Ook kunstenaars kunnen hun bron vermelden

Schilders schilderen al jaren graag foto’s na. De een is daar opener in dan de ander. Maar die openheid kun je niet afdwingen, meent Bianca Stigter.

Foto Jean-Marie Dedecker door Katrijn Van Giel
Foto Jean-Marie Dedecker door Katrijn Van Giel

De eerste fotografen fotografeerden graag schilderijen en beeldhouwwerken. Die waren gemakkelijker vast te leggen dan mensen. William Henry Fox Talbot maakte in 1842 een prachtig portret van een buste van Patrocles. Anderhalve eeuw later schilderen schilders graag foto’s na. Sommigen gebruiken foto’s die ze zelf maken, anderen nemen het werk van andere fotografen tot uitgangspunt. En soms pikken die dat niet. Koos Breukel kwam bijvoorbeeld in opstand tegen het gebruik van zijn foto van koning Willem-Alexander voor een geschilderd staatsieportret. En nu is de Belgische schilder Luc Tuymans door de rechtbank van Antwerpen veroordeeld wegens plagiaat. Hij had voor zijn schilderij A Belgian Politician (2011) een foto gebruikt van Jean-Marie Dedecker, genomen door Katrijn Van Giel.

Krantenfoto kan kunst worden

Plagiaat lijkt mij dat niet. Maar de foto is wel degelijk gebruikt door de schilder. De ene schilder is over het gebruik van foto’s opener dan de ander. Breitner heeft zijn foto’s nooit laten zien. Marlene Dumas schildert daarentegen soms foto’s na die zo beroemd zijn dat veel kijkers ze kennen, zoals het oog met tranen van Man Ray. Misschien moet de kunstenaar in andere gevallen aan bronvermelding doen. Wel zo galant.

De zaak geeft in ieder geval aan dat de status van de fotografie nog steeds niet vastligt. Je kunt menen dat fotografie deel uitmaakt van de werkelijkheid. En op de werkelijkheid heeft niemand auteursrecht. Maar aan de andere kant bepaalt het medium niet meer of iemand een beeldend kunstenaar is of niet. Rineke Dijkstra wordt als een kunstenaar gezien, ook al maakt ze foto’s. Mag je daarom van Dijkstra geen portret naschilderen en van Van Giel wel? Zij is ‘slechts’ fotograaf. Maar wie bepaalt dat? Een foto kan bovendien na verloop van tijd kunst worden. Er zijn meer foto’s die in een krant begonnen, zoals het portret door Katrijn Van Giel, en uiteindelijk in een museum hingen. De foto’s van Breitner worden nu niet meer als voorstudies voor zijn schilderijen gezien, maar als zelfstandige kunstwerken.

Als iemand een boek verfilmt, wordt meestal op de aftiteling vermeld welk boek dat is. Dat is geen geheim en doet aan de film niets af. Slechte boeken kunnen mooie films opleveren en andersom. Zodra een schilderij tot een specifieke foto herleidbaar is, zou de kunstenaar de naam van de fotograaf kunnen noemen. Zoiets kun je niet afdwingen. Verboden en geboden zijn slecht voor de kunst. Maar namen noemen kan wel goed gebruik zijn. Het lijkt me van meer belang dan formaat en verfsoort die nu vaak bij de titel staan.