Veel Franse Joden vertrekken naar Israël, 10.000 dit jaar

Uit geen land vertrekken zoveel Joden naar Israël als uit Frankrijk. Ze gaan naar Netanya, aan de kust. De bakker verkoopt er tegenwoordig brioche tressée.

Auschwitz-overlevende Maria Stroinska (82) met een foto van voor de Tweede Wereldoorlog. Stroinska was 12 toen zij met haar zus van een kamp in het Poolse Pruszkow naar Auschwitz werd gebracht.
Auschwitz-overlevende Maria Stroinska (82) met een foto van voor de Tweede Wereldoorlog. Stroinska was 12 toen zij met haar zus van een kamp in het Poolse Pruszkow naar Auschwitz werd gebracht.

Toen ze twee weken geleden de namen van de aanslagplegers in Parijs hoorde, werd het wereldbeeld van Anita Benattar bevestigd.

De 53-jarige Joodse Française woonde in de Parijse wijk Buttes-Chaumont in hetzelfde gebouw als Farid Benyettou, de man die een rol zou hebben gespeeld bij het radicaliseren van de gebroeders Kouachi. Dat wil zeggen, tot december 2013.

Toen verhuisde Benattar naar Netanya, een slaperige kustplaats zo’n dertig kilometer boven Tel Aviv. Hier zit ze deze middag in een lauw januarizonnetje met vriendinnen en kleinkinderen op een terras.

Al jaren sluimerde bij Benattar de wens naar Israël te verhuizen. Het virulente antisemitisme dat ze ervoer gaf haar het laatste zetje. Haar dochters en zoon wonen hier nu ook, net als haar moeder. Alleen haar zus zit nog in Parijs. Benattar hoopt ook haar nog te kunnen overtuigen om aliyah te doen, naar Israël te emigreren.

Zoals Anita Benattar zijn er de afgelopen jaren veel Franse Joden geweest. De emigratie naar Israël neemt hand over hand toe. 3.400 van de half miljoen Franse Joden waagden in 2013 de oversteek. Vorig jaar waren het er al zevenduizend. Naar verwachting wordt dit kalenderjaar de grens van 10.000 Franse immigranten overschreden. Uit geen land komen zoveel Joden naar Israël als uit Frankrijk.

Die Franse Joden komen terecht in West-Jeruzalem en Tel Aviv, maar verhoudingsgewijs nog veel vaker in Netanya. Meer dan eenderde van de 190.000 inwoners van de kuststad spreekt Frans. De boulangerie verkoopt ook brioche tressée, de vishandel dorade. Terrasjes worden op deze maandagmiddag gedomineerd door luidruchtig discussiërende oudere Fransen. Op een straatnaambord zit een sticker geplakt van de extreem-nationalistische Ligue de Défense Juive: ‘Ik steun Israël’.

Elke dag werd haar zoon gepest

Hier, in Netanya, voelt Anita Benattar zich veilig. Dat kan ze over Parijs helaas niet zeggen.

Haar dochters gingen naar school met Benyettou. Aanvankelijk was er nog niet zo veel aan de hand. Als ze hem in het gebouw tegenkwam, zeiden ze elkaar gedag en hielden ze de deur voor elkaar open. Maar vanaf 2005 zag Benattar hem veranderen, zegt ze. „Hij ging een djellaba dragen en kreeg ineens veel mannen met baarden op bezoek.”

Haar zoon ging eerst nog naar het seculiere onderwijs, maar ze heeft hem op een particuliere joodse school gezet. „Elke dag werd hij beledigd. ‘Vuile Jood’, en meer van dat soort uitspraken.” Toen ze de ouders van een van de pestkoppen ontmoette, kreeg ze te horen dat het een reactie was op het gedrag van Israël tijdens de Tweede Intifada. Zelf werd ze geregeld uitgescholden omdat ze een davidster droeg.

Benattar vindt het fijn dat Joden hier nog gewoon een keppeltje kunnen dragen. Dat laten ze in Parijs wel uit hun hoofd, zegt ze. „Frankrijk is een mooi land, maar het is niet meer hetzelfde. Ik voel me er niet goed. Als je op straat loopt, ben je bang voor iedereen. Je loopt met gebogen schouders.” En dat geldt niet alleen voor Joden, vindt ze. „Hier laat ik tijdens de lunch met een gerust hart mijn mobieltje op tafel liggen. Moet je eens in Parijs proberen.”

Netanya is Parijs in het klein

Ze snapt heel goed dat Franse politici uit alle macht proberen de Joodse bevolking aan zich te binden, zegt ze. Afgelopen jaar deed een op de tien Franse Joden navraag naar aliyah, zo meldde de immigratieorganisatie Jewish Agency begin deze maand. Benattar: „Natuurlijk is het slecht voor Frankrijk als de Joden vertrekken. Maar dat is niet mijn probleem. Netanya is Parijs in het klein. Iedereen spreekt hier Frans.”

Benattar deelt de analyse van premier Valls, die zei dat Frankrijk niet meer hetzelfde zou zijn zonder Joden. „Maar hij biedt geen oplossing. En Netanyahu heeft ook gelijk als hij zegt dat Franse Joden veiliger af zijn in Israël.”

Natuurlijk heeft Israël ook een moslimbevolking, die verhoudingsgewijs nog groter is dan in Frankrijk. Toch vindt Benattar dat niet echt een probleem. „Hier kunnen we prima samenleven met moslims. Ze zijn niet geradicaliseerd, zoals in Parijs. En als er toch wat aan de hand is, treedt het leger wel op. Israëlische militairen zouden de gijzeling in die koosjere supermarkt binnen twee minuten hebben beëindigd.” In andere landen, wil ze maar zeggen, kunnen ze nog wat opsteken van de Israëlische strijd tegen terreur.

Officieel wonen er 150.000 Joden met een Franse achtergrond in Israël, zo’n 2,5 procent van de Israëlische bevolking. De Israëlische overheid stimuleert de aliyah op alle mogelijke manieren. Ze haalt jongere Franse Joden naar Israël om het land te verkennen, probeert bureaucratische belemmeringen weg te nemen om werk te vinden en steunt immigranten ook financieel. Toch hebben de Franse Joden het hier niet altijd even gemakkelijk. Zo is Israël verhoudingsgewijs een duur land, met minder sociale zekerheid dan in Frankrijk. De eerste berichten van Joden die weer naar Frankrijk terugkeren, zijn een feit.

Ook de emigratie van Benattar is uit financieel oogpunt nog geen onverdeeld succes. In Frankrijk was ze medisch secretaresse; in Israël kon ze niet meteen een baan vinden. Af en toe werkt de gescheiden vrouw wat als schoonmaakster. Benattar: „Natuurlijk zou ik hier graag willen werken, maar ik heb last van de taalbarrière. Ik ben Hebreeuws aan het leren, maar dat gaat niet zo snel. Het is moeilijk rondkomen, en de huurprijzen zijn hier schrikbarend hoog. Daar komt bij dat ik in Frankrijk actief was in verenigingen, dat doe ik hier niet.”

Maar de opofferingen zijn het haar waard, zegt ze. „Je moet prioriteiten stellen in het leven. Ik leef liever met bescheiden middelen in veiligheid dan dat ik vermoord word omdat ik Joods ben. En ellende is altijd wat minder pijnlijk in de zon.”