KLM strijdt voor behoud van zelfstandige positie

Haagse zorgen over conflict binnen fusiemaatschappij.

Niet de concurrentie van easyJet of Emirates is op dit moment het grootste probleem voor KLM-topman Pieter Elbers. De dreiging komt van binnen.

Of eigenlijk: van boven. Het conflict tussen KLM en de leiding van moedermaatschappij Air France-KLM over het financiële beheer binnen de holding loopt hoog op en trekt ook politieke aandacht. Er wordt permanent overlegd tussen Parijs en Amstelveen. Bronnen binnen KLM verwachten voor het eind van deze week een oplossing, goedschiks of kwaadschiks. De laatste variant betekent het vertrek van een van de hoofdrolspelers.

Inzet van het conflict, dat tot toenemende zorgen leidt in politiek Den Haag, is de vraag: wie gaat er over de kas? Met Air France maakt KLM deel uit van de holding Air France-KLM S.A., een onderneming naar Frans recht. Sinds de fusie van 2004 functioneren de twee werkmaatschappijen als zelfstandige bedrijven, met een eigen balans en verlies- en winstrekening. Stap voor stap zijn Air France en KLM in tien jaar meer gaan samenwerken.

Nu willen de bestuursvoorzitter en de financieel directeur van de holding, Alexandre de Juniac en Pierre-François Riolacci, het financieel beheer centraliseren in Parijs. Zeggenschap over de – in tegenstelling tot die van Air France goed gevulde – KLM-kas komt dan in handen van de holding. Het CDA-Kamerlid Martijn van Helvert is bezorgd: „Voor elk nieuw gordijntje dat Elbers wil bestellen moet hij dan eerst De Juniac bellen.”

Enigszins verhullend spreekt Air France van het „optimaliseren van het cash management”. Jaarlijks zou KLM 1 miljard euro moeten afdragen aan de holding. Doel is volgens Riolacci het verlagen van de rentelasten van de enorme schuld, en gunstiger kunnen lenen. KLM’ers spreken liever van „leegroven van de Nederlandse kas”, bedoeld om Franse verliezen te compenseren. Mogelijk heeft de holding geld nodig om te kunnen investeren in nieuwe vliegtuigen voor de groter wordende budgetdochter Transavia. Wellicht oefenen banken of accountants druk uit om de kas aan te vullen, of moeten de cijfers voor de presentatie van 19 februari worden opgekrikt.

Zeker is dat het conflict om meer gaat dan geld alleen, en om meer dan de onderneming. KLM is nationale trots. Niet alleen vanwege dat sentiment, ook vanwege de werkgelegenheid bij KLM, Schiphol en toeleveranciers gaat het om een zaak van staatsbelang.

Vrees voor het verdwijnen van een zelfstandige KLM binnen het veel grotere Air France is er al vanaf de fusie, strikt genomen een overname. Met garanties, verlengd in een memorandum of understanding in 2010, werd Nederlandse zeggenschap over en eigendom van KLM, noodzakelijk voor behoud van landingsrechten, gewaarborgd. Het economisch belang van Schiphol speelt een sleutelrol.

Het belang van de Staat in KLM is teruggebracht van 14 procent in 2003 naar 5,9 procent nu. Via twee administratiekantoren is nog eens 44,2 procent in Nederlandse handen, samen 50,1 procent. De holding bezit 49 procent van KLM, particulieren 0,9 procent.

Een afwachtende houding past de regering niet, zeggen politieke partijen nu. Dit gaat verder dan heibel binnen een private onderneming. Dit is Nederland versus Frankrijk.

Naschrift (29 januari 2015): In een eerdere versie van dit bericht stond dat de Staat via twee administratiekantoren 44,2 procent van de aandelen KLM zou bezitten. Dit is onjuist, de aandelen van de twee stichtingen zijn geen staatsbezit. Wel is 50,1 procent van de aandelen KLM in Nederlandse handen. Hierboven is dat gecorrigeerd. [red.]