Het probleem is niet de islam, maar wahabisme

De islam is niet uniform. Wel vinden jonge moslims via het wahabisme de weg naar de jihad, schrijft Shervin Nekuee.

In zijn bijdrage verwijt Peter van Ham de links-liberale politieke elite onwil om te zien dat islamitische terrorisme weldegelijk ook iets te maken heeft met de islam (Opinie, NRC 26 jan.). Maar zijn bewoordingen zijn mij veel te grofmazig als hij het heeft over dé islam. Wiens islam? De anderhalf miljard moslims zijn geen leden van een of ander homogeen en stalinistisch geleide islamitische partij. Voor de meeste is de islam een spiritueel onderdak en geen politieke ideologie, laat staan een vrijbrief voor terroristische acties. Een politieke analist van de meest gerenommeerde geopolitieke denktank van Nederland moet beter weten.

Maar in essentie leent hij een argument uit de gebrekkige analyse van een aantal zittende politici over wat in de wereld van de islam gaande is. De uitbarsting van politiek geweld in de islamitische wereld, dat zich zo nu en dan ook in onze straten in Europa manifesteert, kan niet begrepen worden zonder te erkennen dat er ook een richtingenstrijd binnen de wereld van de islam gaande is. En dat de meest puriteinse en in essentie met democratie onverzoenlijke sekte, het Saoedische salafisme, juist hier in het westen onder de tweede en derde generatie immigranten, met weinig culturele bagage uit eigen land van herkomst en traditie en met een gebrek aan stevige wortels in de Europese traditie, aan de winnende hand is. Dat is zorgelijk – en het is relevant bij het maken van beleid tegen islamistisch extremisme.

De aanslag in Parijs waarbij islamitische extremisten twaalf mensen, onder wie tien journalisten, het leven hebben beroofd, is winst voor degenen die graag het oorlogsscenario tussen de islam en het westen bewaarheid zien worden. Abu Bakr al-Baghdadi, leider van de zogenaamde Islamitische Staat, heeft dezer dagen ongetwijfeld goede hoop gekregen op het aanwakkeren van een kettingreactie: een substantiële groei van islamofobe politiek aangevuld met aanslagen tegen Europese moslims en hun moskeeën, waarop een exodus van alle Europese moslims naar zijn kalifaat versneld op gang komt.

Om de tweedeling tussen moslim en niet-moslim Europeanen tegen te gaan, heeft de jonge generatie moslimintellectuelen een historische rol te vervullen in deze neerwaartse trend. Zij kunnen de bruggenbouwers worden om met hun kennis en inzichten een pleidooi te houden voor een Europese islam zodat de jonge generatie moslims gevrijwaard worden van het benauwende dominante discours van de reactionaire salafistische islam. Dat laatste is een enorme voedingsbodem van het huidige horror-jihadisme onder de jonge generatie Europese moslims.

De islam als identiteitsicoon groeit onder de tweede en derde generatie kinderen van moslimimmigranten in Europa. Een grote groep die amper de culturele bagage uit het land van herkomst heeft mee gekregen, noch zich thuis voelt in de cultuur en tradities van het land waar ze nu burger zijn. In het geloof vinden zij hun particulariteit en identiteit . Het is hun goed recht. Een islamitische identiteit aannemen is niet hetzelfde als ageren tegen de democratische kernwaarden van Europa. Wel is het alarmerend dat op de goedbezochte markt van de islam – mede dankzij het Arabische geld van de Saoediërs en andere conservatieve Golfstaten – een overvloed is aan anti-democratische salafistische stromingen die deze jongeren het meest van de kernwaarden van Europa vervreemden.

De droge en reactionaire salafistische islam is in de afgelopen twee decennia het dominante theologische discours onder Europese moslims. Ze zijn niet de meerderheid, maar laten zich het meest gelden. Dit is te danken aan de miljarden oliedollars die onze grootste bondgenoot Saoedi-Arabië investeert in het propageren, cultiveren en belonen van deze puriteinse islam.

Het populairste en door Saoedi-Arabië en de Golfstaten goed gefinancierde dawa-salafisme is weliswaar tegen geweld, maar brengt wel de moslimimmigrant in afzondering en weg uit de dynamiek van een pluriforme samenleving. Het verwijdert vooral de jonge, zoekende moslims, die hier nog moeten wortelen, van onze democratie en brengt ze dichterbij het verlangen naar de utopische umma, de islamitische geloofsgemeenschap. Immers, het salafisme heeft tot doel een samenleving die gebaseerd is op ‘de zuivere islam’. Het bekeren tot salafisme kan de cruciale stap zijn voor de de jihadisten die de woorden van de salafistische imams over hun gedroomde kalifaat bij de daad willen voegen.

De jonge generatie moslimintellectuelen aanschouwt deze groei van de reactionaire islam stilzwijgend. Ze spreken er in privégelegenheden vaak tandenknarsend over, maar weren zich nooit publiekelijk tegen dit fenomeen, terwijl zij de beste rolmodellen zijn voor een Europese islam.

Zij zijn democratisch en tolerant in hun doen en denken; kunnen goed tegen religiekritiek en geloven in en genieten van de pluriformiteit van Europese samenlevingen. Laat hen het voortouw nemen om een doorbraak in de eigen moslimgemeenschap te forceren en in de verzoening met mede-Europeanen een leidende rol op te eisen.