Alleen leuk op een feestje met rijke filmsterren

Het is ruim zestien jaar geleden dat iemand voor het laatst schrok van Marilyn Manson. Het dik aangezette, industriële geluid van de shockrocker werd links, rechts, boven en onder ingehaald door veel engere figuren met veel interessantere muziek en Manson (46) bleef een flauwe karikatuur van zichzelf. De man die buiten z’n albumcovers om steeds meer op Nicolas Cage gaat lijken, vernieuwde maar niet. Niet in zijn songs en al helemaal niet tekstueel. Dit album is dan in elk geval weer best degelijk en er klinkt plezier uit – dat is winst op de afgelopen jaren. Het leunt op trillende bassnaren en is bluesy (‘Killing Strangers’), soms agressief (‘Deep Six’) en vaak catchy (‘Cupid Carries a Gun’). Je kunt het rustig aanzetten op een feestje dat vuig moet lijken maar dat bedoeld is voor rijke filmsterren. Leuk, maar interessant? Dat is het helaas allemaal niet, daarvoor ontbreekt het aan frisse ideeën. Dit album is vooral aardig vergeleken met zijn vorige albums.