Opinie

Energielabels

Een loden vermoeidheid kroop in mijn botten toen ik de brief las van het ministerie van Binnenlandse Zaken over mijn ‘voorlopige energielabel’. De berichtgeving hierover had ik zoveel mogelijk vermeden, zoals ik ook altijd het nieuws over enge darmziekten, skivakanties van het Koninklijk Huis en de nieuwste vriend van Patricia Paay probeer te ontwijken.

Nu kon ik niet langer mijn kop in het zand steken, want de brief was aan mijn vrouw gericht en die kwam er mee aangesneld. „Hij is toch voor jou bedoeld”, riep ik nog, maar dat hielp niet. Hij bleek aan haar gericht omdat zij de oudste is in ons huishouden. Kennelijk gaat ook de overheid ervan uit dat de oudste de wijste moet wezen. In dit geval misschien terecht, want ik wist niet eens wat een energielabel was, laat staan een voorlopig energielabel.

Dankzij deze brief van minister Blok – een minister van wie ik toch al weinig warmte verwachtte, ook al gaat hij over energie – weet ik nu van wanten. Het komt hierop neer: als ik niet doe wat hij zegt, kan ik een boete van 400 euro krijgen, en als ik wél doe wat hij zegt kost het me in ieder geval „enkele tientallen euro’s”, te betalen aan een „onafhankelijke deskundige”.

Mijn eerste impuls was om de minister terug te schrijven dat ik geen behoefte had aan welk energielabel dan ook, maar ik begrijp dat in heel Europa zo’n energielabel verplicht is bij de verhuur of verkoop van woningen. Arme Grieken – dat kunnen ze er nog wel bij hebben. Of worden die boetes straks alleen in Nederland uitgedeeld? Laat Geert het niet horen.

Tot mijn ontzetting zag ik bovendien dat mijn voorlopige energielabel G was, het laagste van de hele hap. „Dit betekent dat uw huis minder energiezuinig is dan gemiddeld, vergeleken met alle woningen in Nederland”, schrijft de minister vermanend. Hij wekt daarmee de indruk dat ik in een tochtig krot woon, aan de rand van een zompig veen, ergens in een onbewoond gedeelte van Zuidoost-Drenthe.

Om precies te weten hoe mijn krotje ervoor staat, moest ik van de minister naar een speciale website voor energielabels. Alleen mijn vrouw kon zich inloggen, en ik was al bijna de kamer uitgeslopen toen een kreet van haar mij tot staan bracht: „Fout!”

De minister bleek al meteen een blunder in onze bouwgegevens te hebben gemaakt: onze woning is niet van 1946, maar van 1964. Nu mag je weliswaar al die fouten herstellen – zo toegeeflijk is de minister wel – maar aan het einde van de rit zul je toch zelf die „onafhankelijke deskundige” in de arm moeten nemen om een en ander te laten verifiëren.

Natuurlijk had de minister mij een veel gunstiger voorlopig energielabel kunnen bezorgen, maar hij was wel wijzer. Een woordvoerder van het ministerie gaf toe dat ze bewust „aan de conservatieve kant” waren gebleven: „Om te voorkomen dat iedereen mooie, gunstige labels krijgt en daarna achterover leunt.”

Het is allemaal erg vervelend. Zó leef je nog een onbezorgd, energielabelloos leventje en zó ben je een tobber die zich moet afmatten met allerlei vragen over de gatenkaas die zijn woning blijkt te zijn. Zou Frans Timmermans, onze meest prominente Europeaan, dat labeltje niet wat kunnen afzwakken – daar is hij toch voor?

Ik ben van plan zónder label net zo lang in mijn akelige krot te blijven wonen tot Europa is opgeheven. Dat gebeurt misschien eerder dan Blok denkt.