De jarenlange weg naar het politieke midden

De Griekse partij Syriza moest het bij verkiezingen altijd doen met een paar procentjes van de stemmen. Nu zijn ze veruit de grootste, met Alexis Tsipras als premier.

Alexis Tsipras, de kersverse Griekse premier, groet zijn aanhangers in Athene. AFP / Louisa Gouliamaki
Alexis Tsipras, de kersverse Griekse premier, groet zijn aanhangers in Athene. AFP / Louisa Gouliamaki

Alexis Tsipras is pas veertig. Maar hij heeft er nu al meer jaren ín de politiek opzitten dan erbuiten. In 1990, op zijn zestiende, voerde hij al het woord namens studenten die een sit-in hielden tegen onderwijshervormingen. De middelbare school van Tsipras in de wijk Ampelokipoi werd het coördinatiecentrum voor een studentenprotest dat uiteindelijk leidde tot ontslag van de minister van onderwijs en het terugdraaien van een groot deel van de plannen.

In een vaak herhaald interview met de publieke omroep uit die tijd zegt Tsipras, een vroegwijs joch met een grote kuif en een bordeauxrode coltrui, dat het ministerie van onderwijs meer respect moet tonen voor studenten en voor hun recht om zelf te bepalen of ze lessen overslaan.

Ook in zijn overwinningsspeech zondagavond op het plein voor de universiteit van Athene was respect een belangrijk thema. De overwinning van zijn partij betekent een „einde aan vijf jaar vernedering en leed”, beloofde Tsipras de juichende aanhang. Concreter werd hij niet.

De partijleider is typerend voor zijn generatie. Zelfverzekerd en doordrenkt met linkse idealen, maar pragmatischer dan de scherpslijpers die de onderdrukking van communisten in Griekenland aan den lijve hebben meegemaakt. Tsipras werd vier dagen na de val van het rechtse kolonelsregime in 1974 geboren. Tot die tijd werden communisten in Griekenland met Amerikaanse hulp uit de ambtenarij geweerd en bespioneerd.

Terwijl Tsipras naar de basisschool ging, kwam een regering van socialisten aan de macht en werd dat onrecht hersteld. Links zijn mocht opeens weer. Tsipras werd lid van een communistische jeugdbeweging, net als zijn vriendin van de middelbare school, Peristera Batziana, met wie hij twee jonge zoontjes heeft.

Het regime stuurde tanks op ze af

De belangrijkste opiniemakers in die tijd waren studenten die hadden deelgenomen aan protestacties tegen de rechtse dictatuur. Het dramatische hoogtepunt was de bezetting van de polytechnische faculteit in Athene, waar het regime tanks op afstuurde. Tsipras is opgeleid tot ingenieur aan diezelfde faculteit, die bekendstaat als bolwerk van links protest.

Behalve civiele techniek leerde hij daar dat links het morele gelijk heeft en dat ‘rechts’ – de politie en het leger – hoort bij de onderdrukkers. Tsipras liep mee in betogingen en scandeerde dan net als iedereen: „Smerissen, varkens, moordenaars!”

Maar nog tijdens zijn middelbareschooltijd stortte de Sovjet-Unie in en zwakten de ideologische tegenstellingen af. Tsipras werd actief als leider van de jeugdafdeling van Synaspismos, een communistische partij die inmiddels is opge gaan in Syriza. Vanaf begin jaren negentig tot halverwege de economische crisis moesten ze het doen met 3 tot 5 procent van de stemmen.

Binnen de partij, die zichzelf ‘radicaal-links’ noemt, gold Tsipras als gematigd. Daardoor kon hij een rol spelen bij de vele fusies, die uiteindelijk hebben geleid tot Syriza.

Aanvankelijk gold Syriza als niet meer dan een protestpartij.

Dat veranderde in 2012, toen Griekenland voor de tweede keer een internationaal miljardenkrediet met strenge voorwaarden kreeg en er twee keer parlementsverkiezingen werden gehouden. Syriza werd met 26,9 procent van de stemmen de tweede partij.

Macht werd een optie

Regeringsmacht werd een reële mogelijkheid en het idee dat Alexis Tsipras premier zou worden meer dan een lachwekkende fantasie. Tsipras lag opeens onder een vergrootglas. Iedereen vond dat hij plezierig is om naar te kijken, zo lekker gewoon, zo Grieks. Maar inhoudelijk kwam hij in interviews met internationale media die hem doorzaagden over economische kwesties slecht over.

Door internationaal georiënteerde Grieken werd zijn slechte beheersing van het Engels belachelijk gemaakt. Religieuze ouderen hadden het erover dat hij niet naar de kerk gaat en niet is getrouwd met de moeder van zijn kinderen. Hij kreeg kritiek omdat hij zich socialist noemt, maar zijn vrouw in een privékliniek is bevallen. In ieder interview of portret van de jonge politicus werd het Che Guevara-portret op het partijkantoor genoemd.

De verkiezingen van 2012 schudden Syriza wakker. Velen waren stiekem opgelucht dat ze nipt van de conservatieve partij Nieuwe Democratie hadden verloren. Het was duidelijk dat een moderniseringsslag nodig was. Het partijkantoor kreeg een beurt. Het Che-portret werd vervangen door iets moderners: een bont schilderij van twee stieren. Tsipras spijkerde zijn Engels bij. De harde kaders van de partij kregen van hem te horen dat ze hun principiële kritiek beter binnenskamers konden houden als ze ooit serieus kans wilden maken hun idealen in de praktijk om te zetten.

Hoe ingrijpend de veranderingen waren, bleek tijdens de verkiezingscampagne. De protestpartij van vroeger stelde nu alles in het werk om Grieken en Europeanen gerust te stellen.

Alexis Tsipras moest van zijn radicale imago af om een geloofwaardige potentiële premier te worden. De bijstelling ging in zo’n hoog tempo dat ultralinkse Grieken alweer morren dat Tsipras wel heel weinig idealen heeft. Dat zijn eerste daad na de verkiezingen een akkoord is met een rechts-nationalistische partij, bevestigt hen in hun gelijk. Op de overwinning volgen de twijfels. Waar staat hij nu precies? Daar zullen Grieken nu tegelijk met andere Europeanen achter moeten komen.