Altijd die angst voor de 'Snowpocalypse'

De 'historische sneeuwstorm' in de Verenigde Staten bleek flink mee te vallen. Waarom maakt Amerika zich toch zo druk om het weer? Correspondent Guus Valk zoekt het uit.

Het zou de moeder aller sneeuwstormen worden. „Zoiets hebben jullie nog nooit meegemaakt”, waarschuwde burgemeester Bill de Blasio van New York. Zeventig, tachtig, misschien wel negentig centimeter sneeuw zou er vallen aan de noordoostkust van Amerika, vooral in New York.

Voor het eerst sinds superstorm Sandy in 2012 werd de metro stilgelegd. CNN deed onafgebroken verslag vanuit een ‘blizzardmobile’, een sneeuwbestendig voertuig dat heen en weer reed over verlaten straten van Manhattan.

En er waren de bijnamen, want wat is een Amerikaans weerfenomeen zonder angstaanjagende bijnaam? Fox news koos voor ‘Snowpocalypse’. CNN had ‘Snowmaggedon’. MSNBC: ‘Snowtorious B.I.G.’

Dat kon alleen nog maar tegenvallen. New York werd wakker met zo’n vijftien centimeter sneeuw. In Washington moest ik een paar centimeter sneeuw van de stoep vegen. Weermannen boden hun excuses aan. „Een grote blunder”, gaf meteoroloog Gary Szatkowski op Twitter toe.

Wat is dat toch met Amerikanen en het weer? Waarom wordt iedere storm aangekondigd alsof de wereld vergaat? En waarom trapt iedereen, ook buiten Amerika, er steeds weer in? Altijd als er een orkaan, sneeuwstorm of regenbui dreigt, krijg ik bezorgde berichten uit Nederland.

Spookweer

Ik denk dat het aan twee dingen ligt. Ten eerste: het Amerikaanse weer kan ook echt spoken. Er is een goede reden om op je hoede te zijn. Noord-Amerika is een enorm continent, met extreme weertypes. Poolwinden vanuit het noorden kunnen het hele midwesten van de Verenigde Staten platleggen. Oceanen brengen het gevaar van orkanen. Soms is er extreme hitte, soms extreme kou.

Als je in een staat als North Dakota woont, weet je wat de winter brengt: een hoop sneeuw en koude wind. In noordelijke staten loopt het openbare leven dan ook nooit vast bij noodweer: iedereen weet wat hij moet doen. Een boer uit Montana, dichtbij de Canadese grens, vertelde me laatst dat hij bij hevige sneeuwval gewoon met zijn jeep door de sneeuw rijdt. Zijn kinderen gaan veertig kilometer verderop naar school, en ijsvrij wordt bijna nooit gegeven in Montana. „Alles wat ik nodig heb”, zei hij, „zijn goede winterbanden. Sneeuw hoeft geen belemmering te zijn. Jullie aan de kust begrijpen dat niet.”

Sneeuw in New York of Washington kan inderdaad desastreus zijn. Amerika is gewoon te groot om alle wegen sneeuwvrij te maken. Om die reden blijven scholen in New York en Washington al bij een paar centimeter sneeuw dicht. Een paar weken geleden werd Washington volledig verrast door een sneeuwstorm, en ik heb zelden zo’n chaos gezien. Auto’s slipten, bussen zaten vast op hellinkjes, mensen gleden uit. Nog erger was het vorige winter in Atlanta. Die stad maakte kennis met een klein laagje sneeuw, en onmiddellijk brak er paniek uit. Auto’s op de snelwegen werden verlaten, en mensen renden naar huis.

De storm als slechterik 

En dat brengt me op de tweede oorzaak van de sneeuwpaniek van gisteren. Amerikanen zijn oprecht bang voor het weer. Het is bijna het enige element in hun leven dat ze niet kunnen controleren. Voor alles is een oplossing, maar het weer blijft rottigheid uithalen. Dat brengt een enorme fascinatie voor weerfenomenen met zich mee. De tornado’s in staten als Oklahoma worden op zenders als The Weather Channel als personen omschreven, tot karaktereigenschappen aan toe. Orkanen krijgen een naam: Sandy, Irene. Wat de nieuwszenders de afgelopen dagen deden, was niet anders dan wat ze bij ander nieuws ook doen: ze proberen er een spannend verhaal van te maken, met echte personages. De storm was vandaag de slechterik, morgen is het Fidel Castro, of Islamitische Staat.

De oplossing voor de angst is meestal: binnen blijven en tv kijken. Scholen gaan dicht, publieke gebouwen sluiten hun deuren, er is geen openbaar vervoer. Dat alles afgelast wordt, vindt iedereen zo logisch, dat er nauwelijks woorden aan vuil worden gemaakt. Tijdens een eerdere sneeuwstorm waagde ik me buiten, omdat ik een nogal formeel etentje had. Toen ik lopend bij de plek was aangekomen - taxi’s en bussen reden niet meer – trof ik een leeg restaurant aan. Het was niet eens bij iemand opgekomen het diner officieel af te gelasten. Alsof je met dit weer naar buiten zou gaan.