Vernieuwd Interpol klinkt karakteristiek koel en stevig

De band Interpol uit New York overleefde in tweeërlei opzicht zwaar weer. In november vorig jaar kwam hun toerbus vast te zitten in een sneeuwstorm. Via Twitter hielden ze hun fans op de hoogte van de twee etmalen dat ze gestrand waren. Drie optredens werden afgezegd.

Een fundamentelere tegenslag vormde het vertrek van bassist Carlos Dengler, in 2010. Hij bepaalde in hoge mate het strenge, door staccatobassen gedomineerde geluid van de band, die voortbouwt op de duistere new wave van Joy Divison. Op het podium was Dengler de meest dynamische performer tussen zijn in statige kostuums geklede mede-bandleden.

Met de komst van een nieuwe bassist en toetsenman heeft Interpol de bezettingswijziging doorstaan, al duurde het vier jaar voordat ze op het nieuwe album El Pintor (een anagram van de bandnaam) hun karakteristieke sound konden herpakken. Live is er niet veel veranderd rond de statische podiumpresentatie van zanger/gitarist Paul Banks en zijn sombere zang. Bassist Brad Truax heeft wel een vloeiender spelstijl dan zijn voorganger, maar ook hij bouwt mee aan een stevige, op den duur wat eenvormige geluidsmuur.

In een matig gevulde Heineken Music Hall moest de band hard werken om het publiek mee te krijgen. Het vertrouwde industriële geluid vulde de betonnen ruimte. Alleen de rondspringende gitarist Daniel Kessler leek zich te willen bevrijden van de koelte die Interpol in de greep houdt.