Opinie

De Turkse liefde voor Frank Boeijens poëzie

Fidan Ekiz en idool Frank Boeijen in ‘DWDD’.
Fidan Ekiz en idool Frank Boeijen in ‘DWDD’.

Bewondering is altijd een hoeksteen geweest van de succesformule die De Wereld Draait Door heet. Matthijs van Nieuwkerk is nu eenmaal meer een liefhebber dan een kritisch verslaggever. En in een medium dat grote ego’s ruimschoots in de gelegenheid stelt zich te profileren met de harde aanpak van autoriteiten, is die al dan niet gespeelde nederigheid tegenover professoren en maestro’s een relatieve verademing.

Het bekendste voorbeeld van de dweepzucht van Van Nieuwkerk is Charles Aznavour, een van zijn moeder geërfde liefde. Ruim een jaar lang schreef de presentator in een wekelijkse column in de VARA Gids over niets anders dan de Franse zanger.

Fans die hun verafgoding minder scherp kunnen formuleren zijn niet zo geschikt voor televisie. Vraag het maar aan Humberto Tan, die een doos van Pandora opende met het uitnodigen van een beperkt aantal tienermeisjes bij een optreden van boyband One Direction in RTL Late Night. Wie geen kaartje bemachtigde, begon een scheldtirade op de sociale media, terwijl het gehuil en geschreeuw van de gelukkigen ook al weinig opleverde.

Gisteren was wel een interessant item in DWDD gewijd aan de bewondering van twee fans voor hun jeugdidool. Schrijver Özcan Akyol (30) en journaliste Fidan Ekiz (38) zaten aan een en dezelfde tafel met zanger Frank Boeijen (57). Bij Ekiz was het behoud van bakvisdom charmant. Ze zat te stralen, liet het boek zien dat de Nijmeegse poppoëet ooit voor haar van een handtekening had voorzien en straalde van geluk toen hij, pal naast haar, zijn gitaar tevoorschijn haalde.

Akyol kent de teksten van alle ongeveer 500 liedjes van Boeijen uit het hoofd, zo vaak beluisterde hij ze in sombere nachten met een fles whisky in de hand: „Als het goed met je gaat, kun je beter in de stad een ijsje gaan eten.”

Deze fan was de ontmoeting met zijn god altijd uit de weg gegaan, want het was niet de bedoeling te ontdekken dat het ook maar een mens was. Dat herken ik helemaal. Ik wist niet hoe snel ik me uit de voeten moest maken, toen ik een keer na een persvoorstelling werd voorgesteld aan Truffauts vaste acteur Jean-Pierre Léaud, toen een wat morsige vijftiger. Nee, alsjeblieft niet Antoine Doinel, die moet altijd een puber blijven!

Akyol hield ook nu afstand en moest nog nadenken of hij wel na afloop van het programma een biertje zou gaan drinken met Boeijen. Die kreeg zelf nauwelijks de kans iets te zeggen, want hij was zelf minder het onderwerp dan de cultus rond zijn leven en werk.

En was het nu toeval, dat deze twee superfans beiden Turkse Nederlanders waren? Ze meenden zelf van niet. De teksten van Boeijen waren namelijk eerder Turks van karakter, met romantische beelden, synesthesie als „de kleur van je hart” en een levendige beschrijving van de pijn van de liefde.

Jan Smit en Frans Bauer doen dat toch minder, zo meende Akyol. En André Hazes, ja, die is vooral populair bij Marokkanen.