‘We moeten sparen meer stimuleren of zelfs verplichten’

en Paul de Beer, onderzoekers

De verhouding tussen arm en rijk is niet veranderd. Het totale vermogen is alleen verdubbeld en de verzorgingsstaat is weg.

De rijkste 10 procent heeft 60 procent van het totale vermogen in Nederland
De rijkste 10 procent heeft 60 procent van het totale vermogen in Nederland

Veel Nederlanders zijn niet voorbereid op het verder terugtreden van de overheid. Drie miljoen huishoudens, vier op de tien, hebben schulden of maximaal 10.000 euro vermogen. Bij een onverwachte inkomensdaling, bijvoorbeeld door werkloosheid of arbeidsongeschiktheid, kunnen zij zichzelf vaak nog geen drie maanden tot een half jaar redden.

Dat concludeert econoom Aldert Boonen in het onderzoek Vermogen maakt verschil voor De Burcht, het Wetenschappelijke Bureau voor de vakbeweging, dat vandaag wordt gepubliceerd. De buffer van grote groepen Nederlanders is „volstrekt onvoldoende”, „zeker als ze steeds minder recht hebben op sociale zekerheid’’, zegt Boonen. „En het zijn niet alleen studenten, dat zijn er een paar honderdduizend. Het gaat ook om gewone gezinnen.”

Boonen heeft de vermogensverdeling in Nederland over de afgelopen twintig jaar in kaart gebracht. Hij begon in augustus 2013, nog voordat iemand van het boek Kapitaal in de 21e eeuw van de Franse econoom Thomas Piketty had gehoord en de discussie over de kloof tussen arm en rijk losbarstte.

Eenzijdig

„Het is terecht dat er veel aandacht is voor vermogensverdeling”, zegt Paul de Beer, hoogleraar arbeidsverhoudingen en directeur van De Burcht, „maar de discussie is ook eenzijdig. Het beeld is ‘links is tegen vermogen en rechts is voor’. Terwijl we eigenlijk voorbijgaan aan de functie van vermogen: het is een buffer voor het opvangen van financiële klappen. En dan is het wel weer belangrijk dat de verdeling niet al te scheef is.”

Veel huishoudens sparen niet extra, terwijl de ww-uitkering wordt verkort, de aow later ingaat, de eigen bijdrage in de zorg stijgt en de basisbeurs voor studenten is afgeschaft. De helft van de Nederlanders zegt zich financieel voor te bereiden op werkloosheid of een lager pensioen, maar in werkelijkheid doet slechts een kwart dat. Boonen: „Is het wel wenselijk dat de verzorgingsstaat verder inkrimpt?”

De Beer: „Het rechtvaardigt het om enigszins paternalistisch te zijn, vind ik. Misschien is het goed om af te spreken dat mensen meer moeten worden gestimuleerd of zelfs gedwongen om meer te sparen. Op het vlak van pensioenen is het geaccepteerd dat werknemers verplicht pensioen opbouwen, al is er wel enige discussie over keuzevrijheid. Als mensen meer eigen verantwoordelijkheid moeten dragen omdat de overheid zich terugtrekt, moet je ze ook beschermen tegen hun eigen kortzichtigheid.”

Kloof

Is de kloof tussen arm en rijk gegroeid in de laatste twintig jaar? Ja en nee, zegt Boonen. Op basis van CBS-cijfers heeft hij alle soorten privévermogen bij elkaar opgeteld, van spaargeld en aandelen tot antiek. Uitgezonderd pensioenvermogen, omdat dit geld is geblokkeerd in pensioenregelingen.

„De verhouding in de vermogensverdeling is nog hetzelfde als in 1993. De rijkste 10 procent van de Nederlanders heeft nog altijd 60 procent van het totale vermogen. In die zin is de ongelijkheid níet toegenomen. Maar absoluut gezien is het reële vermogen in die twintig jaar verdubbeld (1.166 miljard euro in 2012, red.). Het vermogen van de rijkste 700.000 huishoudens is gemiddeld met 400.000 euro gestegen, terwijl het vermogen van de twee miljoen armste huishoudens met misschien 3 à 4.000 euro is gestegen. Wat kun je nu met een paar duizend euro als je je baan verliest? Daarom is de ongelijkheid in de jaren toch gegroeid, vind ik.”

„De Beer: „En in 1993 kon je nog meer op het sociale vangnet vertrouwen als je je baan kwijtraakte en waren de zorg en het onderwijs nog vrijwel gratis. De verzorgingsstaat van toen is er niet meer.”

Superrijken

Maar het beeld uit de discussie over ongelijkheid ­ een kleine groep superrijken en een massa van minima ­ klopt ook weer niet, benadrukt De Beer. „Ja, er is een grote groep huishoudens die nauwelijks buffers heeft, maar daarboven zit een groep van dertig procent met een substantieel vermogen. Van een ton tot enkele tonnen, misschien een half miljoen. Het zijn niet alleen rijken, maar vaak wat oudere mensen die een goed salaris hadden en hun hypotheek hebben afgelost of hun huis goed hebben verkocht.”

Overigens, zelfs binnen de groep superrijken is de vermogensverdeling behoorlijk scheef, merkt Boonen op. De rijkste tien mensen uit de Quote 500 hebben bijna 44 miljard euro vermogen: eenderde van het totale vermogen dat alle 500 mensen op de lijst hebben.

Een belangrijke factor in vermogensopbouw blijkt eigen woningbezit, ondanks de forse daling van de huizenprijzen. Huizenbezitters hebben een aantal voordelen ten opzichte van huurders, volgens Boonen. Ze bouwen geleidelijk vermogen op door af te lossen tegen een ‘vaste’ rente, terwijl huurders niets sparen en te maken hebben met huurstijgingen. Huizenbezitters sparen meer: ze moeten zelf het onderhoud betalen en een inkomensval kunnen opvangen. Sociale huurders daarentegen krijgen meer subsidie als hun inkomen daalt.

De overheid is een andere factor in de ongelijkheid, want per saldo wordt vermogen in Nederland gesubsidieerd, volgens Boonen. De hypotheekrenteaftrek, ooit bedacht om eigen woningbezit en vermogensopbouw te stimuleren, kost de overheid circa 14,3 miljard euro op jaarbasis (2012). En de overheidsinkomsten uit vermogen, zoals eigen woningforfait, rendementsheffing en erfbelasting, leveren jaarlijks niet meer dan 13,2 miljard op. Boonens conclusie: vermogens worden jaarlijks met ruim 1 miljard euro gesubsidieerd.

Belastingvoordelen

De overheid kan ook iets doen aan de scheve vermogensverdeling, volgens Boonen. Mensen stimuleren tot sparen, bijvoorbeeld door herintroductie van de fiscaal vriendelijke spaarloonregeling (2011). De belastingtarieven voor werkenden, ondernemers en aandeelhouders zouden gelijk getrokken kunnen worden. Ook pleit Boonen ervoor om bepaalde belastingvoordelen voor huizenbezitters af te schaffen, zoals de spaarhypotheek met optimale hypotheekrenteaftrek.

„Veel mensen moeten meer buffers opbouwen. Misschien denken dat ze wel dat zij nooit hun baan verliezen of ziek raken. Dan moeten we ze toch even wakker schudden.”