Mening, geen manipulatie

Wie opzettelijk beursgenoteerde bedrijven in diskrediet brengt en daardoor de beurskoersen beïnvloedt, handelt in strijdt met de Wet op het financieel toezicht en riskeert hoge boetes van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Maar dan moet de AFM wel aantonen dat er daadwerkelijk sprake is geweest van marktmanipulatie, zo oordeelde het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) onlangs. Dat gebeurde in een al zes jaar slepende zaak waarbij een medewerker van een handelshuis in 2008 waarschuwende e-mailtjes had gestuurd naar beleggers over het afbouwen van hun belangen in Fortis.

In 2011 legde de AFM de man boetes op, vanwege het „misleidende signaal” dat van de mails was uitgegaan. Maar de rechtbank haalde die boetes in 2012 onderuit. De man had onvoldoende gezag binnen de sector om per mail de aandelenkoers te kunnen beïnvloeden. Bovendien werden in zijn mails geen feiten, maar meningen geventileerd. „Een redelijk handelend belegger had kunnen en moeten zien dat die informatie niet meer was dan een mening.”

Het college heeft dat oordeel in hoger beroep overgenomen. Beleggers zijn in staat om onderscheid te maken tussen feiten en meningen, aldus het CBB. „Marktmanipulatie is niet aangetoond.” De oplegde boetes zijn daarmee definitief van tafel.