Beweging is wel degelijk extreemrechts en xenofoob

ill. arcadio esquivel

Jan Dirk Snel vindt dat Duitse journalisten en politici te hard oordelen over Pegida en verwijst naar de grotendeels onschuldige negentien officiële standpunten van de beweging. Sommige punten, zoals de opname van politieke vluchtelingen, staan zelfs in de Duitse grondwet (NRC, 21 januari). In tegenstelling tot Snel bevreemdt mij het pleidooi van Pegida voor een „zerotolerancebeleid jegens asielzoekers en migranten die strafbare feiten begaan” echter wel. Het Duitse strafrecht straft gewoon iedere crimineel, ongeacht diens herkomst. En aangezien thuisbasis Oost-Duitsland ‘zonder religie’ is, is opkomen voor de „christelijk-joodse cultuur” onlogisch.

Snel neemt het vervolgens op voor de Pegida-demonstranten en stelt dat de politici en pers wel over hen praat, maar niet met hen. Dit is echter aantoonbaar onjuist. Met hen is wel degelijk gesproken. De interviews staan op de website van tv-programma Panorama en zijn eenduidig: „buitenlanders” bedreigen de „Duitse waarden”. De rechts-liberale FAZ berichtte bovendien over agressieve (neo-)nazisistische reacties van demonstranten tegenover journalisten en scheldwoorden als „Judenschwein”. De combinatie met „Lügenpresse” komt wel erg dicht bij het nationaal-socialistische jüdische Lügenpresse. Pegida-leider Lutz Bachmann trad af vanwege extreem negatieve uitlatingen over immigranten en een zogenaamd grappig bedoeld selfie als Hitler.

Bovendien bedreigen Pegida-demonstranten journalisten met fysiek geweld. Daarbij wordt verwezen naar toekomstige tijden, wanneer de demonstranten het voor het zeggen zullen hebben en de journalisten er als eersten „aan zullen geloven”. Zulke reacties, geroepen slogans en spandoeken maken duidelijk dat er tussen de 20.000 demonstranten een behoorlijk aantal rechts-extremisten of hun sympathisanten meelopen. Of zij écht Pegida zijn, of er een eenduidig Pegida bestaat, is veel moeilijker uit te maken.

Onderzoek laat in Oost-Duitsland na 1990 een oudere, armere bevolking dan in West-Duitsland zien, ook is het rechts-extremisme er wijder verspreidt. Grote groepen hebben de indruk dat hun stem niet doorkomt in het democratisch bestel.

Pegida’s harde geluid wordt wel gehoord: vooral de slogans die getuigen van een vijandige houding tegenover immigranten en democratische instituties. Dat andere Duitsers zich daarover opwinden, pleit voor hen.

, hoogleraar Duitse taal- en letterkunde