Allemaal vieze plaatjes op de Instagram voor dokters

Via de foto-app Figure 1 delen artsen geanonimiseerde foto’s van patiënten. Iedereen kan meekijken. Elke zorgmedewerker mag z’n zegje doen op de app, geverifieerd of niet.

Gebruiker 1:

„Ze lijken wel een beetje op coquilles.”

Gebruiker 2:

„Daar dacht ik ook al aan: gegrild of gebakken, LOL.”

Gebruiker 3:

„Ik dacht zelf meer aan bananenschillen.”

Je zou het niet zeggen, maar dit gesprek gaat over een medische huidaandoening en wordt gevoerd in de app Figure 1, waar artsen foto’s delen en becommentariëren. Dat kan nuttig zijn bij het stellen van de juiste diagnose, zeggen de artsen.

Figure 1 werd gelanceerd in juni 2013 en is sinds kort ook beschikbaar in Nederland. De app heeft wereldwijd ruim 200.000 gebruikers, die samen een miljoen nieuwe foto’s per dag delen. ‘De Instagram voor dokters’, wordt de app ook wel genoemd – en inderdaad, er zijn overeenkomsten. Ook bij Figure 1 kunnen artsen foto’s delen, anderen volgen en commentaar geven.

Waar Instagram vrolijke selfies laat zien, toont Figure 1 voornamelijk foto’s die niet geschikt zijn voor mensen met een zwakke maag. Zwerende wonden en geamputeerde ledematen zijn geen zeldzaamheid. „Teveel vieze plaatjes”, vindt forensisch arts Angela Carper die de app testte. „In mijn vakgebied ben ik best wat gewend, maar zoveel smerigheid na elkaar vind ik niet prettig.”

Iedereen kan meekijken

Dat artsen onderling foto’s van patiënten delen is niet nieuw: specialisten en huisartsen wisselen foto’s uit via afgesloten systemen. Sociale media zoals Figure 1 zorgen ervoor dat foto’s nu in de openbaarheid verschijnen. Dat gaat niet altijd goed: onlangs werd bekend dat op de spoedeisende hulp van het Amphia Ziekenhuis in Breda geen foto’s meer worden gemaakt, uit angst dat iemand ze op Facebook of Twitter plaatst.

In principe kan iedereen Figure 1 downloaden en gebruiken. Wel zijn er restricties: mensen die geen gezondheidsmedewerker zijn, kunnen alleen foto’s bekijken. Artsen, verpleegkundigen en geneeskundestudenten mogen foto’s ook uploaden en reageren. Zij kunnen zich laten verifiëren via de app. Met behulp van het BIG-register, waarin erkende Nederlandse gezondheidswerkers staan, wordt gecontroleerd of hun gegevens kloppen.

Toch is er verder geen onderscheid of hiërarchie: elke gezondheidswerker mag z’n zegje doen op de app, geverifieerd of niet. Niet handig, vindt Carper. „Het komt voor dat ik iets tegenkom in mijn werk en geen idee heb wat het is. Dan wil ik graag advies krijgen van specialisten – niet van geneeskundestudenten. Iedereen roept hier maar wat.”

Joshua Landy, zelf arts en medeoprichter van Figure 1, begrijpt de kritiek. „We werken momenteel aan een functionaliteit die de mening van specialisten zwaarder laat wegen dan die van studenten. Ook is het de bedoeling dat gebruikers direct contact kunnen opnemen met specialisten via de app.”

Om de privacy van patiënten te waarborgen moeten namen, gezichten, en andere identificeerbare details, zoals tatoeages, onherkenbaar worden gemaakt. De app levert zelf tools om de foto’s te bewerken. Daarnaast worden gebruikers van Figure 1 gestimuleerd om toestemming te vragen aan patiënten. In Nederland is dat overigens niet wettelijk verplicht; de Wet Bescherming Persoonsgegevens is alleen van toepassing op foto’s met identificeerbare details. Als patiënt kun je dus niet voorkomen dat een foto van één van je ledematen via de app wordt gedeeld, mits de foto niet herleidbaar is tot een persoon.

Het scheelt een hoop gedoe

Michiel Vermaak is arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG). Een app als Figure 1 kan zijn patiënten een hoop gedoe schelen: de arts kan via de app een collega om een extra diagnose vragen, zodat de patiënt niet nog een keer naar het ziekenhuis hoeft. „Veel van mijn patiënten worden nerveus van een ziekenhuisbezoek, bijvoorbeeld mensen met autisme. Als je dat kunt vermijden dankzij zo’n app – prima.”

Vermaak vindt het geen groot probleem dat iedereen kan meekijken op Figure 1, maar denkt wel dat de app kan leiden tot onbegrip. „Artsen vertellen elkaar sterke verhalen – ik ook. Dat betekent dat we van sommige bijzondere gevallen erg enthousiast worden, ook al gaat het om een nare aandoening. Dat zie je ook in deze app: mensen die tegen elkaar opboksen met de gaafste foto. Ik kan me voorstellen dat dit op leken gek overkomt.”

Veel foto’s in de app worden inderdaad met enthousiasme ontvangen. Zo zijn er een hoop smileys en uitingen als „wow, cool!” En ook flauwe grapjes komen voor, zoals in het voorbeeld met de coquilles. Of bij een röntgenfoto van een psychiatrische patiënt die een spijker heeft doorgeslikt, over wie de maker van de foto opmerkt dat er „een paar schroefjes loszitten”.

Overigens ligt dit niet direct aan de app zelf: in de richtlijnen worden gebruikers opgeroepen om respectvol te reageren. Ook is de optie om gebruikers te rapporteren: hun reacties kunnen dan verwijderd worden door de systeembeheerder. Een goede zaak, vindt huisarts Bart Timmers. „Smileys snap ik wel, maar die flauwe grapjes kunnen echt niet.”

Timmers denkt baat te kunnen hebben bij een app als Figure 1; momenteel gebruikt hij Twitter ook weleens bij het stellen van een moeilijke diagnose. „Maar alleen als de patiënt het goed vindt, en uiteraard vermeld ik geen namen.”