‘Het geweld zal niet meteen voorbij zijn’

Secretaris-generaal OAS

De club van Amerikaanse staten wil betrokken blijven bij Colombia. Venezuela is het nieuwe hoofdpijndossier.

Het is een spannend jaar voor José Miguel Insulza, de secretaris-generaal van de Organisatie voor Amerikaanse Staten (OAS). Waarschijnlijk is voor het einde van 2015 het gewapende conflict in Colombia voorbij, én hebben de Verenigde Staten en Cuba hun bevroren betrekkingen hersteld.

Beide problemen spelen al meer dan vijftig jaar. Zeker het tweede dossier zorgde voor diepe verdeeldheid in de Amerika’s, waar ideologische verschillen uit de tijd van de Koude Oorlog nog steeds een rol spelen. Het zou een mooie afsluiting zijn voor Insulza, wiens tweede termijn dit jaar afloopt. De Chileen heeft de afgelopen tien jaar geprobeerd om de OAS uit dat beladen verleden te bevrijden.

„Ik ben ontzettend blij met de toenadering tussen Amerika en Cuba”, zegt Insulza tijdens een gesprek in Den Haag, waar hij vorige week was om de banden met Nederland aan te halen – ons land is volgens hem „een van de sterkste ondersteuners” van de OAS buiten het continent. „Het is zo’n rare toestand dat al onze lidstaten normale betrekkingen hebben met Cuba, maar alleen de VS niet. Cuba er weer bij halen was een van mijn doelen toen ik aantrad.”

Hét grote moment komt in april in Panama, zegt Insulza. Daar wordt dan onder leiding van de OAS de Top van de Amerika’s gehouden. Voor het eerst is Cuba ook uitgenodigd. En de kans is groot dat president Obama en de Cubaanse leider Raúl Castro er met elkaar zullen praten.

Wat verwacht u van de toenadering tussen Amerika en Cuba?

„Ik denk dat het goed zal aflopen. De twee landen zijn hun beloftes tot nu toe nagekomen. Obama heeft de handel en de reismogelijkheden naar Cuba al versoepeld. Hij is bijna zover gegaan als hij mag zonder toestemming van het Congres.”

Maar gaat het Congres het embargo ook echt opheffen? Bij de Republikeinen bestaat verzet.

„Het Congres is gevoelig voor het maatschappelijke klimaat. Een meerderheid van de Amerikanen wil normale betrekkingen met Cuba.”

De OAS is meer dan een praatclub, heeft Insulza onder zijn leiding laten zien. Zo speelde de organisatie een rol in Colombia, waar deze week de vredesbesprekingen tussen de regering en de linkse guerrillabeweging FARC (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) na ruim vijftig jaar gewapend conflict een cruciale fase ingaan.

De OAS stuurde in 2004, vlak voor zijn aantreden, teams naar Colombia ter ondersteuning van een eerder vredesproces, tussen de regering en de Autodefensas Unidas de Colombia (AUC). Deze via drugshandel gefinancierde paramilitairen voerden aanvallen uit op de FARC en op burgers.

De teams van de OAS zijn actief in minstens tien provincies van Colombia. Ze zagen er eerst op toe dat de paramilitairen stopten met vechten. Later hielpen ze ook bij de terugkeer van gevluchte bewoners.

Kan de OAS dezelfde rol vervullen bij het handhaven van een mogelijk vredesakkoord met de FARC?

„Als de Colombiaanse regering dat wil. We hebben vorige maand afgesproken dat de teams van de OAS de komende drie jaar in Colombia blijven. Dat is voor mij een teken dat de regering goede hoop heeft op een akkoord met de FARC en onze hulp wil bij de uitvoering.”

Nederland heeft deze maand opnieuw geld toegezegd voor de vredesteams.

„De Nederlandse steun is heel belangrijk. Tien jaar geleden waren Nederland en Zweden de enige landen die het project wilden steunen. Vooral de Amerikanen waren sceptisch. Pas toen de teams hun nut bewezen, zijn meer landen ons gaan helpen.”

Een vredesakkoord betekent nog niet het einde van het geweld in Colombia.

„Nee. Na het akkoord met de AUC gingen een paar duizend paramilitairen door met criminele activiteiten. Maar ze zijn iedere ideologische rechtvaardiging kwijt. Ik denk dat zoiets ook zal gebeuren met de FARC. Het geweld in Colombia is zeker niet van de ene op de andere dag voorbij, maar het zal wel veel minder worden als de FARC de strijd officieel staakt.”

Vrede in Colombia zou vrede op het hele Amerikaanse continent betekenen. Ondertussen heeft Insulza alweer een nieuw hoofdpijndossier: Venezuela. De economische problemen in de socialistische oliestaat nemen met de dag toe. Afgelopen zaterdag waren er weer protesten tegen de regering van president Nicolás Maduro. Vorig jaar vielen zeker 43 doden bij dit soort oppositiebetogingen.

Binnen de OAS ontstond onenigheid over de vraag of de Venezolaanse regering moest worden aangesproken op het hardhandig neerslaan van de protesten.

U pleit voor non-interventie in Venezuela. Volgens critici staat de OAS te veel aan de zijlijn.

„De Venezolaanse regering is democratisch gekozen, dat respecteert de OAS. Maar ik heb vorig jaar ook gezegd dat onderhandelingen tussen Maduro en de oppositie cruciaal waren. Helaas stelde de regering zich onwrikbaar op tijdens gesprekken met de oppositie. Het land is nog altijd compleet verdeeld.”

Moeten individuele landen niet meer doen om te bemiddelen?

„Een internationale commissie van ministers, van onder meer Brazilië, Colombia en Ecuador, is vorig jaar herhaaldelijk naar Caracas gereisd. Maar er veranderde niets, dus ze hebben hun pogingen gestaakt.”

Hoe staat het, ten slotte, met een andere kwestie op het westelijk halfrond waarin de OAS een belangrijke rol heeft gespeeld, de grote wending in het denken over drugsbestrijding?

Op de vorige Top van de Amerika’s, in 2012, concludeerden regeringsleiders dat de decennialange hardhandige bestrijding van drugsproductie en -handel niet heeft gewerkt. In plaats van veiliger is Latijns-Amerika alleen maar onveiliger geworden. Het gros van de moorden is gerelateerd aan drugs. Inmiddels zijn een paar landen al begonnen met een andere aanpak, waarvan de meest vergaande de legalisering is van marihuana in Uruguay, vorig jaar.

Kunnen we grootscheepse legalisering van drugs verwachten?

„Dat denk ik niet, en dat soort grote stappen zoeken wij ook niet. De OAS vindt het belangrijk dat landen experimenteren met alternatieven voor de ‘oorlog tegen drugs’, en dat ze leren van elkaar. Een betere samenwerking bij het onderscheppen van drugstransporten, bijvoorbeeld, en het proberen van alternatieven voor celstraf.”

Het westelijk halfrond als een laboratorium voor nieuw drugsbeleid?

„Ja, zo kun je het zien. Ik denk dat de wereld moet proberen om met ander beleid betere resultaten te behalen. Laten we elkaar de ruimte geven om te experimenteren.”