Opinie

Ecologisch ondergoed is hier iets normaals

Modemensen, zo noem ik gemakshalve de mensen die zich beroepshalve bezighouden met mode, zijn van zichzelf al grappig. Zet ze bij elkaar in een zaaltje en het wordt hilarisch.

Gisterochtend vond ik mezelf terug bij een debat over duurzame kleding in de RAI, tijdens een evenement dat Modefabriek heet. Ik was er heen gestuurd door OneWorld, een tijdschrift waarvan alle medewerkers duurzame kleren dragen, duurzame dingen eten en zich bewust zijn van alles.

Maar daar gaat dit stukje niet over.

De gewezen modeontwerper Hans Ubbink was er, die had z’n modelabel er vanwege de crisis aan gegeven en was net terug van een studiereis naar Mongolië, waar hij dusdanigin in aanraking was gekomen met de Mongoolse manier van leven dat hij had besloten dat hij voortaan samen met Mongoolse herders in Mongoolse leerlooierijen en Mongoolse ateliers met duurzame Mongoolse materialen wilde werken.

Er was niemand die zich afvroeg of daar een markt voor was.

Ecologisch ondergoed was in dit gezelschap iets heel normaals, ik zou haast zeggen: een gepasseerd station. Iedereen droeg het, inclusief Victoria Koblenko die op en neer stiefelde met een microfoon. Het zat lekker, was net zo mooi als gewoon ondergoed en het gaf gewoon een beter gevoel.

Misschien dat dat nog wel het grappigste was aan modemensen, dat ze zich heel erg beroepen op hun individualiteit, maar dat ze het over alles eens waren en ondertussen heel erg naar elkaar loerden om vooral de volgende mode-boot maar niet te missen. Er waren nogal wat redacteuren van het blad Glamour, die net als hun hoofdredactrice allemaal een bril met extra groot montuur droegen. De hoofdredactrice droeg een paarse outfit, die ze nadrukkelijk als ‘groen’ verkocht.

Wat er in dit gezelschap had ingehakt, waren alle documentaires en programma’s op televisie waaruit zou blijken dat de mode-industrie draaide om uitbuiting. Terwijl er zoveel duurzame initiatieven waren!

Het liefste was nog dat ze allemaal het liefst altijd en overal eerlijke kleding droegen met z’n allen, maar dat ze ook vonden dat het ze niet gemakkelijk werd gemaakt.

„Natuurlijk draag ik ecologisch ondergoed, maar ik combineer het soms met H&M.”

Na afloop waren er hapjes.

Vettige, handgedraaide bolletjes waarin ruwe cacao was verwerkt. Ze zagen er hetzelfde uit als de vetbolletjes die mijn moeder in de tuin hangt voor de vogels. Er werd ook op dezelfde manier uit gepikt.

„Wat draag jij voor een jas?”, werd er aan me gevraagd.

„Groen”, zei ik, want ik droeg een olijfkleurige parka.

Dat was het enige goede antwoord.