Dat is intens triest, maar er komt ook veel moois uit voort.”