Want het antisemitisme flakkert op, ook in Nederland

Hier hadden Joden het altijd goed, zegt Ron van der Wieken van het Centraal Joods Overleg. Dat is niet meer zo.

Vlak bij de Amsterdamse synagoge waar Ron van der Wieken pleegt te komen, staat een roc waar veel leerlingen met een islamitische achtergrond komen. Af en toe zagen ze er eentje spuwen in de richting van het Joodse gebedshuis. Het bestuur van de synagoge besloot de leerlingen uit te nodigen, onder het motto ‘leer je buren kennen’.

Vierduizend jongeren zijn in de loop der jaren op bezoek geweest. Volgens een vast stramien: eerst een filmpje waar ook om te lachen valt, daarna een gesprek aan tafel. Daarbij wordt de leerlingen gevraagd om hun eerste associatie met het woord ‘Jood’ op een papiertje te schrijven. Anoniem. ‘Ajax’ wordt vaak opgeschreven, ‘geld’, ‘Israël’ en ‘Palestijnen’. En een keertje: ‘Jodenkoeken. Maar ik lust ze alleen als ze zwartgeblakerd zijn.’ Of: ‘Ik haat jullie. Jullie vermoorden moslims. Ik wil dat jullie doodgaan.’

„Ik bespeur geen ontzetting bij de medeleerlingen over zo’n opmerking”, zegt Van der Wieken, gepensioneerd cardioloog, vicevoorzitter van het Centraal Joods Overleg en auteur van het boek Jodenhaat dat eind vorig jaar verscheen. „Soms is er gêne bij de leerkracht die de klas begeleidt. Maar eentje zei ook: ‘Daar moet je niet van schrikken, hoor. Jullie doen toch hetzelfde in Gaza?’”

Leerlingen met vingers in de oren

Zo’n houding kom je overal in het onderwijs tegen, zegt Van der Wieken. Als de geschiedenisles is aanbeland bij de jodenuitroeiing in de Tweede Wereldoorlog, stoppen leerlingen hun vingers in de oren of gaan met de rug naar de leraar zitten. Wat doet die? „Meestal niets.” Van der Wieken vindt die houding exemplarisch voor de nonchalance waarmee de samenleving reageert op oprispingen van antisemitisme, zoals hij dat ziet opflakkeren. „Het is een minder groot taboe dan het was. Dat heeft te maken met de toestroom van andere culturen. Het rauwe antisemitisme van nogal wat islamitische groepen was eerst een vreemd verschijnsel in Nederland. Maar langzamerhand zie je de maatschappij eraan wennen en opschuiven in die richting. Het geeft ons het gevoel dat we alleen worden gelaten.” Nederland gold lang als de villawijk van Europa, zegt hij. „We zaten hier altijd goed. Nu hoor je niet alleen gepensioneerden meer praten over verhuizing naar Israël, maar ook jongeren.”

Joden zijn de kanariepietjes van de maatschappij, zegt hij met een verwijzing naar de vogeltjes die in de mijnen werden ingezet om mijngas te bespeuren – kanaries gaan al van hun stokje bij een lichte dosis. „Joden merken vaak als eerste dat er iets ernstig dreigt mis te gaan. Zo hebben wij een gevoel ontwikkeld voor de ontrafeling van de samenleving. En die is nu bezig.”

Bescherming en waakzaamheid

Vandaag is het zeventig jaar geleden dat Auschwitz werd bevrijd. Afgelopen weekend was er een herdenking in Amsterdam. Daar kwamen nog overlevenden van de concentratiekampen, maar de oorlog raakt steeds verder uit zicht, zegt Van der Wieken. Des te belangrijker dat in het onderwijs tolerantie wordt onderwezen – dat de waarden van de rechtsstaat hoog worden gehouden, vindt Van der Wieken. Hij moet denken aan het boek Soumission van Michel Houellebecq, waarin de Fransen zich vanaf 2022 schijnbaar moeiteloos schikken in de islamisering van hun land. „Een onwelkome waarheid.”

Op de herdenking beloofden burgemeester Van der Laan en vicepremier Asscher de Joodse gemeenschap bescherming en waakzaamheid. Die bescherming is er, zegt Van der Wieken, die wordt gewaardeerd en is nodig. „Ook in Amsterdam lopen vijftig jihadi’s rond. Tikkende tijdbommen.”

Kort geleden werd Ron van der Wieken uitgenodigd voor een forum onder de noemer ‘hoe kunnen we tot een betere samenleving komen’. „We gaan het hebben over de aanslag in Parijs”, zei degene die hem uitnodigde. „Welke aanslag bedoelt u?” vroeg Van der Wieken. „Die op de redactie van Charlie Hebdo? Of die in de koosjere supermarkt?” Nee, die niet, was het antwoord, het ging om de aanslag op de vrijheid van meningsuiting, op Charlie Hebdo. „Het lijkt”, zei Van der Wieken, „of een aanslag op Joodse doelwitten en burgers niet bijzonder genoeg is. Of het een bedrijfsrisico is.” Hij heeft voor de uitnodiging bedankt.