Zwitserse frank gaat de sport geld kosten

Dat hoor je nooit eens iemand zeggen: dat sport en monetair beleid niets met elkaar te maken hebben. Dat is maar goed ook, want de revaluatie van de Zwitserse frank gaat sporters en sportbonden geld kosten. Neem FC Barcelona als voorbeeld. Die club kreeg vorig jaar van de FIFA een boete van 450.000 Zwitserse frank opgelegd, wegens gerotzooi met transfers van jeugdspelers. Dit betekende dat de penningmeester 375.000 euro naar de wereldvoetbalbond moest overmaken. Zou dezelfde geldstraf nu worden uitgedeeld, dan was Barcelona bijna 443.000 euro armer.

Tientallen internationale sportfederaties hebben hun thuisbasis in Zwitserland. De FIFA dus, maar ook de UEFA, het IOC, de FINA (zwemmen), de AIBA (boksen) de IGF (golf), de FIH (hockey), de FIVB (volleybal) en niet te vergeten de UCI (wielrennen). De internationale sport spreekt ook recht in Zwitserland: het Hof van Arbitrage (CAS) heeft zijn hoofdzetel in Lausanne.

Zwitserland als toevluchtsoord voor sportbonden: toeval is dat niet. Het is handig om te verblijven in een land dat zo hecht aan zijn neutraliteit. Het is nog handiger dat zo’n land er een fiscaal vriendelijk regime op nahoudt. Zeker als dat land sportfederaties ziet als instellingen met een publieke nutsfunctie, zodat ze geen federale belasting hoeven te betalen. En het allerhandigst is het wel dat de Zwitserse wet de bonden behandelt als non-profit organisaties die onder het burgerlijk recht van Zwitserland vallen. Dat zijn andere woorden voor: ze kunnen zich heel wat ongestraft veroorloven. Geen wonder dat het Zwitserse parlement daar laatst over is gaan morren, gezien de reputatie van de FIFA.

De opwaardering van de Zwitserse munt kent een paar winnaars. Bijvoorbeeld de buitenlanders die in dienst zijn van de Zwitserse wielerploeg IAM, zoals de Nederlander Stef Clement. Als zij tenminste zo slim waren om in hun contract vast te leggen dat ze hun salaris in harde franken krijgen uitbetaald. De wielrenner die er 100.000 frank per jaar verdient, ving omgerekend een jaar geleden zo’n 81.000 euro en nu ruim 98.000 euro. Dat is, voor nog geen trap extra, een leuke loonsverhoging.

Maar wielrenners weten ook dat de UCI kwistig strooit met boetes; dat vormt een aardige inkomstenpost op haar begroting. Boetes in Zwitserse frank uiteraard. Dus, de wielrenner die in een klassieker in de laatste twintig kilometer nog drank of voedsel aanpakt: dat kost hem bijna 1.000 euro; dat was in 2014 nog rond 800 euro. Een dure hap.

De wereldkampioen die zijn regenboogtrui draagt in een andere wielerdiscipline dan die waarin hij zijn titel had verdiend: hup, een boete van een kleine 2.000 euro, omgerekend, en bij herhaling bijna 10.000. Je kunt het zo gek niet bedenken of de UCI weet er wel een boete voor.

Bij de UEFA, de Europese voetbalbond, zullen ze er intussen spijt van hebben dat ze enkele jaren geleden van de Zwitserse frank zijn omgeschakeld naar de euro als munteenheid. Ze klagen daar in jaarverslagen al over: het personeel moet namelijk wel in franken worden betaald. Dus dat wordt steeds duurder, zeker dit jaar.

In 2006 kreeg Feyenoord naar aanleiding van het wangedrag van supporters bij een wedstrijd in Nancy een als mild omschreven boete van de UEFA van 200.000 frank. Dat was toen 125.000 euro en zou nu bijna bijna 200.000 euro zijn geweest, afgezien van inflatie. Daar kun je toch al gauw, op Feyenoord-niveau, het salaris van een halve of hele spits van betalen.

Wees er dus niet verbaasd over als de UEFA zijn valutastrop gaat compenseren met het uitdelen van hogere boetes. Nog een mooie reden dus voor de aanhangers van Feyenoord, Ajax en andere voetbalclubs om zich dit jaar nou eens niet te gaan misdragen bij Europese wedstrijden.

Fatsoen is veel goedkoper.